Nils Lofgren 1995

Shit

1995 - Heino is niet bepaald het centrum van de wereld, maar op 4 november 1995 – de nacht dat Yitzhak Rabin werd vermoord - speelde Nils Lofgren in het plaatselijke muziekcentrum. Ik legde twee tientjes neer en kreeg een stempel op de rug van mijn hand. Kees wilde eerst zijn jas afgeven. Ik liep door, op zoek naar de zaal, en trok per ongeluk de deur naar de toiletten open. Iets vertraagd drong tot mij door, wat ik binnen had gezien, dus ging ik alsnog naar binnen. In het voorportaal stond een klein donker ventje met een centenbak.
‘Hey Nils!’,  zei ik met uitgestoken hand. ‘How do you do?’
Hij glimlachte vriendelijk, maar een zekere nood was van zijn gezicht af te lezen.
‘Fine, just fine.’
‘Last time we met was 20 years ago. In Paradiso Amsterdam.’
‘20 years ago? Man, that’s a long time ago.’
‘Yes. And a memorable night it was!’
In alle opzichten. Nils was in die jaren gehyped, nadat Neil Young hem had ontdekt. Constant Meijers schreef in Muziekkrant OOR dat hij één van de groten zou worden. Het liep allemaal anders. Af en toe mocht hij anoniem met Springsteen meespelen. 20 jaar geleden was ik met Kees in zijn kleedkamer geweest. Nils was toen knetter stoned van de hasj en het succes. Voor Kees had hij een poster getekend met To Case.
Op dat moment werd er achter mij doorgetrokken en sloeg er een deur in mijn rug.
‘Beg your pardon,’ zei de artiest met afgeknepen stem.
Maar ik dacht aan Kees en haalde een pen en een oude envelop tevoorschijn.
‘A second … can I have your autograph, please?’
Vertwijfeld nam hij mijn pen aan.
Op dat moment kwam er een jongen binnen, die meteen het vrije toilet binnen liep.
‘Shit,’ siste Nils en hij vertrok. Met mijn pen!

 

Eerder gepubliceerd in de bundel De Juiste Dosis ©2013

Bekijk ook...

Herman & Hedzer

De laatste dans: Listening wind (1987)

Mijn vrouw was al naar bed. De kleine sliep, maar ik was onrustig, die laatste zomer in de stad. Het oude huis, dat naar mij rook als een oude trui, gaf niets terug. Ik trok mijn witte laarsjes aan en, vooruit, deed nog eenmaal mijn gouden sjaal om. Voorzichtig trok ik de deur achter mij dicht en snoof de avondlucht diep in mijn longen. Met verende tred, op zoek naar mijn ritme, liep ik naar het centrum.

Jett Rebel in de Oosterpoort

Jett Rebel - a pinball wizzard

‘En?’, zul je vragen, ‘hoe was Jett Rebel?’ ‘In één woord: indrukwekkend!’, is mijn antwoord en als je niet verder vraagt, zou ik het daarbij kunnen laten. O, begrijp me goed, ik meen ieder woord. Die jongen kan zoveel. Naast zijn muzikale veelzijdig-heid is hij ook nog een uber-entertainer. Misschien is er wel niemand op de Nederlandse podia, die zoveel kan als Jett Rebel.

©2016 afbeelding door Herman Nijholt

Panis Angelicus

Wij schrijven – pak hem beet – 1963. Na het avondeten mochten Greetje en ik nog even opblijven, terwijl moeder de kleintjes naar bed bracht. Ze had de tafel al afgeruimd, afgewassen en ons – zittend op het koude tafelzeil – met een koud washandje opgefrist. Daarna kregen we de pyjama aan. Buiten was het donker, al voor het avondeten had moeder de overgordijnen dicht getrokken. Vader had na het eten de kolenkachel bijgevuld en een beetje opgepookt. Daarna ging hij in zijn stoel liggen, legde zijn benen op een voetenbankje en schoof genoeglijk onderuit.