Never Never Land

Van California naar Hulshorst

Zeg het maar, als ik naar de muziek van Michael Jackson luister, ben ik dan medeplichtig? En zo ja, geldt dat voor al zijn muziek, of alleen voor wat hij na die vermeende pedofiele activiteiten heeft gemaakt? Ik bedoel, mag Thiller nog wel, maar Earth Song niet meer? Toevallig is dat wel mijn favoriet. In elk geval wordt met het verschijnen van de documentaire Leaving Neverland de roep om een muzikale brandstapel steeds groter. In talkshows wordt op de consument en de radiostations een dringend moreel appèl gedaan.

Het tegenargument is niet sterk, maar wel ontstellend lang. Ik bedoel de eindeloze lijst met boeken in de fik, cd’s over de spijker, schilderijen door de shredder en kathedralen onder de sloopkogel, als je tenminste alle kunst van foute kunstenaars zou willen elimineren. Ik denk dan meteen aan the Dixie Chicks, die door de Bush-furie uit de lucht werden geschoten, omdat ze kritiek hadden. Dat is natuurlijk niet netjes van mij, want Bush was natuurlijk zelf fout. Vind u toch ook?

Persoonlijk vind ik dat iedereen vooral zelf maar moet weten, waar hij of zij naar luistert of kijkt. Maar natuurlijk kan ik het mij ook levendig voorstellen, als u na het zien van die documentaire onpasselijk wordt bij het horen van Billie Jean. Ook wij onschuldigen zijn maar mensen. Maar laat mij u dan toch eens meenemen naar de Veluwe. Nabij het dorpje Hulshorst ligt een verlaten stationnetje tussen de bomen.

Gerrit Achterberg

Het was in café Stevens in Amsterdam, dat mijn vriend Kees mij vroeg, waar ik mee bezig was.     
‘Ik zit te denken aan een experiment,’ zei ik lukraak, ‘een boekje schrijven over één gedicht, gewoon eens kijken hoever ik daarmee kom.’
‘En heb je gedicht op het oog?’
‘Nee, maakt me niet uit. Misschien dat gedicht Hulshorst, dat je mij laatst stuurde.’
‘Maar moet je daarvoor geen verstand van poëzie hebben?’, vroeg hij toen.
‘Als ik zo’n gedicht kan lezen, en als ik ervan geniet, dan zou dat genoeg moeten zijn. Het is een persoonlijke benadering. Dat is juist het experiment,’ antwoordde ik.

Het vervelende is, als ik zoiets zeg, dan moet dat ook gebeuren. En zo kwam het, dat ik mij ging verdiepen in de dichter Gerrit Achterberg. Op school had Greydanus verteld dat Achterberg gek was en zijn hospita had vermoord. In die tijd klonk dat best stoer, zelfs rock ’n roll, en dat krankzinnigheid en kunstzinnigheid uit hetzelfde vat worden getapt, had ik allang begrepen. Maar toen ik me begon in te lezen, schrok ik me lam. Die hospita werd dus vermoord, omdat ze probeerde te verhinderen dat Gerrit haar veertienjarige dochter zou verkrachten onder bedreiging van een pistool. En dat het zover was gekomen, kwam doordat men bij alle voorgaande verkrachtingen en geweldplegingen steeds een schandaal wilde voorkomen en dus niet doorpakte. Na die moord kreeg hij tbs met dwangverpleging, waardoor hij zich volledig op de poëzie kon storten. In die tijd schreef hij ook Hulshorst. En toen hij na twintig jaar vrijkwam, werd hij door de literaire wereld op handen gedragen. Al zijn vrienden kenden zijn verhaal. Ze wisten dat hij nog steeds niet spoorde als hij zijn pilletje vergat – wat geregeld gebeurde – maar ze waren betoverd door zijn poëzie.
‘Na die eerste verkrachting, hadden ze hem in een volksgericht moeten doodschoppen,’ appte ik aan Kees, ‘maar dan was Hulshorst nooit geschreven.’

Zijn biografie werden geretoucheerd, onthullende publicaties werden genegeerd, en zo staat Gerrit Achterberg nog steeds te boek – met een kleurrijke kanttekening – als één van de grootste dichters uit ons taalgebied. En terecht, want dat is hij ook.

