Meisjes! Raymond van het Groenewoud

De Belgische Hollander

Toen ik de Standaard van Spits op mijn verjaardag kreeg viel het me op, dat behalve het genre levenslied ook de belangrijkste Belgen ontbraken: Luc de Vos (Gorki) en Raymond van het Groenewoud. Ik stuurde hem meteen een brief om hem op deze omissie te wijzen. Die brief kwam aan want in de tweede editie nam hij van beide een liedje mee. Van Raymond: Twee Meisjes. Ik denk niet dat Frits Spits gevoel voor Rock ’n Roll heeft.

Robbie Robertson werd op zijn vijftiende gitarist van Ronnie Hawkins & the Hawks. Ronnie beloofde hem: ‘You won’t make much money, but you’ll see more pussies than Frank Sinatra.’
Bonnie Raitt had rood haar en verbrandde levend op het strand. Zij kocht een gitaar en bleef binnen.
Joe Jackson had astma en kon niet meedoen met voetballen. Daarom ging hij piano spelen.
Raymond van het Groenewoud was klein en lelijk. Zijn enige verweer was grappig zijn. Hij beklom het podium, opdat de meisjes hem zagen staan.
Er zijn ongelooflijk veel redenen om muziek te maken.

In 1980 voelde ik mij gelukkig en onbelast, althans achteraf bezien. Ik was verliefd en woonde sinds een paar jaar samen. Ik had leuk werk, was manager van een bandje en richtte een tijdschrift op. In die tijd was ik lid van de KRO, op grond van hun Radio 3 programmering op de woensdag. Ik herinner me nog Peter van Bruggen met Het Weeshuis van de Hits (‘1980, Rod Stewart bij Dokkum vermoord’), Radio de Zwarte Roos met Anne van Egmond (‘Pak nog eens een plaat uit de kast met de platte borden’), de Noenshow met Hubert van Hoof en een piepjonge Robert ten Brink (‘Hubert, waar zit je!’). Die heerlijke woensdag begon en eindigde met Vincent van Engelen. Hij had de allermooiste stem om mee wakker te worden. Niet het geschreeuw van Sander de Heer of Gerard Eckdom. Het aanslaan van de wekkerradio was het eerste geluksmoment van de dag. En Vincent van Engelen sloot de dag af met Rocktempel, waarin live concerten nagenoeg integraal werden uitgezonden. Vaak liet ik een cassettebandje meelopen, ook bij het Pink-pop-concert van Raymond van het Groenewoud.

Het was niet de eerste keer dat ik hem hoorde, maar het was wel voor het eerst dat Raymond van het Groenewoud indruk op mij maakte. Het eerste dat mij opviel was, dat het rock ’n roll was, echte popmuziek in elk geval, en de teksten waren Nederlands. In Muziekkrant Oor las ik, dat hij in België een Hollander was (zijn vader was Nederland destijds ontvlucht, om zijn krijgsdienst in Indië te ontlopen). En in Nederland was hij een Belg. Ook las ik dat hij een idool had, Lou Reed! Tijdens die uitzending van Rock-tempel werd ik gegrepen door de melancholie van Je veux l’amour. De tekst is bijdehand, maar de blues komt uit zijn tenen. Zijn beperkte stem is zeer geschikt om pijn en passie te laten horen.

Meisjes

Toch beklijft Meisjes het langst. Het is een heerlijk hard rock ’n roll nummer uit 1977 en absoluut 0% Lou Reed. Lou Reed schreef I’m waiting for my man, het meest elementaire rock ’n roll nummer, dat ik ken. Lou schreeuwde nooit, hij gooide er nooit een macho gitaarsolo uit, en hij was nergens rommelig. Dat alles doet Raymond in Meisjes juist wel. Heerlijk.

