Afspraak met Brenda

Wie is Brenda?

Toen ik met een kop koffie weer op mijn werkplek zat, trof ik in mijn mailbox een bericht aan van een zekere B. Schrijver. Die naam kwam me niet meteen bekend voor. In het onderste venster las ik de korte tekst: Hallo Herman, zou je even contact willen opnemen? Groet Brenda. Plus de automatische melding dat het bericht vanaf een iPhone was verstuurd.
‘Kennen wij een Brenda Schrijver?’, vroeg ik mijn collega aan de overkant. Ze schoof achter haar scherm vandaan, zodat we elkaar konden zien en ik herhaalde mijn vraag. Nee, ze had die naam ook nog niet eerder gehoord. Toen las ik het bericht voor en vroeg wat zij hiermee zou doen.
‘Niet openen,’ zei ze onmiddellijk. ‘Je weet maar nooit.’
‘Nee, je hebt gelijk,’ zei ik, maar ik gooide het bericht niet meteen weg. Ik wilde geen virus binnen halen, maar zaten die niet meestal in bijlagen? Enfin, ik dook weer in mijn bouwverslag en het meer- en minderwerk van een school, maar steeds als ik mijn mailbox bekeek, zat Brenda daar te lonken. Toen ik rond lunchtijd de hele handel had verstuurd, besloot ik oom maar eens Google te raadplegen. Ik mocht kiezen tussen een pedagogisch medewerkster op de Hummeltjeshoeve – nooit van gehoord – en Brenda Heijnis, schrijver van kinderboeken. Ook niets, dus. Haar mailadres was niet direct zichtbaar op het onderste scherm, maar …
‘Vraagje,’ zei ik – mijn collega verscheen weer in beeld – ‘als ik bij een mail in het onderste venster op details klik, heb ik een mail dan geopend?’
‘Je hebt Wanda nog niet weggegooid?’
‘Brenda,’ verbeterde ik, ‘nee. Weggooien kan altijd nog, zei mijn schoonmoeder. En stel dat ze in een kelder zit opgesloten, en dit is het laatste bericht is, dat ze kon versturen?’
‘En waar is die kelder dan?’, vroeg ze quasi belangstellend. ‘Sorry, wat vroeg je ook weer?’
‘Nee, laat maar,’ zei ik. ‘Dit is onzin.’
Ik drukte op details en zag brendaschrijver55@gmail.com. Ze was van mijn leeftijd, dacht ik. Misschien was het iemand van school, die een reünie wilde organiseren en via-via mijn mailadres had ontvangen. Maar de naam zei me nog steeds helemaal niets. Ik opende een nieuwe mail, vulde haar mailadres in en schreef: Beste Brenda, je vraagt me contact op te nemen, maar je 06 staat er niet bij. Groet, Herman. Verzenden.
‘Ik heb Brenda weggegooid,’ zei ik hardop. Mijn collega moest lachen. Buiten haar scherm verscheen een opgestoken duim. Dat was grappig bedoeld, maar nu kreeg ik juist het gevoel dat ik ondeugend was geweest. Ik ben nu eenmaal erg nieuwsgierig. Nou en? Is dat niet juist een deugd?

 

Van der Valk

Stiekem hield ik mijn inbox in het oog, maar een antwoord bleef uit. Die dag niet en de rest van de week ook niet. Maar gisteren werd ik gebeld door een onbekend nummer.
‘Nijholt.’
‘Met Brenda Schrijver,’ hoorde ik een lauwwarme stem zeggen.
‘Brenda!’, riep ik joviaal.
‘Hoi Herman! Leuk dat we elkaar eindelijk weer eens spreken. Dat is al lang geleden. Zeg, vind je het leuk als we eens iets afspreken?’
‘Prima,’ zei ik onverschrokken. ‘Stel maar iets voor,’.
‘Half één bij van der Valk?’
‘Vandaag? Eens kijken, ja, dat kan, eh … je bedoelt in Sneek, toch?’
‘Nee, Zwolle natuurlijk. Of zit jij niet meer bij de Wehkamp?’
‘De Wehkamp? Kijk eens naar mijn mailadres!’
‘Chips, ik zie het. Verkeerde Herman, sorry,’ en ze hing op.
‘Verkeerde Herman!? Hoezo verkeerde Herman!? Verkeerde Brenda!’
Het bleef stil aan de overkant. Toen zag ik dat mijn collega even van haar plek was. Gelukkig maar, dacht ik onwillekeurig. Ik besloot de affaire te vergeten, maar zo werkt dat niet. Vannacht droomde ik van haar. Ze had geen leeftijd, maar wel opvallende ronde vormen. Steeds als we eindelijk een tafeltje bij het raam hadden gevonden en uitkeken naar bediening, zei ze: Ik moet even weg. Ik keek haar na en dan werd ik wakker, omdat ik naar de WC moest. Wel een keer of drie. Tot een gesprek kwam het nooit, laat staan tot een handgemeen. Heel vervelend allemaal.
Daarom heb ik het dus toch maar opgeschreven. Meestal raak ik het dan wel kwijt, misschien wel omdat ze dan in andermans dromen gaat spoken. Sorry.

 

Bekijk ook...

Ooit mijn bureau bij Gunnar Daan

Soldaat in vredestijd

De volgende ochtend, op de bouwplaats van de nieuwe woning van Fokko en Margreet, deed ik eerst een rondje met de aannemer. Toen die Fokko zag naderen, zei hij: ‘Ik moet weg, tot kijk.’ Fokko was opeens ook verdwenen. Ik vond hem bij een timmerman, die met een PUR bus in de weer was. Hij zei niets. Hij rookte. Ik gaf hem een hand en nam hem mee de steiger op. ‘Over de isolatie in de houtskeletgevels,’ zei ik. Ik had een dag eerder een lange mail ontvangen met tijdsmelding 4:23.

De raven op de dakrand van het oude Fries Museum, gemaakt door Gerard Groenewoud en Tilly Buij.

3x het oude Fries Museum

In 1996 werd het vernieuwde Fries Museum aan de Turfmarkt geopend door HKM Koningin Beatrix. Drie verhalen die verband houden met de verbouw en uitbreiding.

Het Eysingahuis waar tot 2013 de Mata Haricollectie was gehuisvest.

De trap van Mata Hari (1996)

Bij de uitbreiding van het vorige Fries Museum aan de Tweebaksmarkt, slechts 20 jaar geleden, werd een koffer met spullen en twee miljoen op tafel gelegd, voor de inrichting van een Mata Hari tentoonstelling. Voor die expositie was maar een paar ton nodig, dus werd de rest ingezet om het betreffende deel van het oude museum een facelift te geven. De binnenplaats werd overkapt en in de hoek verrees een monumentale houten trap. Die was de aanleiding voor dit drama in vijf bedrijven.