Een gedicht

Hulshorst, als vergeten ijzer

is uw naam, binnen de dennen

en de bittere coniferen,

roest uw station;

waar de spoortrein naar het noorden

met een godverlaten knars

stilhoudt, niemand uitlaat,

niemand inlaat, o minuten,

dat ik hoor het weinig waaien

als een oeroude legende

uit uw bossen: barse bende

rovers, rans en ruw

uit het witte veluwhart.

 

Louter en alleen omdat ik mij had voorgenomen om dat boekje te schrijven, bleef ik het gedicht lezen, dwars door alle gruwelijkheden, dwars door mijn gewetenscrisis heen, totdat ik het uit mijn hoofd kende en het met de ogen dicht voor het slapen gaan kon opzeggen. In de Prisma bloemlezing, die ik rond mijn 25e kocht, stond de titel al onderstreept. Wat mij bij die eerste lezing onmiddellijk trof was het ritme, de toon en die prachtige woorden. Omdat een directe betekenis zich niet onmiddellijk aandiende, vermoedde ik een mysterie en liet het daar toen bij. Vergeet niet dat ik heel lang misdienaar ben geweest. Als kind werd ik al betoverd door het Kerklatijn, dat ik onmiddellijke geloofde, juist omdat ik het niet begreep.
Maar voor mijn boek zag ik in dat gedicht na 10, 20, 40 keer lezen steeds weer nieuwe beelden en mogelijkheden. En de schoonheid verbleekte niet. In tegendeel. Het gedicht schoot vol in bloei met een veelkleurig palet van beelden en mogelijkheden. En steeds als ik het probeerde te pakken, vloog het weer op. Tenslotte beschreef ik voor mijn verhaal een originele betekenis, die het geheim van Gerrit Achterberg leek te ontsluiten, want ieder boek moet een eind hebben, maar onder ons gezegd: dat was ook maar één van de mogelijkheden.

Schoonheid

Toen ik zover was, stelde ik Kees per Whatsapp die existentiële vraag:
‘Is een gedicht van een immoreel mens, niet per definitie immoreel?’
‘Bedoel je het gedicht dat Achterberg schreef, of het gedicht dat jij leest?’, antwoordde hij.
‘Is dat dan niet hetzelfde?’, appte ik terug.
Daarna bleef het stil – mijn vriend gaat vroeg onder de wol – dus nam ik die laatste vraag tenslotte mee naar bed. Dat is het, dacht ik toen in het aardedonker, zodra het is geschreven is een gedicht van iedereen. De dichter gaat dicht, zijn woord leeft voort.
‘Wat is er,’ vroeg mijn vrouw, toen ik uit bed sloop.
‘Even iets opschrijven,’ fluisterde ik.   
‘Voor je werk?’
‘Ja,’ zei ik. Ik wilde haar niet onnodig uit de slaap houden.

 

[From the musical Peter Pan door Todd Rundgren:

… just think of pleasant things
And your heart will fly on wings, forever in
Never never land
.]

Bekijk ook...

Herman & Hedzer

De laatste dans: Listening wind (1987)

Mijn vrouw was al naar bed. De kleine sliep, maar ik was onrustig, die laatste zomer in de stad. Het oude huis, dat naar mij rook als een oude trui, gaf niets terug. Ik trok mijn witte laarsjes aan en, vooruit, deed nog eenmaal mijn gouden sjaal om. Voorzichtig trok ik de deur achter mij dicht en snoof de avondlucht diep in mijn longen. Met verende tred, op zoek naar mijn ritme, liep ik naar het centrum.

Kleine Saskia

Toen ik op de HTS nieuwe vrienden ontmoette, maakte ik ook kennis met andere muziek, Amerikaanse muziek, waar ik onmiddellijk van hield. Dylan, Neil Young, Jackson Browne. Maar de meeste indruk maakte the Band. De muziek was rauw en puur, anders, onbegrijpelijk en tegelijk geworteld in traditie. Ze zagen er anders uit. Ze hadden drie zangers, wisselden voortdurend van instrument en zongen over andere dingen.

Michael & Gerrit

Never Never Land

Zeg het maar, als ik naar de muziek van Michael Jackson luister, ben ik dan medeplichtig? En zo ja, geldt dat voor al zijn muziek, of alleen voor wat hij na die vermeende pedofiele activiteiten heeft gemaakt? Ik bedoel, mag Thiller nog wel, maar Earth Song niet meer? Toevallig is dat wel mijn favoriet. In elk geval wordt met het verschijnen van de documentaire Leaving Neverland de roep om een muzikale brandstapel steeds groter.