Ann Peebles – Zo’n Zeg-dat-nogges liedje

I can’t stand the rain

‘Is dat een schilderij of een foto?’, vroeg Joop, toen hij voor het eerst op bezoek kwam en wat onwennig de kamer rondkeek. Hij wees naar portret van opzij in een vierkante lijst, dat boven mijn draaitafel hing.
‘Dat is een platenhoes,’ zei ik.
‘O ja? Er staat niets op … ik zie het al, er zit een strookje zwart papier voor de tekst langs. Wie is het?’
‘Ann Peebles,’ antwoordde ik.
‘Nooit van gehoord. Type Beyoncé?’

Ik injecteerde een cd, drukte de versterker aan, stak een vinger op, waardoor hij stopte met praten en … meteen bij die eerste elektronische regendruppels uit de speakers verscheen het licht van herkenning in zijn ogen.
‘Jaa, hoe heet het ook weer?’
‘Wat ze zingt: I can’t stand the rain,’ zei ik.
‘Ja, iets van vroeger, toch?’
‘1973,’ antwoordde ik, ‘en zij heeft het volgens mij zelf geschreven.’
‘Hoe heette die meid …?’
‘Ann Peebles,’ zei ik weer.

Joop prees haar stem, maar ik was ervan overtuigd dat hij haar morgen weer was vergeten. Dat was ook geen ramp. Ann Peebles hield van haar muziek en was tevreden met haar bescheiden succes, maar andere dingen in het leven vond ze ook belangrijk. Toevallig ken ik haar muziek wel, maar ze hangt daar vooral vanwege die prachtige ingetogen foto, die me niet aankijkt en niet om aandacht schreeuwt. Joop was, zover ik me kan herinner, de eerste in al die jaren die naar haar informeerde.
‘Terzake,’ zei ik dus, ‘wat ben je van plan?’
Joop wilde verbouwen en hij had mijn advies nodig, maar dat gaat niemand verder iets aan.

John Lennon

I can’t stand the rain was haar grootste succes. In de States en Engeland was het een bescheiden hit en het werd veel gecoverd. In ons land is het bekendst de hit van Eruption uit 77, met dat Boney M sausje erover. Jakkie.
Een deel van het succes van I can’t stand the rain wordt vaak toegedicht aan John Lennon. En om eerlijk te zijn, hij bracht mij wel op haar spoor, want in 1975 kocht ik in een boekwinkel op Liverpool Street London een pocket, met daarin een zeldzaam interview met John Lennon, waarin hij boute uitspraken deed. Hij zei bijvoorbeeld dat hij I can’t stand the rain van Ann Peebles het beste liedje ooit vond. Dat was de eerste keer dat ik haar naam las, maar dat liedje had ik eens gehoord. Zo belandde haar naam en dat liedje op mijn virtuele prikbord, vooral omdat hij in datzelfde gesprek mijn jeugdidool, John Fogerty, de hemel in prees. Hij had er dus verstand van.

Dus toen ik jaren later die LP tegen kwam dacht ik – door die prachtige foto en die aanbeveling: ‘Hé, even beluisteren …’
Maar zodra je denkt dat je het begrijpt, verandert de werkelijkheid weer. Zo stuitte ik toevallig op een recent interview met Ann Peebles, waarin ze vertelde dat ze Lennon, toen hij in de onderwereld leefde op seks, drug en alcohol. In straalbezopen toestand had een concert van haar met zijn gebral ernstig verstoord. De volgende dag had hij persoonlijk zijn nederige excuses gemaakt, en Ann had louter begrip getoond.
Dus als een journalist van Billboard op zo’n moment die stompzinnige vraag stelt, over het beste liedje ooit, is het niet zo vreemd … enfin. Hij zal het op dat moment in zijn bizarre bestaan misschien wel oprecht hebben gemeend. Een mening is tenslotte maar een mening.

Grappig genoeg herinner ik me expliciet, dat ik in die sleep-in in London op mijn matrasje lag te lezen in dat boekje. Mijn vrienden zaten met een Amerikaan te liedjes te spelen op de vooravond van een Eagles concert in Wembley. John Lennon vertelde ook, dat hij zo vaak van mening veranderde, dat de lezers er beter niet te veel waarde aan kon hechten. Ik heb dat altijd onthouden, omdat ik daar niets van begreep.

Zo’n Zeg-dat-nogges-liedje

Hoe dan ook, het begon allemaal op een trottoir in Memphis Tennesee in 1972. Ann Peebles stond op het punt om een concert te bezoeken, samen met songwriter Don Bryant, haar vriendje, en DJ Bernie Miller, ook een goede vriend. En toen begon het dus te hozen. In het verhaal, dat ze in latere jaren steeds opnieuw moest vertellen, zei ze: … and the heavens opened.  Klinkt beter!
Dus zegt Ann geagiteerd: ‘I can’t stand the rain.’
En Don lacht: Zeg dat nogges! Of woorden van gelijke strekking.
Ze vluchtten weer naar binnen en rond de piano begonnen ze te spelen met dat zinnetje: I can’t stand the rain. Aan het eind van de avond – het was inmiddels droog en over het concert was niet meer gesproken – was het liedje klaar. De rest is historisch!

Dat het ook meteen haar commerciële hoogtepunt zou zijn, kon ze op dat moment nog niet voorzien. Is ook onterecht, trouwens. Ze heeft zoveel moois gemaakt. Luister eens naar I’m gonna tear your playhouse down, groot gemaakt door Graham Parker en Paul Young. En Beware! , een hit van onze eigen Barrelhouse. Succes heeft een beetje met kwaliteit te maken en heel veel met business en toeval. Misschien was Ann Peebles bij het grote Atlantic wel mondiaal doorgebroken. Maar ze voelde zich daar thuis bij dat Hi-label en die procucer Willie Mitchell. Ze was er gelukkig en wat wil een mens dan nog meer?

Als ik ’s avonds het zachte getik op mijn dakraam hoor, dan denk ik onwillekeurig aan Rob de Nijs. Maar als op klaar lichte dag slagregens tegen de ramen striemen, dan denk ik aan Ann Peebles met: I can’t stand the rain, against my window, bringing back sweet memories …

[YouTube links naar de studio-versie en een unplugged versie]

Bekijk ook...

Twee Meisjes – Raymond van het Groenewoud

de dag brengt ouderdom de nacht brengt vreemde uren de deken is zo zwaar een bladzijde slaat om

Like a hurricane! (1976)

Vervolg op Neil Hier! (1976) waarin ik vertelde, dat ik op 26 maart 1976 in de Edenhal stond. De lichten gingen uit … … en plotseling doemde daar wankel een man met lang haar en opgelapte kleren op, die zich met de blik op de grond een weg zocht langs de kabels en het instrumentarium. We juichten! Dat was hem! Dat was Neil Young! Hij was het echt!

Leon Redbone, artwork

My walking stick - Leon Redbone

Soms denk ik nog wel eens aan die schooljongen uit Zwaagwesteinde. Wat zou er van het zijn geworden? Ik zag hem voor het eerst vanuit het raam van mijn opzichterskeet in de Hollanderwijk ten tijde van de renovatie. Iedere dag liep hij van het station naar de MTS. Eén van de bekende gezichten op straat, maar ik had hem voor een oude man aangezien. Dat was niet zo gek, want hij kleedde zich als een oude man met een lange grijze winterjas en een hoedje. Hij liep ook wat stram en droeg zijn aktetas aan het handvat.