Bereid zijn is alles

De kunstenaar

Gelovige kunstenaars leggen aan de Hemelpoort verantwoording af over hun zondige leven, maar Armando was kennelijk een heiden, want hij mocht een jaar na zijn dood in Het Uur van de Wolf (‘Het Voorval’, uitzending 9 mei 2019) komen vertellen, wat er nu eigenlijk waar was van zijn verhalen. Vooral dat ene verhaal over een voorval, dat speelde in de Tweede Wereldoorlog:
Een jongen wordt na spertijd in het bos aangetroffen en achterna-gezeten door een Duitse Soldaat. Hij doet of hij struikelt, en als de Duister hem overeind trekt, draait hij zich om en steekt de Duitser dood met een dolk. Een andere jongen staal het van afstand gade. Samen smeren ze hem.
De kunstenaar was net als ik bij zijn geboorte Herman genoemd, maar die naam had hij afgezworen en ingeruild voor de Italiaanse variant Armando. Hij verzamelde steek- en vuurwapens, liet een gevaarlijke snor staan en verklaarde dat hij de bokssport hoger achtte dan de kunst. Door in vraaggesprekken te verklaren dat zijn verhalen autobiografisch waren, droeg Het Voorval bij aan zijn imago. Maar aan het eind van zijn dagen moest hij, gezeten in een rolstoel, met zijn water voor de dokter verschijnen.
Voelt u zich gelukkig, als u iets af heeft?, wilde de Stem eerst weten.
‘Dat weet ik niet. Als het klaar is, is het klaar. Ik heb sowieso niet zoveel gevoel.’
De Stem wilde weten hoe dat kwam.
‘Aanleg, denk ik.’
Volgens critici, hield de Stem hem voor, verwerkte hij in zijn werk de oorlog.
‘Dan weten zij meer dan ik.’ Hij sprak zo onduidelijk dat hij het nog eens moest zeggen, zonder dat de eerste keer eruit werd geknipt. Hard licht. Een verhoor.
Toen vroeg de stem of Het Voorval werkelijk was voorgevallen.
‘Dat zal wel, anders had ik het niet opgeschreven.’
Tenslotte vroeg hij, of de kunstenaar die jongen was. Daar gaf hij niet een direct antwoord op. Hij werd niet kwaad, hij gaf de Stem niet een ram voor zijn harses. De kunstenaar was inmiddels oud en weerloos. De ontwijking, waarin hij volhardde, nam immense proporties aan. De vrijheid van een creatief mens bestond niet meer, alleen zijn mogelijke schaamte voor een leugen, of zijn mogelijke schaamte voor een moord. Wat was aan het eind van zijn leven erger?

De amateur

Onlangs vroeg een kennis op een feest diagonaal door de woonkamer, of ik Brenda nog wel eens zag. Andere gasten keken verbaasd en nieuwsgierig op. Ik begreep dat het ging over mijn verhaal Afspraak met Brenda. Misschien was het omdat mijn vrouw meeluisterde, maar ik zei onmiddellijk:
‘Dat verhaal was verzonnen, hoor.’
Nog voor ik oud en weerloos was, nog voor ik op de pijnbank lag, nog voor het laatste onverbiddelijke verhoor was ik doorgeslagen. Toen ik in die documentaire Armando stug zag zwijgen en ontwijken, realiseerde ik mij, dat ik maar een amateur ben. Niet vanwege de volgorde van mijn woorden. Maar omdat ik liever een aardige jongen ben, dat een meedogenloze kunstenaar, die bereid is in de hel te branden.
Mijn favoriete personage, mijn vrouw, heeft niet alle woorden die ik haar in de mond leg daadwerkelijk uitgesproken. Er is een verschil tussen de persoon en het personage, maar als het verhaal klaar is laat ik het haar meestal wel even lezen. Voor haar goedkeuring, maar ook omdat die woorden door ze te lezen toch nog een beetje van haar worden.
Ben ik daardoor een bedrieger? Ik dacht het niet. Juist het veranderen van de gebeurtenis, juist het geven van betekenis aan een scene, geeft mij plezier van het scheppen en onderscheidt mij van de kille reporter. Al sluit ik niet uit, dat mijn verhalen zich op termijn gaan vermengen met mijn herinneringen, waardoor ik mijzelf bedrieg met een betere versie van de werkelijkheid. Je moet niet alles geloven, wat hij zegt, zullen de mensen dan misschien wel fluisteren.

Bereid zijn is alles, zei Halina Reijn in College Tour (4 september 2015) vrij vertaald naar Shakespeare. Toen vond ik dat mooi gezegd, nu dringt het pas echt tot me door. Kippenvel.

Bekijk ook...

Allemaal naar buiten voor de foto ...

Mijn neef Koen

Tijdens een familiegebeuren sprak ik weer eens neef Koen, voor wie ik al sinds zijn geboorte een zwak koester. Als kind kwam hij vaak logeren, maar sinds hij in Groningen woont, zie ik hem nog zelden. Hij was mager geworden en droeg een bril. Door het toeval gestuurd stonden wij naast elkaar in de keuken, ik in de weer met de prinsessenbonen, hij met de uien. ‘Hé Koen, hoe gaat het?’, vroeg ik, toen ik een traan over zijn wang zag biggelen.

1983 Twee leren broeken

Kroniek van een vriendschap # 4

Van al mijn vrienden ken ik de muzieksmaak, maar niet van mijn vriend Koos van der Sloot. Dat was de blinde vlek in onze vriendschap. We zijn samen naar Iggy Pop geweest (Koos’ vaste commentaar was: ‘Wat een beest!’), dus daar hield hij van, maar waar hield hij nu echt van? Wat was zijn favoriete LP/CD? Wat was voor hem een 10? Geen idee.

Gewoon iets leuks

‘Wat wil je voor je verjaardag?’, vroeg ik, tijdens een reclameblok aan mijn vrouw. ‘Gewoon. Iets leuks,’ zei ze. ‘Lingerie bijvoorbeeld?’ ‘Nee, dat lijkt me geen goed idee,’ antwoordde ze schamper. ‘We kunnen ook samen wat uitzoeken.’ ‘Maar dan is het geen verrassing meer.’