Trijntje Oosterhuis

De vader

Huub Oosterhuis kende ik vooral van zijn gebeden en kerkgezangen. Ooit was hij Jezuïet, maar al snel kwam hij in verzet tegen het gezag van de kerk. Het moest anders. En eind jaren zestig werd hij zelfs buiten de kerk geplaatst na een geschil over de Goddelijk Jeuk. Hij trouwde meteen en kreeg twee zeer muzikale kinderen, enfin … daar gaat het nu niet om. Want hij bleef theoloog met een eigentijdse visie. Naast zijn gebeden schreef hij ook gedichten.

In 2013 werd een liedtekst van hem geweigerd voor het Protestantse Liedboek. Het ging om de regel: ‘Hij doet met ons. Hij gaat mij in en uit.’ Vrouwen zouden hier aanstoot aan nemen. Onzin natuurlijk. De hoge heren van de harde kerkbanken voelden zichzelf ongemakkelijk.

 

Humberto

Het is net als met de Elfstedentocht. Het komt steeds minder vaak voor en soms denk ik vertwijfeld: Zou ik het nog eens meemaken? Maar dan, op een onbewaakt ogenblik, slaat het toe. Ik hoor iets, dat ik nog niet eerder heb gehoord, iets dat volkomen nieuw is, iets dat hier binnen niet vanzelf een weg vindt naar mijn hoofd, naar mijn hart, of mijn onderbuik. Het gaat gisten en emoties spuiten aan alle kanten naar buiten. Het is voorbij, voor ik het weet, maar een uur later ren ik nog als een bezetene door de kamer en ik zoen mijn vrouw, waar ik haar raken kan. Dagenlang vraag ik aan willekeurig wie: ‘Heb je het gezien?!’ En zelfs als de gemoederen zijn bedaard, blijft de herinnering aan een moment van ultieme schoonheid onbezoedeld tot in lengte van jaren.

De eerste keer kan ik mij niet meer herinneren. De voorlaatste keer nog wel. Dat was toen Dayna Kurtz in 2004 bij Barend & van Dorp Love gets in the way zong. Mijn vrouw lag al op bed, maar ik maakte haar wakker, want ik moest vertellen wat ik had meegemaakt. Het fragment is nog steeds op YouTube te vinden. Helaas niet de euforie die na het applaus aan tafel ontstond.

Op 27 maart 2015 stond de talkshow van Humberto Tan - RTL Late night - geheel in het teken van Marco Borsato. Hij had iets te vieren en er kwam een serie documentaires uit. Als intermezzo kwam Trijntje Oosterhuis naar voren. Een donkere man tokkelde op een Spaanse gitaar en zij zong:

 

Ken je mij? Wie ken je dan? Weet jij mij beter dan ik?

Ken je mij? Wie ben ik dan? Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken, zoekend naar de plek waar ik woon.

Ben jij beeldspraak voor iemand die aardig is, of onmetelijk ver,

die niet staat en niet valt en niet voelt als ik, niet koud en hooghartig …

Ken je mij? Wie ken je dan? … etc

 

 

Borsato

Borsato en zijn gevolg genoten zichtbaar en opzichtig, de verwondering was een beetje aangezet, want later bleek dat Trijntje dit lied tijdens een intiem reüniefeestje in de Alpen ook al eens voor hen had gezongen. Waarschijnlijk probeerden ze de heftige emotie van die eerste keer terug te denken of na te spelen. Het zij hen vergeven. ‘Dit is mijn televisiemoment van het jaar!’, riep ik in maart al bij voorbaat. Een Elfstedentocht wordt immers ook niet tweemaal per jaar gereden.

Als ik later vroeg aan mensen of ze het hadden gezien, hoorde ik ook vaak: ‘Ik hou niet zo van Trijntje Oosterhuis’, en eerlijk gezegd, dat had ik eigenlijk ook. Ik weet niet precies waar het in zat, want ik ben sindsdien wat milder. De soap rond het songfestival, het gedoe met die blote jurk, heeft haar imago natuurlijk geen goed gedaan. En ze heeft vreemde kattenogen. Heeft ze er iets aan laten doen? Allemaal bijzaken. In talkshows bezorgt ze mij jeuk op plekken waar ik niet bij kan. Dat valt niet te ontkennen. Maar wat mij voorheen het meest stoorde, was het feit dat ze een alleszinger is. Ze heeft een vaardige stem, die haar bij voortduring in de weg zit, … kijk eens wat ik allemaal kan. Neem bijvoorbeeld die Bacharach CD. In een song als God give me strength gaat ze naar mijn smaak volledig de mist in. Alleen maar galmen en geen pijn, geen wanhoop, geen bede zoals in de versie van Elvis Costello.

