Buiten de kaart om

‘Er zijn grenzen!,’ stelde een tanige heer aan een naburig tafeltje opstandig vast. Hij legde resoluut de nota neer en wenkte een serveerster.
‘Weet jij het al?’, vroeg ik aan mijn vrouw, want ze had het menu neergelegd.
‘We hebben toch geen haast?’
‘Nee, nee,’ suste ik, ‘maar ik heb wel trek.’
Ze nam de lunchkaart weer en keek bij de salades, terwijl een laconieke serveerster zich bij de buurman meldde.
‘Wat staat hier?’, vroeg de man vriendelijk maar uit de hoogte, terwijl hij op de bon wees.
De serveerster nam hem over en begon de lijst voor te lezen, terwijl mijn vrouw de kaart weer neerlegde.
‘Ja?’, vroeg ik.
‘Je ziet toch dat ze bezig is?’, fluisterde ze me toe. Met een veelbetekenende knik, seinde ze, dat ze de conversatie naast ons wilde volgen.
‘Een Griekse salade?’, vroeg ik op gewone toon, maar omdat ik een overduidelijke stem heb, keek de serveerster verstoord om.
‘Ik kom zo bij u,’ zei ze ijzig neutraal. Toen neutraliseerde ze de klager, door te vragen wat er aan de bon mankeerde. Mijn vrouw gaf me een guitige tik op de vingers en wees vragend de uitsmijter kaas aan. Ze kent al mijn ondeugden.
‘Zie ik eruit als iemand, die een witte wijn en een koffie bij zijn lunch gebruikt?’
‘Misschien kunt u zeggen, wat u niet heeft besteld,’ zei het meisje zakelijk, ‘dan geef ik dat door en krijgt u een nieuwe bon.’
‘Ik heb geen wijn gehad,’ zei de man afgemeten.
‘En dat glas dan?’
‘De koffie was erg sterk, dus vroeg ik aan dat andere meisje om water. Leidingwater, heb ik gezegd. Dat kost niets.’
‘O, vandaar,’ concludeerde de serveerster laconiek en met de geboorte van een glimlach op de lippen draaide ze zich om naar ons.
‘Voor mij een Griekse salade,’ zei mijn vrouw.
‘En voor mij een uitsmijter …’
‘… ham kaas,’ vulde ze aan en ze beende weg, terwijl ze haar hand opstak naar een voorbijganger.
Onze buurman kwam stram overeind, waarbij zijn stoel kletterend op de straatstenen viel. Ik bukte me en zette hem weer overeind. De man keek mij streng aan, nam de rugleuning van mij over, liet die weer zakken en zette hem toen zelf overeind. Vervolgens schoof hij de stoel diep onder het tafeltje en zocht schuifelend zijn weg naar binnen. Mijn sympathie was definitief gekanteld van de klant naar de bediening.
‘Ze hebben hier wel humor,’ stelde mijn vrouw geamuseerd vast.
‘… en buiten de kaart om,’ voegde ik eraan toe.

 

Bekijk ook...

Inwendig onderzoek van een fauteuil

Inwendig onderzoek

‘Wat doe jij thuis?’, vroeg mijn vrouw, toen ik maandagmiddag om half één de woonkamer binnen stapte. Ze zat netjes aangekleed met een krant op de bank, dus liet ik de gespeelde verdenkingen van een geheime minnaar maar achterwege en kwam meteen terzake. ‘Wij moeten praten,’ zei ik en ik nam plaats in de leren fauteuil.

Wuivend riet, als je het ziet

Ben even weg ***

Omwille van de lieve vrede laat ik mij niet uit over dit geval van overmacht, of wat daarvoor door moest gaan, maar het lag niet aan mij dat ons uitstapje naar P. niet doorging. Omdat ik de hiervoor opgenomen ouwelullendag niet wilde verlummelen, stond ik toch om zeven uur op. In mijn halfslaap was een plan gerijpt, een doel, een missie.

Tess en pake Herman

Tot meer tellen!

Met de kleine meid op schoot, terwijl zij een boterham oppeuzelde, nam ik een populairwetenschappelijk magazine door, waarin de werking van het heelal werd uitgelegd. ‘Kijk zo,’ zei ik. ‘Jij bent ons zonnetje …’ en terwijl ik stukje brood in een baan om haar hoofd bracht: ‘… en dit is een planeet.’