Een borstbeeld

Informatie

Datum: 25 / 26 september 2022

Locatie: de achtertuin

Attributen: Torso van zaagresten; revers van betonplex

Overigens

Wijlen mijn vriend Koos van der Sloot vond bij leven en welzijn, dat ik net al hem beeldende kunst moest maken. Zijn argument was: omdat ik het kon. Ik was daar niet van overtuigd, maar tegenstelling tot mijn vriend Koos is twijfel mijn belangrijkste drijfveer. Ik maak juist iets om te kijken of ik het kan.

Andere drijfveren voor dit specifieke project zijn, om tijdelijke kunst en daardoor ook circulaire kunst te maken, waarbij ik zoveel mogelijk gebruik maak van beschikbaar materiaal. Dat laatste, omdat ik geloof in de noodzaak van een circulaire maatschappij.  

Mijn passie voor tijdelijke kunst, in tegenstelling tot tijdloze kunst, is meer een persoonlijke dingetje. Ik ga dat niet uitleggen, maar ik wil wel vertellen, waar dat idee is ontstaan. Toen ik nog bij Gunnar Daan werkte en bezig was met de verbouw van het oude Fries Museum aan de Tweebaksmarkt – dat zal rond 1995 zijn geweest – liep ik eens met de directeur Rik Vos door de zalen met de toenmalige collectie. Bij die rondgang kwamen we één bejaard echtpaar tegen. Vooral de oude schilderijen vervulden me met afschuw. Middelmatige portretten van vergeten ambtsdragers, die alleen waren gemaakt, omdat de fotografie toen nog niet was uitgevonden.

Teruggekomen op kantoor zei ik: ‘Waarom branden ze die troep niet op? Fotografeer ze desnoods en sla ze op in een loods op een industrieterrein. Waarom moeten wij 10 miljoen uitgeven, om dat voor de eeuwigheid te bewaren?’ Ze dachten dat ik een grapje maakte, maar mijn angst voor verstikking zit heel diep.

Toen ik aankondigde, wat ik na mijn pensioen van plan was, zei mijn vrouw: ‘Ik zou nog wel eens een borstbeeld in de tuin willen hebben.’ Ze dacht vermoedelijk aan marmer of microbeton. Ik maakte het van restmateriaal, dat ik naast de zaagmachine stond, maar toch heb ik dit borstbeeld van Meneer Houtman voor haar gemaakt.

Bekijk ook...

Verzopen spreeuw

Waar het om gaat is een liedje van Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh uit 1966: Verdronken Vlinder. Dat werd door Cees de Wolff in het fries vertaald naar Fersopen protter, voor de allochtonen onder u: Verzopen spreeuw.

De grens over

Meneer Houtman houdt mij danig bezig. ’s ochtends wakker wordt – om uurtje of 7, 6, 5 – dan loopt hij al weer te rommelen in mijn hoofd. En dat is erg vermoeiend. Ik zet hem het huis niet uit maar het werd tijd, dat hij op vakantie ging, de wijde wereld in. DE GRENS OVER.

Koning Eenoog

Ik wilde een statieportret maken van een potsierlijke ambtsdrager. Dat werd koong Eenoog. Ik nam altijd aan – analoog aan het spreekwoord – dat Eenoog koning is in het Land der Blinden. Maar nu vroeg ik mij af: is dat wel zo?