Maar bij Ken je mij? doet ze alles goed. Door de zachte gitaar van Leonardo Amuedo begon ze ingetogen en klein. Waar een mindere zanger als Elvis Costello zonder massieve begeleiding door het ijs zou zakken, bleef Trijntje moeiteloos overeind. De tekst is moeilijk en laat zich niet in één keer begrijpen, maar je kunt horen dat het lied over nederigheid gaat, bescheidenheid, en over liefde ondanks het menselijk tekort. Overgave misschien, en genade.

 

Ben ik door jou, zonder schaamte, gezien, genomen, door niemand minder?

Zou dat niet veel teveel waar zijn?

 

Misschien scheelde het dat de tekst was geschreven door haar vader, Huub Oosterhuis. Over een gedicht als Ken je mij heb ik een zeer stellige mening. Het is niet een gemakkelijke tekst, maar in Godsnaam, leg hem niet onder het mes. Want als je hem ontleedt, om te kijken hoe hij werkt en wat hij betekent, is hij dood. Laat hem gewoon binnenkomen en raak niet in paniek, als je hem niet met begrip kunt volgen. Begrip is niet alles. En ooit ben je in een bepaalde stemming, en dan is het of je hem voor het eerst hoort. Dan krijgt hij de betekenis, waar je al die jaren op hebt gewacht.

 

Stijn Wie?

Nu terug naar het begin. De conceptie van deze schoonheid. Stijn van der Loo had voor zijn a cappella groep Intermezzo een tekst van Huub Oosterhuis op muziek gezet. Zoon Tjeerd raadde zijn vader aan om eens iets met die man te gaan doen.

Ken je mij was één van de gedichten, die Stijn na hun eerste contact mee naar huis nam. Het heeft een zeer vrije vorm, maar Stijn slaagde erin om er een prachtige fado-esque melodie onder te leggen. Hij nam het op voor de CD Licht, en Huub Oosterhuis nam het op in een bundel met dezelfde naam. Dat was 2006. Twee jaar later besloot Trijntje een theatertour te doen samen met gitarist Leonardo Amuedo uit Uruguay. Veel evergreens, maar ook dat liedje van haar vader, dat wonderschoon paste in die kleine setting. Van de tour werd een live-CD en DVD uitgebracht onder de titel Ken je mij.

Het paste ook perfect in de kleine intieme setting van die berghut in de Alpen, tijdens het jubileumfeestje van Borsato & co, zoals uit de documentaire bleek. Het paste totaal niet in de dynamiek van een live-show van een commerciële omroep op prime time, maar het paste wel perfect in de intieme setting van mijn woonkamer, aan het eind van een werkdag, met een glas wijn voor het slapen gaan. En er waren meer huiskamers waar het insloeg, dus besloot men het liedje overhaast alsnog op single uit te brengen. Stom natuurlijk, want het is volstrekt ongeschikt om overdag op de radio te laten horen. Er zit geen beat onder en er vallen stiltes. De hemel zij geprezen dat het geen succes werd. Nooit zal het kapot worden gespeeld, zoals Make you feel my love van Adele. Het grote publiek zal het vergeten, zodat ik het kan koesteren als mijn eigen dierbare herinnering. ‘Kom maar hier, mijn liefje … Ik zou je het liefste in een doosje willen doen, en dan bewaren, heel goed bewaren.’

 

Zou het ooit nog eens gebeuren?

Bekijk ook...

Kleine Saskia - The Band

Toen ik op de HTS nieuwe vrienden ontmoette, maakte ik ook kennis met andere muziek, Amerikaanse muziek, waar ik onmiddellijk van hield. Dylan, Neil Young, Jackson Browne. Maar de meeste indruk maakte the Band. De muziek was rauw en puur, anders, onbegrijpelijk en tegelijk geworteld in traditie. Ze zagen er anders uit. Ze hadden drie zangers, wisselden voortdurend van instrument en zongen over andere dingen.

McCartney 1970

Misschien ben ik verbaasd

In een documentaire over the Kinks vertelde Noel Gallagher dat Ray Davies met Paul McCartney de beste songwriters waren uit het Verenigd Koninkrijk, dat tegenwoordig overigens behoorlijk verdeeld is. Die voorkeur voor Paul McCartney deed me goed, temeer omdat in het collectief bewustzijn John Lennon er over het algemeen het beste vanaf komt. Ik begrijp dat wel, want ik had hetzelfde tot 1980, toen ik werd bekeerde.

Nils Lofgren 1995

Heino is niet bepaald het centrum van de wereld, maar op 4 november 1995 – de nacht dat Yitzhak Rabin werd vermoord - speelde Nils Lofgren in het plaatselijke muziekcentrum. Ik legde twee tientjes neer en kreeg een stempel op de rug van mijn hand. Kees wilde eerst zijn jas afgeven. Ik liep door, op zoek naar de zaal, en trok per ongeluk de deur naar de toiletten open. Iets vertraagd drong tot mij door, wat ik binnen had gezien, ...