Is Clapton God?

MIS QUOTE

Ik quote Dr John wel eens: ‘The bigger the genious, the bigger the pain in the ass, except for Eric Clapton.’ Toen ik het voor u nakeek in zijn autobiografie Under the Hoodoo Moon, bleek hij te hebben geschreven: ‘I figure the more talent there’s in people, the bigger pain in the ass they usually are. But there are guys like Eric Clapton, who disprove the rule … he’s a real sweetheart.’ Veel te omslachtig voor een quote. Daar liet Dr John toch een kans liggen in dit overigens fenomenale boek. Aanleiding voor zijn bespiegeling was het genie Van Morrison, die de gitarist van Michael Jackson de studio uit joeg, omdat hij zich ergerde aan de manier waarop die jongen zijn vingers warm speelde. Ik twijfel er niet aan dat hij Clapton een aai over zijn bol wilde geven, maar toen ik dat las dacht meteen: Is Eric Clapton eigenlijk wel een genie? In de jaren zestig verscheen in London in graffiti de leuze: ‘Clapton is God,’ maar in mijn monster naslagwerk The Rolling Stone Illustrated History of Rock & Roll uit 1976 lees ik: ‘In retrospect there is little in his early recordings to substantiate claims of genius …’. Dat schreef Dave Marsh over Clapton. Eigenlijk is er maar één reden waarom Rolling Stone aan Clapton een heel hoofdstuk wijdde, en dat is Layla, volgens Marsh de beste song uit de jaren 70, al waren die in 1976 nog niet afgelopen.

Laten we niet gaan kibbelen over de vraag wat nu precies een genie is, of een God. Clapton is in de eerste plaats een gitarist, een geweldige gitarist. Dat heeft hij voor, want ik hou van gitaristen, maar eigenlijk heb ik andere voorkeuren: de waanzin van Neil Young, de flageolet van Roy Buchannan of the power van Jimmy Page. Maar ook Carlos Santana op Oneness (het liedje), Jan Akkerman op Tommy en Steve Miller op Evil, waarin hij met zijn gitaar een varken lijkt te slachten. Eigenlijk hou ik meer van gitaren dan van gitaristen, gitaren in liedjes. Wat de claim van Dave Marsh betreft: tja waarom niet? Want noem eens één nummer uit de jaren 70 dat grootser is dan Layla. Misschien Like a hurricane van Neil Young, maar misschien ook wel niet. Dat zat hem in de smartelijke overstuurde stem van Clapton, in de muzikale analogie met een partij Coïtus Magnificus, en bovenal in die waanzinnig fluitende gitaarsolo, die als een gebezemde heks door de stratosfeer schicht. Het enige moment dat Clapton mij ooit kippenvel bezorgde. In 1970 was hij wat mij betreft geniaal en goddelijk tegelijk.

Goed, die hele LP Layla & other assorted lovesongs is prachtig, maar uiteindelijk komt alles bij elkaar in dat ene liedje. En wat hij daarna heeft gemaakt is leuk, aardig, prettig, maar je kunt het ook opzetten, als je schoonouders op bezoek zijn. Let it grow, Tears in heaven en Beautiful tonight. Geen wonder, hij was gestopt met zich dood te zuipen en te spuiten, hij had Patty Boyd eindelijk veroverd en dat liep uit op een drama. Eigenlijk kwam hij nooit meer in de buurt van zijn magnum opus. Toen ik River of Tears hoorde, dacht ik: daar is hij weer, maar het vuurwerk blijft uit. Slappe hap met een scheutje maggi.

DE KUIP IS VOL

In 1978 kwam Dylan voor het eerst naar Nederland en daar moesten we natuurlijk naartoe. Vanuit Sneek reed er zelfs een bus. In het voorprogramma speelde onder andere Clapton. Het laatste dat ik van hem kende was No reason to cry uit ’76, een matig album met een veelzeggende titel, dat ik vooral kocht omdat Dylan (Sign Language!) en de jongens van the Band erop meededen. Maar toen we toch die kant opgingen, was ik toch benieuwd of hij het nog kon. Shit, ho, wat is dit?! We liepen nondeju in Rotjeknor hopeloos vast. Juist die dag was er een staking in het openbaar vervoer afgekondigd. Bovendien wist de buschauffeur niet precies hoe je aan de overkant van de Maas moest komen. Mijn vriend Douwe en ik besloten uit te stappen en een taxi te zoeken. Stom natuurlijk, want als het openbaar vervoer staakt, maken taxi’s overuren, maar we hadden mazzel. Bij een stoplicht, kregen we een taxichauffeur zo gek om ons mee te nemen, omdat hij naar huis ging en toevallig in de buurt van de Kuip woonde.

Toen we het stadion binnen kwamen, was Clapton bezig en verdomd, al na twee nummers zette hij die overbekende riff in! ‘Laylay!’, schreeuwden we. ‘Net op tijd binnen!’ Die anderen waren nog steeds op zoek naar de Kuip. Grote schermen had je toen nog niet en we zaten hoog op de tribune. ‘Mag ik eens kijken’, vroeg ik aan mijn buurman, die een verrekijker bij zich had. Had ik dat maar niet gevraagd, had hij maar geweigerd. Was die kijker maar uit mijn handen gevallen. Maar niets van dat al. Meteen zag ik dat Clapton alleen die riff speelde, eindeloos, terwijl een andere vent die waanzinnige solo speelde, alleen niet zo waanzinnig als op de plaat.
Douwe was niet verbaasd. ‘Op de plaat doet Duane Allman die partij,’ zei hij, ‘en Duane is dood.’
Goed, hij heeft leuke platen gemaakt, en voor de buren was hij waarschijnlijk een sweetheart, maar wat hadden wij daaraan?! God is Dood schreven ze in die tijd op de muren. Wat mij betrof was Clapton ook dood.

Bekijk ook...

De speakers van de botsauto's

Muziek moet hard, toch? Natuurlijk, af en toe moet muziek hard. Je kunt een transistorradio tegen je oor drukken tot het pijn doet, maar dat is toch niet hetzelfde. Toen ik 15 was, hoorde je de muziek nergens zo hard als uit de speakers van de botsauto’s, met Jouster Merke.

Kleine Saskia - The Band

Toen ik op de HTS nieuwe vrienden ontmoette, maakte ik ook kennis met andere muziek, Amerikaanse muziek, waar ik onmiddellijk van hield. Dylan, Neil Young, Jackson Browne. Maar de meeste indruk maakte the Band. De muziek was rauw en puur, anders, onbegrijpelijk en tegelijk geworteld in traditie. Ze zagen er anders uit. Ze hadden drie zangers, wisselden voortdurend van instrument en zongen over andere dingen.

It's over - Roy Orbison

Iets weerhoudt mij ervan om de loftrompet over hem af te steken. Het zal mijn weerzin tegen platitudes zijn, ook al is er inmiddels alweer een hele generatie die zijn naam, laat staan zijn muziek kent. Laat mij u maar gewoon eens meenemen. Het is 3 januari 1988 en we bevinden ons Nightclub The Coconut Grove.