De bijna 100-jarige Eddy Christiani

Rock ’n roll in Nederland

Wie denkt, dat de rock ’n roll al met de film Rock around the clock (1956) ons land binnenkwam, vergist zich lelijk. Aanvankelijk was het slechts een heidense uitwas uit Amerika, die hier nauwelijks opvolging vond en categorisch werd geweerd van de radio. Gezaghebbend programmeur Skip Voogt van de Avro schreef in 1957 in Tuney Tunes dat ‘het’ gelukkig alweer bijna was ‘overgewaaid’. In datzelfde jaar kwamen de Tielman Brothers van de loopplank in de haven van Rotterdam. Ze waren uit Indonesië vertrokken, omdat Soekarno de Rock ’n roll daar had verboden. Wie zijn de Tielman Brothers? Check alsjeblieft bijgevoegde link. Zwart-wit, twee Gibson Les Paul gitaren, een akoestische bas en een kleine drumkit. Dat is dus Rock ’n roll. Lawaai voor apen. Ze namen in ons land nauwelijks platen op, want die werden toch niet op de radio gedraaid, maar bij de Tielman Brothers draaide alles om de show. Ze speelden iedere zaal helemaal plat. Vergeleken bij Andy Tielman was Peter Koelewijn een snotneus. Ieder jaar tref ik een voormalig beroepsmilitair, die bij mij hoog in aanzien staat. Hij heeft de Tielman Brothers niet alleen live gezien, hij heeft ze ooit gecontracteerd! Rock ’n roll sloeg aan bij de soldaten, voor het merendeel dienstplichtige jongens, die voor even onder de rokken van moeder vandaan waren gekomen, en nog niet voor een gezin de kost hoefden te verdienen. Even los, en daarna voorgoed in het gareel. Al na twee jaar trokken Andy Tielman en zijn mannen Duitsland in, waar heel veel Amerikaanse soldaten lagen. Daar werden ze een legendarische live-act.

Kan de radio wat zachter?

Maar het waren niet de Tielman Brothers die de elektrische gitaar naar Nederland brachten. Van oorsprong is het een Jazz-instrument, dat in het midden van de jaren dertig in the States werd uitgevonden. Pas in 1937 was het zover doorontwikkeld, dat er een plaatopname van kon worden gemaakt. Slechts twee jaar later – dus nog voor de oorlog – werd de eerste elektrische gitaar al naar Europa gehaald door Eddy Christiani. Het was een Epiphone Electar M. Hij zag eruit als een akoestische gitaar, met op de plaats van het klankgat een elektrisch element en onder en boven een sleufgat zoals bij een viool. Het was zo’n noviteit, dat zaaleigenaren soms aan de orkestleider lieten vragen, of meneer Christiani de radio wat zachter wilde zetten. Ze bedoelden de versterker.

Weet u hoelang dat geleden is? Eddy Christiani speelde voor de oorlog in de band van Frans Wouters, samen met een zekere John de Mol op accordeon. Die man had een zoon, die ook John de Mol heette, en die had een zoon die ook John de Mol heet. Dat is de media-tycoon die wij kennen, de vader van Johnny de Mol. Zo lang is het dus geleden. Christiani moest onderduiken voor de Duitsers. Niet omdat hij Jood was of in het verzet zat, maar omdat hij Ouwe Taaie had opgenomen. Daar kwam een engels woord in voor: Cowboy. Jazeker! Hij vluchtte naar België. Al in ’44 ging hij weer spelen en trok hij met een orkest achter de geallieerden Duitsland in.

De jongere lezers en lezeressen hebben vast niet van hem gehoord, maar in de jaren vijftig was hij in dit land een grote ster. Door de lezers van het eerdergenoemde Tuney Tunes werd hij van 1953 tot en met 1956 gekozen tot de populairste zanger van Nederland. Hij kwam dan ook heel veel op de radio. De liedjes, die hij op de plaat zette, waren ook in die tijd al keurige liedjes, waar helemaal niemand aanstoot aan kon nemen. En wat er jazz aan was, is een kwestie van herkomst. De muzikanten, Eddy incluis, kwamen uit de blanke jazz en bespeelden hun instrumenten als zodanig. Een elektrische gitaar werd onvervormd bespeeld, en een splijtende gitaarsolo – ik zeg het maar even – hoorde daar niet bij.

