Jackson Browne, de laatste stap

LATE FOR THE SKY

Ooit last gehad van een november-depressie? Of heb je zo’n schijndode puber op de bank liggen? Nou ik was zo’n geval in mijn jaren van Sturm und Drang. Ieder jaar, als de bladeren van de bomen vielen, was het raak. Op zo’n grauwe dinsdag, november 1975, kwam ik een uur te laat van bed, dan reisde ik met bus en trein naar Leeuwarden en ontsnapte meteen naar de lege kantine in een boek. Wat las ik in die tijd? On the road of Demian. Na de koffiepauze kon ik het nog steeds niet opbrengen om naar dat geneuzel te luisteren, maar om twaalf uur liep ik wel met mijn klasgenoten baar Syb’s in de Doelesteeg. En ach, daar wachtte een schamel meisje dat mij begeerde, maar ik zag haar niet zitten. ’s Nachts spookte een onbereikbare vrouw door mijn dromen en overdag zag ik mezelf niet eens zitten. Terug op school haalde ik mijn tas en reisde onverrichterzake terug in een lege coupé. Daar liet mijn lange haar voor de ogen vallen en waande mij onzichtbaar. Thuis dommelde ik weg naar een denkbeeldige wereld totdat mijn vader thuiskwam uit zijn werk. God, wat een hopeloos geval, denk ik nu, maar toen miste ik het perspectief en dacht ik dat ik een beetje moe was.
Na het avondeten trok ik mij terug op mijn zolderkamer. Dan deed ik iets voor school of ik maakte een donkere tekening in Oost-Indische inkt en draaide een plaat die bij mijn stemming paste. Maar er was één LP die ik niet meer op de Dual draaitafel durfde te leggen. Dat was Late for he sky van Jackson Browne.

 

THE LATE SHOW

Och, wat hield ik van Jackson Browne. Ik hield van zijn moeiteloze weemoedige stem, natuurlijk, maar vooral van wat hij mij te vertellen had. En dat kwam juist extra hard binnen, omdat hij zo moeiteloos mooi zong. Eigenlijk waren het geen liedjes, hij zong mijn verhaal van wanhoop en kansloze liefde zonder uitzicht, in woorden die dieper sneden, dan wat ik aan mijn dagboek durfde toe te vertrouwen. Ja, lach er maar om. Achteraf is het natuurlijk allemaal gedoe om niets, maar ik zat er maar mooi mee. Die hele eerste kant was gewoon woord voor woord schaamteloos waar. Ga maar eens luisteren: Late for he sky, Fountain of sorrow. Bij het derde nummer – Farther on – begon ik echt te breken:
‘In my early years I hid my tears and passed my days alone, adrift on an ocean of loneliness my dreams like nets were thrown, to catch the love that I'd heard of in books and films and songs. Now there’s a world of illusion and fantasy in the place where the real world belongs, still I look for the beauty in songs …’
Dat was ik dus, op mijn zolderkamer, waar ik de wanden zwart en geel had geschilderd. En op de plaats waar het echte leven hoorde te zijn, bevond zich een wereld van dromen en illusies. Het is gewoon gevaarlijk om dat soort platen zomaar aan iedereen te verstrekken. Echt, toen ik 20 was, wist ik absoluut niet hoe het moest, niet in november, niet op die zolderkamer in Joure. En als ik dan Farther on had overleefd, kwam de genadeklap, The Late show.

 

DE LAATSTE STAP

‘Everyone I’ve ever known has wished me well. Dat klinkt nog aardig, maar dan zegt hij: Anyway that’s how it seems, it’s hard to tell. Maybe people only ask you how you’re doing, ‘cause that’s easier than letting on how little they could care. Een klap in mijn gezicht. But when you know that you’ve got a real friend somewhere, suddenly all the others are so much easier to bare…’
Hier wordt het gevaarlijk. Hij gaat verder dan in Farther on. In gedachte speelt hij die illusie van hoop. En – waar komen die opeens vandaan? - opeens krijgt hij bijval van de engelen (Don Henley, JD Souther en hun hippievrienden).
J.B.: ‘Now to see things clear it's hard enough I know, while you're waiting for reality to show. Without dreaming of the perfect love and holding it so far above, that if you stumbled onto someone real, you’d never know. Dus als je haar al tegenkomt, heb je het niet eens in de gaten!
Engelen: ‘You’ld never know!’ Goedzo, wrijf het er maar in!
En dan wordt hij echt link. Fantasie neemt het over van de wanhoop en hij verbeeldt zich, dat hij werkelijk iemand heeft ontmoet. Kijk (het beeld van de platenhoes):
J.B.: It’s like you’re standing in the window of a house nobody lives in and I’m sitting in a car across the way.
Engelen: Let’s just say. Ja, laten we dat eens aannemen.
J.B.: It’s an early model Chevrolet.
Engelen: Let’s just say
J.B.: It's a warm and windy day. You go and pack your sorrow. The trash man comes tomorrow. Leave it at the curb and we’ll just roll away.