  Meisjes, ze maken ons kapot meneer
  Ze maken ons zo zot meneer, mmm meisjes 
  Meisjes, ze zijn toch zo bizar meneer
  Ze komen zelden klaar meneer
  Statitistieke meisjes

  Olalala meisjes, ze komen goed van pas
  Olalala meisjes, ik wou dat ik er één was
  Mamijmoemiemeisjes, ze komen goed van pas
  Olalala meisjes, neem me mee, neem me mee

Het is geen briljante tekst, maar hij zit er bovenop. Dit is het! Wham! En – ik kan het niet helpen -  steeds moet ik weer denken aan dat kleine verlegen jongetje met zijn apekoppie in een hoek van het schoolplein. Alle mooie meisjes liepen hem voorbij. Toen was hij op het podium geklommen, hij had een Fender Stratocaster om zijn nek gehangen en een rij pedalen naast de microfoonstander gelegd. En toen zong hij, toen schreeuwde hij ze toe, neem me mee, neem me mee …
Daar had hij het bij kunnen laten, maar na een onbestemde overgang volgt er nog een slotakkoord.

  Meisjes zijn 't allermooist op aard
  Niets dat hun schoonheid evenaart
  Zeg dat Van 't Groenewoud het gezegd heeft

Dat is macho en passie, of niet soms? En hij herhaalt het eindeloos, als een mantra. En dan komt er ook nog een koor bij om het te scanderen, alsof alle mooie meisjes in de zaal meezingen. En reken maar dat er bij liveoptredens werd meegezongen! Verdomme, daar deed hij het voor. En voor de muziek natuurlijk. Dat is evident, maar niet relevant voor dit verhaal.
Op de burelen van de KRO, lees ik nu, vond men destijds dat dit niet op de radio mocht, want ze komen zelden klaar, meneer. En ze komen goed van pas. Ik vraag me af of ze ook zo kieskeurig naar Engelse teksten luisterden, maar die discussie moeten we hier maar niet voeren. Dat heb je nu eenmaal met Nederlands. Je kunt het niet alleen verstaan, je moet er wel naar luisteren. Ieder voordeel heb z’n nadeel, zullen we maar zeggen. Vincent van Engelen trok zich hier in 1980 gelukkig niets van aan.

Een paar jaar later nam ik de laatste Rocktempel op. Het was een aaneenschakeling van hoogtepunten, speciaal voor Vincent samengesteld door zijn maatje Harry de Winter. Die maakte zich openlijk kwaad, dat Van Engelen door de KRO te oud werd bevonden voor Radio 3. De volgende dag heb ik mijn lidmaatschap opgezegd. Dat alles viel ongeveer samen met het einde van mijn zorgeloze jaren, al sluit ik enige verdichting van de werkelijkheid niet uit. Het gaat om het verhaal. Altijd.

Twee meisjes

Ook Raymond van het Groenewoud verdween van mijn radar. Ach ja, hij kwam in ’81 met een Cha cha cha en tien jaar later met een gospel in Liefde voor muziek. Leuk, grappig, niks dus. Geen rock ’n roll! In 1990 kocht ik een verzamelaar. Toen ik aan dit boek begon, had ik die al zeker twintig jaar niet meer had gedraaid. Ik was hem vergeten, ik was ook bijna vergeten dat Meisjes echt een lekkere song is, met een dampende tekst en een geile gitaar.
Maar – ik begin ieder verhaal met een oppervlakkig rondje research – gisteren struikelde ik zomaar over een liedje dat Twee Meisjes heet. Het is van 1996 en heeft niets met Meisjes te maken. Ik kan me niet herinneren, dat ik het ooit eerder heb gehoord. Nationalistische elementen in Hilversum draaien dus wel gewoon Gordon en Gerard Jolink, terwijl Nederlandstalig materiaal uit België wordt genegeerd. In België is Mia van Gorki gemeengoed en wordt jaren achtereen Twee Meisjes als Beste Belgische Lied verkozen. Plaatsvervangende schaamte is hier op zijn plaats.

