Platenzaak Bij de Put (1985)

Brief aan een vriend

Leeuwarden vrijdag 24 mei 1985

Goede vriend,

Voor ik weer verder ga met mijn roman in wording, moet ik je eerst iets anders vertellen. Ik naderde vanmiddag een dood punt in de tekst, dus besloot ik even de deur uit te gaan. Het Fries Koffiehuis is voor onbepaalde tijd gesloten – hopelijk niet te onbepaald – maar ik heb nog een vast vrijdagmiddagstekkie: platenzaak Bij de Put aan de Wirdumerdijk, waar ik elke week twee LP’s koop.
Eerst haalde ik op de markt een broodje haring (eigenlijk deed ik dat naderhand, maar zo past het beter in mijn verhaal. We hebben de realiteit tenslotte gekregen, om er iets nuttigs mee te doen. Welaan). De haring was niet zout genoeg, het broodje was droog en het weer was, aldus de vrouw van het kraampje, goed fout.
Toen naar mijn platendealer: Wobbe van Seijen. Popmuziek beluisteren, platen kopen, het hoort allemaal bij mijn dagelijks bestaan, maar toch ben ik van mening dat de waarde van muziek op de lange duur vooral schuilt in de zeldzame momenten van koude rillingen, plotseling opgierend geluk, kortom in vinyl geperste of lijf gebrachte emotie, het aardse geluid van de Stem God’s. Hij spreekt tot ons in onze eigen taal, staat ergens geschreven. Voor de één is dat Johannes Paulus II, voor de ander een roekeloos snerpende gitaar.

Ik had het met Harry van der Meer, de rechterhand van platenbaas Wobbe, over de oude muziek die momenteel herleeft. Nu is er altijd wel oude muziek geweest, die tot leven wordt geroepen, maar de tijd is aangebroken dat Onze muziek Nu herleeft. Hij noemde een band die wel wat weg had van Neil Young & Crazy Horse. Hij had die LP niet meer in de zaak, maar belde naar de vestiging aan de overkant – Sound & Vision. Daar stonden nog wel een paar exemplaren. Of er eentje kon worden meegegeven aan een klant, die toch deze kant op kwam. Ik graasde ondertussen een bak met oude jazz af en vond een LP van Billie Holiday, waarvan ik geen enkel nummer kende, maar de hoes was schitterend en de prijs was zeer billijk. Op een zeker moment knalde door de speakers een trage bezielde band met een zanger, die inderdaad wel iets weg had van Neil Young, maar naar mijn smaak toch meer leek op Tom Verlaine. Het klonk lekker smerig en bij het derde nummer begon ik zowaar enthousiast te worden. Nu ben ik tegenwoordig wel wat voorzichtiger met enthousiasme, zeker sinds ik een maand geleden de Legendary Stardust Cowboy zag in Zalen Schaaf. Die werd door de VPRO gehypet, maar het was precies helemaal niets, het meest afgrijselijke concert dat ik ooit heb gezien. Geluid is in de popmuziek de laatste jaren wel erg belangrijk geworden, maar een goede LP bestaat toch in de eerste plaats uit goede songs.

Green on red

‘Green on Red,’ zei Harry veelbetekenend, terwijl Wobbe de LP van de draaitafel nam.
‘Hé, wat doe je nou?’, riep ik. Die sukkel heeft soms vreemde muzikale grillen. ‘Waarom zet je hem af?!’
Dat bracht hem in verwarring. Een meisje, dat voor de toonbank stond, wilde hem kennelijk kopen. Hij wist niet, dat ik ook belangstelling had, zei sorry en vroeg of ik hem wilde hebben. Ik vond hem op het eerste gehoor prachtig, maar had eigenlijk nog niet besloten. Bovendien vond ik het gênant om als vaste klant met zoveel voorrang te worden behandeld. Ik maakte een verontschuldigend gebaar naar het meisje, dat zich door de ontstane situatie ten onrechte schuldig voelde. Ze zei dat ik hem best mocht hebben, maar ik weigerde – nee, nee – zij was de eerste die hem wilde kopen. Als compromis stuurde Wobbe Harry naar de overkant om nog een exemplaar te halen. Zo was iedereen in potentie tevreden. Het meisje was opgetogen. Ze was erg jong en zag er niet uit als iemand met talent voor R&R-hysterie. Ze gloeide vanbinnen, maar zei met een lauwe stem dat ze op straat liep en het zo geweldig vond, dat ze binnen was gekomen. Ze vertelde het, alsof ze nog nooit een platenzaak van binnen had gezien. Ik was ontroerd.