Voor mijn geestesoog gaat de voordeur open en zie ik die onbereikbare vrouw naar buiten komen. Ze stapt in - je hoort die portieren dichtslaan – en rijdt hij weg naar de ultieme vergetelheid. Kijk eens, ik ben gelukkig nooit echt suïcidaal geweest, maar op zulke momenten kon ik de dood ruiken.
O nee, als ik in zo’n stemming was en ik dacht: wat zullen we eens opzetten? Dan dacht ik als eerste aan Late for the sky, maar dan werd het Ry Cooder of The Band. Todd Rundgren of Pink Floyd.

 

EXIT

In juni 1975 zag ik Jackson Browne toevallig in Wembley. We kwamen voor the Eagles en hij zong mee op Take it easy, dat hij samen met Glen Frey had geschreven. Er waren 100.000 mensen en ik stond vooraan. Wat wil je? Het was hoogzomer, de zon scheen en ik was uitgelaten. Rond kerst ’76 zag ik Jackson Browne weer, nu in het Congresgebouw in Den Haag, waar hij een subliem concert gaf. Het speelde bijna alles van Late for the sky, precies zoals op de plaat. Maar november was gelukkig voorbij. Ik was met vrienden en zat in een grote zaal met echte mensen, lekker onderuit in een zachte theaterstoel. We deden wie het eerst die schuwe David Lindley zag, die zich ergens in de coulissen ophield, terwijl we zijn snerpende slidegitaar wel hoorden. Farther On en The Late Show deerden mij niet meer, ik genoot met volle teugen, want een paar weken eerder had ik tegen alle wind en regen in toch mijn liefde gevonden. Dus zeg tegen zo’n puber nu nooit dat het vanzelf wel overwaait, maar houd Jackson Browne wel bij hem weg.

Bekijk ook...

©2016 afbeelding door Herman Nijholt

Panis Angelicus

Wij schrijven – pak hem beet – 1963. Na het avondeten mochten Greetje en ik nog even opblijven, terwijl moeder de kleintjes naar bed bracht. Ze had de tafel al afgeruimd, afgewassen en ons – zittend op het koude tafelzeil – met een koud washandje opgefrist. Daarna kregen we de pyjama aan. Buiten was het donker, al voor het avondeten had moeder de overgordijnen dicht getrokken. Vader had na het eten de kolenkachel bijgevuld en een beetje opgepookt. Daarna ging hij in zijn stoel liggen, legde zijn benen op een voetenbankje en schoof genoeglijk onderuit.

Johnny Meier, ooit de beste accordeonist ter wereld

Er is een Amsterdammer doodgegaan

Na het overlijden van Burgemeester Eberhart van der Laan hoorde ik op één van de zenders het dat lied weer voorbijkomen – Er is een Amsterdammer doodgegaan – dat na de dood van Johan zo prachtig werd vertolkt door Kees Prins. Maar wie kent de herkomst en diepgang van dit lied?

McCartney 1970

Misschien ben ik verbaasd

In een documentaire over the Kinks vertelde Noel Gallagher dat Ray Davies met Paul McCartney de beste songwriters waren uit het Verenigd Koninkrijk, dat tegenwoordig overigens behoorlijk verdeeld is. Die voorkeur voor Paul McCartney deed me goed, temeer omdat in het collectief bewustzijn John Lennon er over het algemeen het beste vanaf komt. Ik begrijp dat wel, want ik had hetzelfde tot 1980, toen ik werd bekeerde.