Luc de Vos, Man van Taal

Voske

Toen het hart van Luc de Vos vijf jaar geleden – op 29 november 2014 – plotseling stilstond, weende heel Vlaanderen. En dat terwijl Matthijs van Nieuwkerk in DWDD, waar deze Man van Taal aan tafel werd herdacht, moest bekennen dat hij nog nooit van hem had gehoord, zelfs niet van zijn band Gorki. Dat was op zichzelf weer niet zo vreemd, want in Nederland hadden ze nooit een poot aan de grond gekregen. De verklaring die Peter Vandermeersch hiervoor gaf was, dat zijn teksten wellicht te melancholiek waren voor onze protestantse inborst. Persoonlijk denk ik, dat ook zijn compassie met de verschoppelingen en zijn ontzag voor het mysterie veel te groot waren voor dit barre land.

Er werden beelden getoond uit het BRT Nieuws van uit het lood geslagen voorbijgangers die, ongeacht hun leeftijd, moeiteloos meezongen met Mia, zijn allergrootste hit uit 1991. Enkele dagen later, terwijl zijn kist de St Baafs kathedraal (waar Het Lam Gods van de gebroeders van Eijck hangt) werd binnengedragen, werd door een Gregoriaans koor Mia gezongen. In het Latijn. Némo umquam péribit … (Niemand gaat verloren). Op het volgepakte plein neurieden duizenden nabestaanden met hen mee.

Luc de Vos was een knuffelbeer van het volk, niet alleen door zijn muziek, maar vooral door zijn tegendraadse zachtmoedigheid. Een kwajongen van slechts 52 jaar.
Rick de Leeuw, die ook bij Matthijs aan tafel zat, riep herinneringen op aan de tijd, dat Gorki als voorprogramma met zijn band de Tröckener Kecks door Vlaanderen toerde. Luc nam dien Hollander eens mee naar huis. Hoewel hij al dertig was, woonde hij nog bij zijn moederke, die voor hen kookte, echte frieten met stoofvlees, en in zijn kamer op de rand van zijn jongensbed, speelde hij voor Rick zijn nieuwste liedjes.

De afgelopen zomer las ik in VOS, de ontroerende biografie van Leon Verdonschot, over de onbeholpenheid, waarmee deze wonderlijke man door het leven struikelde. Zelfs toen hij samen met zijn vriendin een huis kocht, wilde hij nog thuis blijven wonen. Hij beloofde zo vaak mogelijk bij haar langs komen, maar dat trok zij niet. Daarom liet hij de volledige inrichting van zijn jongenskamer overbrengen, inclusief de versleten vloerbedekking.

Mia

Toevallig kende ik Gorki wel, dat wil zeggen de cd Hij leeft uit 1993. Maar ook ik had Mia nog nooit gehoord. Na die uitzending raadpleegde ik YouTube en luisterde naar die wonderlijke tekst en die melancholieke stem:

​Toen ik honger had kwam ik naar je toe.
Je zei: Eten kan, als je de afwas doet.
Mensen als jij moeten niet moeilijk doen.
Geef ze een kans voor ze stom gaan doen.

De middenstand regeert het land, beter dan ooit tevoren.
Mia heeft het licht gezien. Ze zegt: Niemand gaat verloren.

Voorlopig gaan we nog even door
op het lichtend pad, het verkeerde spoor.
Mensen als ik vind je overal
op de arbeidsmarkt in dit tranendal.

Sterren komen, sterren gaan, alleen Elvis blijft bestaan.
Mia heeft nooit afgezien, ze vraagt: Kun jij nog dromen.

Het was al in 1991 uitgebracht, toen Gorky in de oude bezetting nog met een Y werd geschreven.
Iedere zin is raak: Eten kan, als je de afwas doet / De middenstand regeert het land / Niemand gaat verloren / Het lichtend pad, het verkeerde spoor / Alleen Elvis blijft bestaan (25 jaar na dato was dit nog steeds de titel van een tv programma op de BRT).

