Een plaat met 1 groef

Marteling

Bijna 30 jaar geleden vielen Amerikaanse commando’s op last van Bush senior Panama Stad binnen, om dictator Manuel Noriega op te pakken. De officiële lezing was dat ze hem wilde berechten voor drugshandel en de democratie wilden herstellen. In binnen- en buitenland was deze actie zeer omstreden, kranten en politici schreeuwden moord en brand. Amerika wist al jaren dat hij in drugs handelde en de mensenrechten schond, evenals een handvol dictators die op dat moment door de VS werden gesteund. Ze steunden toen de Taliban. Toch liet de wereld de Grote George begaan. Noriega had een vinger uitgestoken naar de Amerikaanse belangen in Panama.

Noriega vluchtte naar de ambassade van Vaticaanstad. Dat was slim, want het Vaticaan gaf geen toestemming Noriega te komen halen. En Bush durfde best een land binnen te vallen en een middelvinger tegen de internationale gemeenschap op te steken, maar de Heilige Stoel bruuskeren durfde hij niet. Zijn tegenzet was zo mogelijk nog opmerkelijker. Hij besloot Noriega uit te roken, door dag en nacht een spervuur van harde rockmuziek op de gewijde vrijplaats af te vuren. Eén van de liedjes was I fought the law (and the law won) van the Clash. De hoogste geestelijke wist uiteindelijk te bereiken, dat dit onverdraaglijke pressiemiddel werd gestaakt, maar toen was het land al in opstand gekomen, waardoor Noriega zich vrijwillig overgaf. Ik weet niet hoe vaak The Clash voorbij is gekomen, en of er sprake was van blijvende schade, maar hij kwam nooit meer vrij en overleed uiteindelijk in 2017 aan complicaties bij een hersenoperatie. Een liedje dat je voortdurend in je kop hoort (een zogenaamde Oorwurm) kun je nu eenmaal niet operatief verwijderen.

Breakin' rocks in the hot sun
I fought the law and the law won
I fought the law and the law won

De keuze was niet vreemd. Als je een harde rocksong zoekt, is dat er wel eentje. En de tekst zal ook hebben geholpen, want in de VS zijn de Law en de President hetzelfde. Ze zullen vast niet om toestemming hebben gevraagd, want die hadden ze niet gekregen. Joe Strummer sympathiseerde juist met Fidel Castro en de socialistische vrijheidsstrijders in Nicaragua (Sandinista! – waanzinnig goed). De Amerikaanse punkversie van the Dead Kennedy’s was nog minder geschikt, omdat zij de tekst te veranderen in: Drinking beer in the hot sun. I fought the law, and I won.

De geboorte van een Rock ’n roll classic

In 1989 was I fought the law een Rock ‘n roll klassieker voor gitaarbandjes en het stond in allerlei lijstjes van beste songs en meest invloedrijke songs voorkwam, weliswaar in de versie van the Bobby Fuller Four uit 1966, maar Noriega was niet het enige slachtoffer in de lange geschiedenis van de song. Om te beginnen is het een godswonder, dat I fought the law niet al in het kraambed is gestorven, want Sonny Curtis, die het liedje schreef, was net zo’n loser als Pete Best die omwille van vastigheid the Beatles verliet, vlak voordat die doorbraken.

Sonny Curtis speelde in 1956 in the Three Tunes met een zekere Buddy Holly, die in een conflict met Decca was verwikkeld. Toen Slim Whitman, een gevierde countryster, hem meevroeg op tournee stapt Curtis snel over. Daardoor was hij dus niet beschikbaar, toen Buddy Holly the Crickets formeerde en bij een ander label That’ll be the day uitbracht. De rest is historisch! Enfin, die jongen schreef dus wel I fought the law. Brave rock ’n roll over een berouwvolle gevangene, maar dat paste eigenlijk niet in zijn eigen country repertoire, waarmee hij feesten en partijen opluisterde. Maar toen kwam de zwartste dag uit de Amerikaanse (Rock ’n roll) geschiedenis, the day the music died, de legende van de schone onderbroeken: Buddy Holly stortte met nog een aantal sterren neer in een vliegende storm. The resterende Crickets vonden een nieuwe zanger, maar die speelde geen gitaar, dus mocht Sonny ook weer terugkomen. De één zijn dood is een ander zijn brood. Zo kwam I fought the law in 1960 terecht op de plaat, maar helaas, niemand lustte the Crickets zonder Buddy Holly. Dit was dus nog voor the Beatles, een tijd dat muzikanten over het algemeen niet hun eigen materiaal schreven, dus werd I fought the law door deze en gene opgenomen. Een zeker Paul Stefen and the Royal Lancers had er een bescheiden hitje mee in Milwaukee. En een paar jaar later nam Bobby Fuller het liedje op voor zijn eigen label in El Paso. Dat werd natuurlijk ook niets, maar die jongen had lef. Hij kocht een bus en ging toeren met een vaste band, the Bobby Fuller Four. Zo ritselde hij ook een contract bij echt platenlabel, dat af en toe een plaatje uitbracht. Dat liep aardig, totdat ze I fought the law nog maar weer eens opnamen. Dat knalde zowaar de Bilboard Hot 100 binnen en steeg door naar plaats negen! Halleluja, victorie, succes en iedere dag feest, zou je denken. Maar voor de band kon cashen, werd Bobby Fuller dood aangetroffen in de auto van zijn moeder, op een parkeerterrein in Los Angeles. Gestikt in uitlaatgassen. De politie hield het op zelfmoord, hoewel er geen aanleiding voor neerslachtigheid was. We zullen het nooit te weten komen. Eind van het verhaal, eigenlijk.

