Misschien ben ik verbaasd

Dedicated follower of fashion

In een documentaire over the Kinks vertelde Noel Gallagher dat Ray Davies met Paul McCartney de beste songwriters waren uit het Verenigd Koninkrijk, dat tegenwoordig overigens behoorlijk verdeeld is. Die voorkeur voor Paul McCartney deed me goed, temeer omdat in het collectief bewustzijn John Lennon er over het algemeen het beste vanaf komt. Ik begrijp dat wel, want ik had hetzelfde tot 1981, toen ik werd bekeerde.

Laten we eens teruggaan naar 1970. Op een dag – volgens Wikipedia 10 april 1970 – kwam Bauke Blaauw lijkbleek op school. Hij had op de radio gehoord dat Paul McCartney uit de Beatles was gestapt. Dat was het einde, het einde van de wereld waarin hij woonde en dat maakte diepe indruk op mij. Ik hield ook van muziek, hartstochtelijk zelfs, maar Bauke’s liefde voor the Beatles had een existentiële kant. Het leek een religie.

Op die fatale dag wisten wij natuurlijk nog niet dat alle vier de ex-Beatles nog datzelfde jaar al met hun eigen platen zouden uitkomen. George Harrison scoorde de grootste hit met My Sweet Lord, maar werd van plagiaat beticht. John Lennon kwam in de Veronica Top 40 met Mother, gevoed door een primal scream therapy, waarmee hij de spoken van zijn jeugd trachtte uit te drijven. Artistiek prijzenswaardig, zeer diep, maar niet dansbaar of aangenaam. Ringo vergeten we maar even en McCartney weigerde – maar dat lees ik nu pas – om van zijn eerste solo-LP een single uit te brengen, ondanks het feit dat Maybe I’m amazed in de US en UK veel op de radio te horen was.

In mijn puberteit had je lang haar, je las Hesse en je was gewoon links. Of je was een zuurtje bij de boodschappen. En Lennon wilde de wereld verbeteren, hij sprak zich uit tegen onrecht en Imagine is inmiddels veel meer dan een liedje. McCartney kwam ook wel met leuke muziek, maar in 1972 bracht hij Mary had a little lamb, een kinderversje!  Bovendien had hij toch the Beatles opgeblazen? Nee, Lennon was nummer 1, dat was toen de algemene opinie en ik sloot me daarbij aan.

Bami-schijf

In 1981 woonde ik in Leeuwarden. Iedere vrijdagmiddag kwam ik vroeg uit mijn werk en liep ik strak in de kleren rond half vier de stad in. Het leven lachte mij toe. Mijn vaste route was: Platenzaak Bij de Put voor twee LP’s, Het Fries Koffiehuis voor bier en vriendschap en om zeven uur terug naar mijn geliefde. Maar af en toe sneupte ik ook wel eens door de singels op bij een zaakje in tweedehands platen op de Kelders. Op een dag vond ik daar Maybe I’m amazed van Wings. Dat kende ik niet, al kwam de titel mij vaag bekend voor.

‘Toch niet zo’n schijtplaat als Mull of Kyntyre?’, vroeg ik aan de jongen achter de toonbank. Hij verzekerde me dat dit echt andere koek was, dus nam ik het mee. Een piek deed geen pijn, daarvoor trok je ook een bami-schijf uit de muur, en die had je in drie minuten op.

Toen ik die avond thuiskwam stond de tv aan, dus hoorde ik de volgende ochtend voor het eerst van mijn leven Maybe I’m amazed, live van het album Wings over America uit 1976 [achteraf gezien had ik het in 1970 al van Fickle Pickle gehoord, maar dat was ik toen vergeten]. Ik werd eerst gevloerd door de hartverscheurende schoonheid en vervolgens door het onverdraaglijke besef, dat ik voor hetzelfde geld een bami-schijf uit de muur had getrokken en Maybe I’m amazed misschien wel nooit had gehoord. Ik stel me voor, dat ik het plaatje nog een paar keer heb gedraaid, net zo lang tot ik erbij kon zitten om nu eens echt te luisteren.
Wat me onmiddellijk greep was die noodzaak, de noodzaak om te verklaren, wat hij wilde zeggen. Iets over liefde. Eigenlijk is het heel simpel, maar het verveelt geen moment. Het is een pianoballad, maar heeft niets te maken met mooi-zingerij in Let it be of Yesterday. Hij scheurt het hart uit zijn lijf.
Tot tranen toe geroerd – weet ik niet meer precies maar, maar is weleens gebeurd – liep ik naar de keuken:
‘Heb je dat gehoord! Is het niet geweldig!?’ Vragen naar de bekende weg, is ook een manier om te zeggen dat je gelukkig bent.