Het is dus 1996. Raymond van het Groenewoud ligt op het strand aan de Lago Magiore. Hij is weer verlegen en al lang niet meer zo rock ’n roll. Hij ontwaakt uit een halfslaap, met kwetterende kinderen en kabbelende golfjes op de achtergrond. Half verblind ziet hij twee jonge meisje en hij zingt:

  twee meisjes op het strand
  ze lezen modebladen
  ze kijken in het rond
  ze dromen van een prins

  ze zoeken in hun tas
  ze wijzen naar de foto's
  ze schudden met hun haar
  ze praten met een vriend

  twee meisjes op een plank
  gedragen door de golven
  het branden van de zon
  de wijzers houden op

Ingetogen en monotoon, klein geschreven, 100% Lou Reed uit Vlaanderen. Het is een ontroerend beeld, dat iedereen herkent. Meisjes gezien door een zonnebril. Twee meisjes, die je dochters hadden kunnen zijn. Maar als je ervan af blijft, mag je toch verdorie nog wel van al die schoonheid genieten?! Dan volgt:

  de dag brengt ouderdom
  de nacht brengt vreemde uren
  de deken is zo zwaar
  een bladzijde slaat om

Een werkelijk prachtige strofe, die ik voor in mijn bundel Tekst op Muziek heb afgedrukt als een motto. Waarvan? Ik lees op dit moment van Jan Donkers Rock ’n roll voorbij de midlife crisis. Hij is 70, ik ben 60 en Raymond was toen 46. Jan Donkers heeft het moeilijk met zijn ouderdom, niet alleen vanwege fysieke ongemakken, maar vooral omdat de meisjes hem niet meer zien. Raymond zingt over die Meisjes na de midlife crisis. Als hij de laatste woorden heeft gezongen, is het lied nog maar op de helft. De band gaat nog een tijdje door, zonder dat er veel gebeurt, zoals Mia van Gorky ook nog een tijdje door loopt, en dan … verdomd, dan knijpt hij er toch nog een scherpe solo uit. ‘Kijk eens wat ik nog kan! Met een petje op mijn kale kop en een zonnebril zie ik best nog goed uit. Alleen mijn vrouw ziet dat ik mijn buikje inhoud.’

Voor de goede orde, ik heb het nog steeds over het Lago Magiore, over 1996 en over Van het Groenewoud. Bij Jan Donkers en mij is er geen houden meer aan. Wij zijn een man op leeftijd, behalve in onze dromen. Punt.

Bekijk ook...

Wobbe van Seijen, platendealer

Platenzaak Bij de Put (1985)

Voor ik weer verder ga met mijn roman in wording, moet ik je eerst iets anders vertellen. Ik naderde vanmiddag een dood punt in de tekst, dus besloot ik even de deur uit te gaan. Het Fries Koffiehuis is voor onbepaalde tijd gesloten – hopelijk niet te onbepaald – maar ik heb nog een vast vrijdagmiddagstekkie: platenzaak Bij de Put aan de Wirdumerdijk, waar ik elke week twee LP’s koop.

Cowboy Jimmy en zijn paard Sunshine

You are my sunshine

Omdat er zaterdag niets op tv was, drukte ik de dvd van ‘O Brother where art thou’ maar weer eens in de player. Eén van de redenen, waarom ik van deze film houd, is de prachtige rootsmuziek. Drie ont-snapte gevangenen en een ‘darkie’, scoren in de film als The Soggy Bottom Boys een hit met Man of constant sorrow. Maar er zit ook blues en gospel in, plus één mega-oorwurm, die sinds zaterdag in mijn kop zit.

Nils Lofgren 1995

Heino is niet bepaald het centrum van de wereld, maar op 4 november 1995 – de nacht dat Yitzhak Rabin werd vermoord - speelde Nils Lofgren in het plaatselijke muziekcentrum. Ik legde twee tientjes neer en kreeg een stempel op de rug van mijn hand. Kees wilde eerst zijn jas afgeven. Ik liep door, op zoek naar de zaal, en trok per ongeluk de deur naar de toiletten open. Iets vertraagd drong tot mij door, wat ik binnen had gezien, ...