Harry was inmiddels terug met het laatste exemplaar en zette hem bij het vierde nummer van kant 1 weer op. Ik kreeg koffie met melk, zonder suiker, en we praatten nog wat door. Het vervolg bleek ook helemaal niet tegen te vallen. Wobbe vertelde ondertussen, dat hij 15 exemplaren had besteld, maar slechts 6 exemplaren had binnen gekregen. Ik geloofde hem niet, maar bewonderde niettemin zijn geestdrift. Toen ik had besloten dat het geen miskoop kon zijn, zei ik: ik neem hem mee, maar draai hem eerst nog even om.

Gas Food & Lodging

Een kind van een half jaar in een wandelwagen keek me met grote lodderige ogen verbaasd aan, maar tikte wel met een dun sabbelvingertje mee op het trage ritme. En toen sneed er opeens – oef – een vuuuiiil gitaartje door mijn universum.
Een juffrouw met schort van de bakker aan de overkant kwam vragen, wat Harry in ’s hemelsnaam had opstaan. Hij gaf antwoord, maar voegde eraan toe dat hij het laatste exemplaar helaas net had verkocht. Nou, dan moest hij maar even bellen als hij hem weer in huis had … en ze keerde terug naar haar gebak. Stond hij zo luid? Voor alle zekerheid draaide Wobbe hem wat zachter. Toen ik een kwartiertje later met twee LP’s naar buiten liep, liet ik twee ZZ-Top fans achter, die zich hardop afvroegen, waar Green on Red nog wel op voorraad kon zijn. Wobbe probeerde hen over te halen nog een weekje geduld te hebben, met een vaag verhaal over slechte persingen, die in omloop waren (ook dat is eigenlijk niet waar, maar bij een andere gelegenheid heb ik het hem wel eens horen vertellen).
Buiten stopte de witte Saab van Henk Deinum, met wie ik vannacht nog had zitten boemelen. Hij had een nieuwe installatie aangeschaft en wilde iets nieuws horen, zei hij. Ik raadde hem desgevraagd de hiervoor beschreven langspeler aan, maar voegde er meteen aan toe dat hij was uitverkocht.

​O, had ik dat nog niet gezegd? Hij heet Gas Food & Lodging. Niks voor jou.

​Het allerbeste en meer, je vriend Herman

Bekijk ook...

Beniomino Gigli

Panis Angelicus

Wij schrijven – pak hem beet – 1963. Na het avondeten mochten Greetje en ik nog even opblijven, terwijl moeder de kleintjes naar bed bracht. Ze had de tafel al afgeruimd, afgewassen en ons – zittend op het koude tafelzeil – met een koud washandje opgefrist. Daarna kregen we de pyjama aan. Buiten was het donker, al voor het avondeten had moeder de overgordijnen dicht getrokken. Vader had na het eten de kolenkachel bijgevuld en een beetje opgepookt. Daarna ging hij in zijn stoel liggen, legde zijn benen op een voetenbankje en schoof genoeglijk onderuit.

Johnny Meijer, de beste accordeonist ter wereld

Er is een Amsterdammer doodgegaan

Na het overlijden van Burgemeester Eberhart van der Laan hoorde ik op één van de zenders het dat lied weer voorbijkomen – Er is een Amsterdammer doodgegaan – dat na de dood van Johan zo prachtig werd vertolkt door Kees Prins. Maar wie kent de herkomst en diepgang van dit lied?

Spporzicht Koudum

Spoorzicht

‘Zal ik de dozen van zolder halen?’, vroeg ik zaterdag na Driekoningen. Mijn vrouw keek een beetje zuur en vroeg: ‘Zullen we hem niet nog een weekje laten staan?’ ‘Mij best,’ zei ik, ‘we hebben niet voor niets een plasticboom. Wat mij betreft blijft hij staan tot Pasen.’ Onwillekeurig moest ik denken aan een zaterdag tegen Pasen 1976.