Publieke relaties

Later kocht ik ook Ram, nog steeds mijn favoriete solo-Beatle plaat, en Band on the run. Daar is het bij gebleven, maar ik vind dat je een artiest moet beoordelen naar zijn beste werk. Onlangs verklaarde sir Paul desgevraagd, dat hij na zijn dood het liefst zou worden herinnerd door juist Maybe I’m amazed.

Maar toen ik me inlas, in de oorsprong van dat liedje, kwam ik erachter dat de oorsprong midden in de gapende wond ligt, die het ontbinden van the Beatles achter liet. Onderhand is wel bekend dat niet McCartney de Beatles om zeep hield, maar Lennon een half jaar eerder. Maar om commerciële redenen werd besloten dat ze voorlopig niets naar buiten zouden brengen. Abbey Road zou een week later worden uitgebracht, en de LP Get Back moest ook nog worden afgemaakt. Ironisch genoeg werd die later omgedoopt tot Let it be. Laat maar zitten.
Maar goed, McCartney trok zich gedesillusioneerd in Schotland en deed de deur op slot, waardoor andermaal het gerucht circuleerde dat hij dood was en zo voelde het ook. Want stel je voor, sinds zijn schooltijd was hij nooit iets anders geweest dan een Beatle. En nu lag dat bandje in coma en niemand mocht het weten. Het was liegen of onderduiken. Hij gleed weg in een diepe depressie.
Het was Linda, die hem weer op de been bracht, door hem te motiveren aan een carrière na the Beatles te gaan denken. In het geniep nam hij thuis een paar nieuwe liedjes op en dat werkte. Zij had hem tot leven gewekt, en uit dankbaarheid over zoveel liefde schreef hij Maybe I’m amazed, het enige liedje op die soloplaat dat echt iets voorstelt. Om dat op te nemen boekte hij een studio bij Abbey Road onder de naam Billy Martin en speelde alle instrumenten zelf. Misschien wel met een bivakmuts over zijn kop.

Eén ding staat in elk gevast vast, als Paul McCartney een genie is, dan toch niet op het gebied van Public Relations. Want toen na het verschijnen na Let it be ook McCartney zou worden uitgebracht, belegde hij een persconferentie om zijn plaat te promoten. Op een aantal scherpe vragen antwoordde hij oprecht. Hij zei niet expliciet dat the Beatles uit elkaar waren, maar dat stond de volgende dag wel met grote koppen in de krant. Hij speelde de vermoorde onschuld, maar later bleek dat hij alle vragen voor de persconferentie zelf had geschreven. Daarmee schoot hij zichzelf in de voet, hij riep niet alleen de woede van de andere drie over zich af, maar ook van de fans. En zoiets blijft aan je kleven.

Wat ook blijft is de muziek. Gewoon ogen dicht en luisteren.

Bekijk ook...

Johnny Meier, ooit de beste accordeonist ter wereld

Er is een Amsterdammer doodgegaan

Na het overlijden van Burgemeester Eberhart van der Laan hoorde ik op één van de zenders het dat lied weer voorbijkomen – Er is een Amsterdammer doodgegaan – dat na de dood van Johan zo prachtig werd vertolkt door Kees Prins. Maar wie kent de herkomst en diepgang van dit lied?

Love and Affection - Joan Armatrading

‘Vloek niet zo!’, maande mijn vrouw streng en ze had gelijk. Ik meende zelf ook, dat ik die katholieke jeugdzonde achter me had gelaten. Maar aan een lantaarnpaal op de Sinnebuorren in Joure zat een aankondiging gekleefd: Joan Armatrading kwam in de Oosterpoort. Na het geluksprongetje, zag ik dat de datum enkele dagen achter mij lag en toen floepte het eruit.

Leon Redbone, artwork

My walking stick - Leon Redbone

Soms denk ik nog wel eens aan die schooljongen uit Zwaagwesteinde. Wat zou er van het zijn geworden? Ik zag hem voor het eerst vanuit het raam van mijn opzichterskeet in de Hollanderwijk ten tijde van de renovatie. Iedere dag liep hij van het station naar de MTS. Eén van de bekende gezichten op straat, maar ik had hem voor een oude man aangezien. Dat was niet zo gek, want hij kleedde zich als een oude man met een lange grijze winterjas en een hoedje. Hij liep ook wat stram en droeg zijn aktetas aan het handvat.