Jukebox

I fought the law is één van die vele plaatjes die de oceaan niet overkwamen, behalve misschien via een radiostation van de Amerikaanse stabilisatiemacht in West-Duitsland. Daar riep de stem van Bobby Fuller, die sprekend op Buddy Holly leek, wellicht herinneringen aan thuis op. Maar Europa was in 1966 veel meer geïnteresseerd in the Beatles, the Stones, en wat er meer aan spannends gebeurde. Psychedelica en flower power. Het is dus niet vreemd dat Joe Strummer van the Clash het nog nooit had gehoord, toen hij in 1978 met gitarist Mike Jones naar San Francisco afreisde om daar hun tweede LP af te maken. De eigenaar van de studio had toevallig een klassieke Jukebox met oude plaatjes. Joe Strummer had zich head first in de punkscene gestort en wilde weer recht toe recht aan rock ’n roll maken. Plaatjes met één groef. Zij vonden I fought the law prachtig en eenmaal thuis namen ze het meteen op. Het op een EP terecht, The cost of living, waar ik nog nooit van heb gehoord. Maar het kwam ook op single uit en – tjakka! – daarmee vielen ze de Verenigde staten binnen, en die gingen voor de bijl. Een cirkel van 20 jaar was rond.

Tot the Clash stopte in 1985, was I fought the law een hoogtepunt van iedere show. Feest, bier, speed en lawaai! Maar niet voor Manuel Noriega in Panama in jail… breaking rocks in the hot sun!

Bekijk ook...

Mac Rebennack, alias Dr John the Nighttripper op VPRO's Piknik

Dr John the Nighttripper: I walk on guilded splinters

In 1971 kende ik drie soorten muziek. De bloemkoolmuziek van mijn ouders. Voor zover ik daar al van hield, hield ik dat angstvallig voor me. De Top40 muziek van Radio Veronica, daar woonde ik in. En dan had je nog de Psychedelische LP-muziek van de Superclean Dreammachine met Ad Visser. Die begreep ik niet helemaal – daar moest je verdovende hasjiesj voor gebruiken – maar het bood een venster op een andere wereld.

McCartney 1970

Misschien ben ik verbaasd

In een documentaire over the Kinks vertelde Noel Gallagher dat Ray Davies met Paul McCartney de beste songwriters waren uit het Verenigd Koninkrijk, dat tegenwoordig overigens behoorlijk verdeeld is. Die voorkeur voor Paul McCartney deed me goed, temeer omdat in het collectief bewustzijn John Lennon er over het algemeen het beste vanaf komt. Ik begrijp dat wel, want ik had hetzelfde tot 1980, toen ik werd bekeerde.

©2016 afbeelding door Herman Nijholt

Perfect day

Laten we maar eens beginnen op een mooie ochtend in september dit jaar. Voor dag en dauw reed ik naar mijn werk. Ik luisterde naar Radio 2. Een vrouw – ik noem haar Truus van de Buren – belde naar de studio en vroeg Perfect Day aan, omdat het een prachtige nazomerdag dreigde te worden. De DJ van dienst vond het een treffende keuze. Ik mag van mezelf niet kwaad worden voor de koffie, dus werd ik verdrietig. Ik heb de radio uitgezet, maar de teleurstelling verdween niet. Het kwaad was al geschiedt. Niets is opgewassen tegen pure domheid.