Soldaat in vredestijd

HET PROBLEEM

De volgende ochtend, op de bouwplaats van de nieuwe woning van Fokko en Margreet, deed ik eerst een rondje met de aannemer. Toen die Fokko zag naderen, zei hij: ‘Ik moet weg, tot kijk.’

Fokko was opeens ook verdwenen. Ik vond hem bij een timmerman, die met een PUR bus in de weer was. Hij zei niets. Hij rookte. Ik gaf hem een hand en nam hem mee de steiger op.

‘Over de isolatie in de houtskeletgevels,’ zei ik. Ik had een dag eerder een lange mail ontvangen met tijdsmelding 4:23.

Fokko tikte tegen de folie aan van de gevel. Het klonk hol.

‘Er zit wat ruimte tussen isolatie en folie,’ concludeerde ik.

‘Ja,’ zei Fokko, ‘en op de site van Rockwool staat dat het nauw moet aansluiten.’

‘Dat klopt,’ zei ik. ‘De houten stijlen zijn 168 mm en de isolatie ertussenin is 160 mm. Die isolatie heeft dus een kleine cm ruimte op de folie. Maar dat kan geen kwaad. Rockwool bedoelt, dat het strak tegen de stijlen in moet zitten, want als het gaat kieren heb je een koudebrug.’

‘Maar dat staat er niet,’ zei Fokko.

‘Nee,’ zei ik, ‘dat staat er niet, maar dat bedoelen ze wel.’

‘En hoe weet ik nu, dat die isolatie stijf tegen de stijlen aansluit?’

‘Dat kan niet anders’, legde ik uit, ‘je weet hoe breed die platen zijn – dat staat ook op de site – en je kunt zien hoever die stijlen uit elkaar staan. Isolatie zit altijd klem.’

‘Maar dat is geen bewijs,’ hield Fokko vol. Hij rookte hartstochtelijk, maar had me nog steeds niet recht aangekeken.

‘Nee,’ zei ik, ‘dat is geen bewijs. Als je het zeker wilt weten moet je die folie opensnijden, maar daar wordt het niet beter van.’

‘Maar het is anders dan op de tekening staat,’ zei Fokko.

‘Daar heb je ook gelijk in,’ zei ik nadrukkelijk kalm. ‘De aannemer is zonder te overleggen afgeweken. Dat is niet goed. Maar …’ Ik liet een stilte vallen, net zolang tot hij me recht aankeek. ‘… maar eigenlijk heeft onze tekenaar een fout gemaakt. Hij tekent stijlen van 160 omdat de isolatie 160 moet zijn. Maar 160 is geen handelsmaat. 168 wel. En ik heb ook een fout gemaakt, want ik had het bij de controle moeten zien. Ze hadden dat hout natuurlijk kunnen schaven, maar dat is duur en dat hadden ze niet gerekend. Zo gaat dat bij een aanbesteding.’

‘En die centimeter …’

‘Je slaapkamers worden een centimeter kleiner, dan op tekening stond. Acht millimeter om precies te zijn.’

Fokko zweeg en trapte zijn sigaret uit. Hij dacht na, zonder uitzicht op een antwoord.

‘Jij denkt nog steeds aan die site van Rockwool, over dat aansluiten …’

‘Ja,’ zei hij meteen. Hij keek me aan met iets wilds in zijn ogen, dat ik niet herkende.

‘Luister,’ zei ik, ‘die verwerkingsvoorschriften op de site zijn voor bouwers, niet voor leken met alle respect. Jij hebt mij ingehuurd om te zorgen dat jouw woning goed gebouwd wordt. Ik heb verstand van bouwen, en ik begrijp wat Rockwool bedoelt. Maar als je me niet vertrouwt, kan ik beter wat anders gaan doen.’

Hij mompelde iets, stak weer een sigaret op en liep weg.

 

DE OPLOSSING

Toen ik even later op kantoor kwam, zei het meisje: ‘Margreet vraagt of je even wilt bellen.’ Ik vloekte, zei sorry en belde haar terug.

‘Wat is er gebeurd?’, vroeg ze met een onvaste stem, ‘Fokko is in tranen. Hij zegt dat je hem niet serieus neemt.’

‘Is hij daar nog? Of ligt hij op bed.’

‘Hij is naar zijn werk,’ zuchtte ze.

‘Wanneer slaap hij dan?’, vroeg ik, maar ik wachtte niet op antwoord: ‘Dat gaat mij ook niet aan, maar ik maak me echt zorgen, Margreet.’