Hij leeft

Enkele jaren geleden stond ik met mijn zoon aan het graf van Luc de Vos, op de begraafplaats Campo Santo in Gent. Het was even zoeken, want de zerk bleek een houten kist te zijn, zonder naam, maar met de tekst: Grand Cru Classé 1962. Toen een school-meester mijn zoon ooit vroeg naar zijn favoriete artiest, had hij gezegd: Piter Wilkens en Gorki. Toen hij peuter was, ging ik in het weekend vaak ’s ochtends vroeg mee naar beneden. Dan draaide ik muziek en ging dan met hem dansen. ‘Wat moet erop?’, vroeg ik dan. ‘Berejager!’, riep hij. Een stevige rocker van Hij leeft. Sssst:

Ik wou dat er iemand bestond op deze wereld, die wou geloven dat ik diep in mijn hart, diep in de kelders van mijn arme zielenleven, net als die schrijver een berejager was …

Een verwijzing naar Karl May, maar wellicht meer. Ooit antwoordde Luc de Vos op de vraag of hij gelukkig was: ‘Geluk is iets voor vrouwen en kinderen.’ Ziedaar, de levenshouding van een complexe ziel. De wereld was een woestenij en Luc de Vos was een soldaat aan het front, een jager op de berg, die de verschrikkingen van het leven onder ogen zag, om vrouw en kind daarvoor te behoeden.

​Het is misschien gek, maar het heeft jaren geduurd, voor ik me realiseerde dat veel van zijn teksten helemaal niet rijmen. Dat komt omdat ze niettemin sluiten als een fles. Neem nu Beste Bill, wat mij betreft het allermooiste van de cd Hij Leeft, Hooglied van het menselijk tekort, waarin troost op het hoofdaltaar wordt gelegd, ook al doet het steeds weer pijn. Stel je voor, op straat word je aangesproken door een grote man, die een arm om je schouders legt en zegt:

Beste Bill, ik zag daarnet je vrouw, en ze zei dat je langzaam impotent wordt. Is dat waar, arme beste kerel? Wie zal je troosten als je vruchteloos verlangt?

Beste Bill, je wou dat je kon zeggen, dat je hevig dit leven had geleefd. En dat je een man was, vrij en zonder schulden en dat je slimmer dan je ouders was geweest. En je wou dat je kon zeggen, dat dit drijven, dat dit niet jouw stijl is, maar de stilte voor de storm. En dat je muren kan breken, ijzer kan smeden als het brandt vanbinnen.

Beste Bill, ik zag daarnet je vrouw en ze zei dat je langzaam impotent wordt. Is dat waar, arme beste kerel? Wie zal je troosten als je vruchteloos verlangt?

[En dan die laatste regels: ]

Begrijp jij die mensen die op feesten de overwinning vieren van het leven op de dood? En die de kansen grijpen waar ze liggen en die altijd weten wat ze doen?

​De sacrale productie vind ik prachtig, maar het was niet zijn idee. De producer wilde het zo, en natuurlijk ging hij er niet tegenin, want zo was hij. De volgende keer nam hij gewoon een andere producer, en probeerde die nummers te vergeten. Pas jaren later in Café Corsari liet hij horen hoe hij het eigenlijk had bedoeld: geen barok maar rock ’n roll.

Bekijk ook...

Beniomino Gigli

Panis Angelicus

Wij schrijven – pak hem beet – 1963. Na het avondeten mochten Greetje en ik nog even opblijven, terwijl moeder de kleintjes naar bed bracht. Ze had de tafel al afgeruimd, afgewassen en ons – zittend op het koude tafelzeil – met een koud washandje opgefrist. Daarna kregen we de pyjama aan. Buiten was het donker, al voor het avondeten had moeder de overgordijnen dicht getrokken. Vader had na het eten de kolenkachel bijgevuld en een beetje opgepookt. Daarna ging hij in zijn stoel liggen, legde zijn benen op een voetenbankje en schoof genoeglijk onderuit.

Like a hurricane! (1976)

Vervolg op Neil Hier! (1976) waarin ik vertelde, dat ik op 26 maart 1976 in de Edenhal stond. De lichten gingen uit … … en plotseling doemde daar wankel een man met lang haar en opgelapte kleren op, die zich met de blik op de grond een weg zocht langs de kabels en het instrumentarium. We juichten! Dat was hem! Dat was Neil Young! Hij was het echt!

Een slim varken

Roy Buchanan - Pointless

Zoals vaak keek ik naar de Pointless, een quiz op de BBC. Een ouder echtpaar - mijn favorieten - waren op ongelukkige wijze in de tweede ronde uitgeschakeld. Ik deed mijn beklag bij mijn vrouw, die in de keuken net de tagliatelle bij de saus gooide. ‘Het eten is klaar,’ zei ze. Ik griste twee bor-den uit de kast, schepte eentje vol en spoedde mij weer naar de bank. ‘Hoef je geen mes?’ - ‘Nee, waarom?’