Mulo-romantiek

Spring maar achterop uit 1952 heb ik altijd gekend. Het kwam op de radio en na eenmaal luisteren vergat je het nooit meer, vooral door die fietsbel voor ieder refrein. Het klinkt nu zeer gedateerd. Het onberispelijke ABN, afgemeten gezongen zonder een spier te vertrekken. Zo’n slim hupsakee melodietje, dat meteen blijft plakken, een haarscherp zwart-wit tijdsbeeld. Kijk eens naar het eerste couplet.

Karel kreeg een mooie fiets, een kar naar zijn idee
En pa zei zeker honderd keer "Wees er voorzichtig mee"
Maar Karel die een oogje had op Ans een Mulo-ster
Stond d' and're morgen voor haar deur, en zei met heel veel air

Karel, kennelijk op een leeftijd dat je om je heen moest kijken, maakte dus helemaal de blits met een nieuwe fiets. Geen sportwagen met open dak, geen Moto Guzzi. Nee, een fiets met een bel! Daar maakte je in ’52 voldoende indruk mee, om Ans met air aan te spreken. Zij was een Mulo-ster. De Mulo was de voorloper van de Mavo. En ze was niet een ster, omdat ze goeie cijfers haalde, maar omdat ze überhaupt naar de Mulo ging. Zij was dus een meisje met inhoud uit een goede familie. En daarvoor nam die Karel een enorm risico, hij calculeert zelfs een strop in, door haar op de bagagedrager naar school te brengen, terwijl zijn achterband zacht is en zijn vader hem wel honderd keer heeft gemaand er voorzichtig mee te zijn. Een metafoor voor de jaren vijftig.

Het vervolg is treurig, hoewel het maar de vraag is of dat in die tijd zo werd opgevat. Jack de Bess heeft de tekst vermoedelijk gewoon grappig bedoeld. Herkenbaar. Na de eerste jaren is de liefde wel voorbij. De vrouw verliest haar mooie figuur aan een talrijk nageslacht en de man verliest zijn interesse. Zijn rol in dat nageslacht heette toen nog de huwelijkse plicht. En echtscheidingen kwamen toen alleen voor onder artiesten. Maar die waren toch al van God los.

De bijna 100-jarige

In 2007 – op 90-jarige leeftijd – hield Eddy Christiani zijn officiële afscheidstournee. Pas geleden, eigenlijk. Het is jammer dat net geen honderd werd (maar 98), want ik had dat jubileum wel willen meemaken. Een keur van artiesten die zijn talloze hits nog eenmaal ten gehore zouden brengen. Stel je voor: Peter Koelewijn, begeleid door het Metropoolorkest, zingt Spring maar achterop en Eddy mocht dan vanuit zijn versierde stoel in Carré de fietsbel doen. Ruth Jacott doet een kleurrijke versie van Kleine Greetje uit de polder. Mathilde Santing zingt Zonnig Madeira en Frans Bauer walst Op de Woelige Baren. Bennie Jolink neemt Sucu sucu (Mijn sombrero) voor zijn rekening. En in de grote finale wordt door de complete line-up Ouwe Taaie Jippy Jippy-ee gezongen. Ach, laat ook maar, Omroep Max had het niet eens willen aankopen, vrees ik.

Eerder verschenen in mijn bundel Tekst op Muziek 2015

Bekijk ook...

Springtime in Amsterdam – Wally Tax

Iedereen kent de verhalen over het graf van Jim Morrison op Père Lachaise in Parijs. Mij zie je daar niet, al ga ik weleens op bedevaart. Voor het eerst was dat in de zomer van 2006. Mijn vriend Koos van der Sloot wilde het graf van Wally Tax op de Nieuwe Ooster Begraafplaats in Amsterdam bezoeken.

Mary & Jerry Bey

Kinderloos – Zangeres zonder Naam

In 1975 ontving de Zangeres zonder Naam een Gouden Harp van de Stichting Conamus. Eerdere gouden harpisten cabaretpromotor Wim Ibo vonden dat, door het belonen van ‘milieuverpestende smartlappe-rij en infantiele stompzinnigheid’, deze onderscheiding zodanig in waarde was gedaald, dat ze uit protest hun gouden harpen terugstuurden.

De bijna 100-jarige Eddy Christiani

Wie denkt, dat de rock ’n roll al met de film Rock around the clock (1956) ons land binnenkwam, vergist zich lelijk. Aanvankelijk was het slechts een heidense uitwas uit Amerika, die hier nauwelijks opvolging vond en categorisch werd geweerd van de radio. Gezaghebbend programmeur Skip Voogt van de Avro schreef in 1957 in Tuney Tunes dat ‘het’ gelukkig alweer bijna was ‘overgewaaid’