‘Wat is er gebeurd?’, vroeg ze opnieuw. Ik legde uit, wat er was gebeurd en waar het om ging. Ze zuchtte diep.

‘En nog wat anders,’ zei ik, ‘die jongens op de bouw worden helemaal gek van hem. Vorige week lagen in de deuropening twaalf peuken op een rij. Ik zei daar wat van. Toen liet de aannemer een handvol kromme spijkers zien. Die had Fokko een dag eerder op een rij voor de keet neergelegd.’

‘Het is een groot probleem,’ gaf Margreet toe, ‘op kantoor heeft hij ook met iedereen ruzie, maar ik moet met hem leven. En de kinderen …’

‘Wacht. Als ik nu eens zorg dat Rockwool een briefje stuurt, dat het geen enkel probleem is. Zou dat helpen?’

‘O ja,’ zei ze opgelucht, ‘als je dat wilt doen.’

‘Ik regel het,’ zei ik, ‘maar dan moet hij me in het vervolg wel geloven, want anders hou ik er echt mee op. Die mails kosten me alleen al twee uur per week.’

 

DE REALITEIT

Margriet zou met haar man praten en ik belde Rockwool, de heer Steen van afdeling Verkoop. Ik legde hem uit wat er aan de hand was en vroeg of dat kwaad kon. De man dacht dat hij mij verkeerd had verstaan. Ik legde het opnieuw uit. Toen dacht hij dat het een strikvraag was. Hij herhaalde in eigen woorden, wat ik hem had verteld.

‘Precies,’ zei ik, ‘gaat dat ten koste van de isolatie?’

‘Maar natuurlijk niet,’ zei de man ongeduldig.

‘Maar op jullie site staan verwerkingsvoorschriften. Daar staat dat het strak moet aansluiten.’

‘Ja, op de stijlen natuurlijk, want …’

‘Dat begrijp ík wel,’ zei ik, ‘maar een leek niet. En iedereen kan bij die website van jullie’. Eindelijk viel het kwartje. Die site was volgens hem niet bedoeld voor sukkels. Mijn klant was geen sukkel, maar een leek. Een zeer achterdochtige leek. Ja, hij had in Afganistan, legde ik uit. Zat dat zo? Ja, zo zat het. Toen vroeg hij, wat hij voor me kon doen. Ik stuurde hem de letterlijke tekst per mail, en die kreeg ik even later terug op het briefpapier van Rockwool. Deze mailde ik door aan Fokko en aan Margriet.

Ik heb er niets meer op gehoord. De volgende ochtend was er niets. Ik was trots op mezelf, maar de vreugde was van korte duur. Twee dagen later was er een mail van vier kantjes, compleet met nachtfoto’s: 3:57. Fokko had zijn plas gewoon twee dagen opgehouden.

‘Jij dringt niet tot hem door,’ stelde een collega grijnzend vast.

Kutmissies, dacht ik. Wie weet was hij vroeger het zonnetje in huis. Waarom schieten die politici elkaar niet voor de kop en laten mij mijn werk doen?

Bekijk ook...

De raven op de dakrand van het oude Fries Museum, gemaakt door Gerard Groenewoud en Tilly Buij.

3x het oude Fries Museum

In 1996 werd het vernieuwde Fries Museum aan de Turfmarkt geopend door HKM Koningin Beatrix. Drie verhalen die verband houden met de verbouw en uitbreiding.

Ooit mijn bureau bij Gunnar Daan

Soldaat in vredestijd

De volgende ochtend, op de bouwplaats van de nieuwe woning van Fokko en Margreet, deed ik eerst een rondje met de aannemer. Toen die Fokko zag naderen, zei hij: ‘Ik moet weg, tot kijk.’ Fokko was opeens ook verdwenen. Ik vond hem bij een timmerman, die met een PUR bus in de weer was. Hij zei niets. Hij rookte. Ik gaf hem een hand en nam hem mee de steiger op. ‘Over de isolatie in de houtskeletgevels,’ zei ik. Ik had een dag eerder een lange mail ontvangen met tijdsmelding 4:23.

Vensters en deuren

Toen ik de parkeergarage binnenreed, realiseerde ik me dat de routebeschrijving nog op mijn bu-reau lag en mijn portemonnee thuis op de radiator lag te drogen. Op goed geluk stak ik via het Damrak door naar de Nieuwezijds en vond tenslotte de straat. Mijn zakelijke outfit viel gaandeweg meer uit de toon. Links en rechts verschenen rood verlichte dames in vensters en geen enkele voordeur droeg de naam die ik zocht.