De Rappe Krentenbol

Voorbij IJlst

Na een grimmige vergadering moest ik wat stoom kwijt. Omdat het mooi weer was en ik mijn brood was vergeten, besloot ik naar de Lidl aan de Oude Oppenhuizerweg te lopen, voor een zak snelle krentenbollen. Halverwege op een parkeerterrein haalde een man een voorwiel uit zijn Renault en vervolgens de rest van een racefiets. Toen wierp hij zijn stropdas op de achterbank, trok zijn overhemd uit en liet ook zijn kantoorbroek zakken. Daaronder zat een knalgeel fietstenue met tussen de reclame-uitingen door zwarte stippen. Wielerclub de Rappe Krentenbol, dacht ik geamuseerd. De auto had een Belgisch kenteken.
Toen ik passeerde, gespte hij zijn helm om en sprak me aan. Hij moest zijn vraag tweemaal herhalen, voor ik hem verstond. Hij wilde weten waar IJlst lag. Ik wees naar een geopende bedrijfsdeur.
‘Hemelsbreed,’ voegde ik eraan toe.
‘Awel, dank,’ zei hij. Hij stapte op en vroeg: ‘En daarna?’
‘Daarna wat?’
‘Ik ben gekomen voor d’n Elfstedentocht.’
‘Dat is dapper,’ verklaarde ik, ‘maar is het niet een beetje laat?’
‘Jaja, ‘kben zo vroeg mogelijk uit Knokke vertrokken.’ Opeens kreeg zijn blik iets gejaagds. ‘En daarna?’
‘O ja, eens kijken: IJlst, daarna Sloten, en daarna richting Stavo-ren.’ Steeds wees ik hemelsbreed de richting aan. Hij stapte op richting het centrum van Sneek.
‘U kunt beter de andere kant op,’ riep ik, ‘over het aquaduct rechtsaf, de rondweg volgen tot afslag IJlst. Maar heeft u geen kaart bij u? Een wegenkaart?’
‘Maar nee, is dat nodig? Ik dacht, nou ja, d’n Elfstedentocht, dat staat toch aangegeven.’
‘Misschien staat hij aangegeven,’ gaf ik toe, ‘maar het is toch wel handig om ongeveer te weten hoe u moet fietsen. Toch?’
‘Ach zo, en waar kan ik zo ene kaart bekomen?’
‘Tja, misschien bij de Texaco-pomp, dat is wel richting centrum.’
Ontredderd keek hij in beide richtingen. Ik wenste hem succes en liep door.

Splash

Bij de Lidl griste ik een zak krentenbollen uit het rek. Bij kassa 3 stond een vermoeide moeder met een bomvolle wagen. Ik wachtte tot ze omkeek, maar tot mijn verbazing zei ze niets.
‘Mag ik misschien even voor?’, vroeg ik met mijn krentenbollen in aanslag.
‘Ja natuurlijk,’ zuchtte ze. Ik dankte haar en liep door. ‘Ik heb toch niets te doen,’ zei ze er achteraan.
De kassière, die volgens haar badge Marga heette, had mijn lunch al vast.
‘Ogenblik,’ zei ik, ‘bedoelt u, dat u het vervelend vindt?’
De vrouw ging lusteloos door met laden.
‘Nee, natuurlijk niet,’ zei ze verongelijkt, ‘dat zei ik toch? Ga je gang.’
Marga werd ongeduldig.
‘O nee, zo doen we dat niet,’ zei ik toen en sloot weer achteraan. Marga begon enthousiast te scannen, terwijl de vrouw haar kar nog lang niet leeg had. Ze keek me kwaad aan.
‘Bij die kassa ben je eerder aan de beurt,’ zei ze bits.
‘Ik sta hier goed,’ zei ik zo vriendelijk mogelijk.
Op dat moment gleed een fles slasaus uit haar handen. Ik zag het gebeuren en stapte naar achteren. Met een plof spatte hij uit elkaar. Op de vloer lag een mooie beige splash, met glitters van glas. Haar sportieve schoenen en haar spijkerbroek kwamen er niet goed voor weg. Marga boog zich over de band en zei tegen mij: ‘Kassa 4 gaat open.’ Toen nam ze de telefoon op voor assistentie.
‘Dank je,’ zei ik en rekende af bij kassa 4.

Het leven

Op de terugweg maakte ik de balans op, want ik was niet tevreden over mezelf. In mijn vrije tijd had ik het waarschijnlijk soepeler opgelost en was die fles misschien niet gevallen. Maar een uur geleden had ik me in een bouwvergadering nog met hand en tand verzet tegen een weerspannige opdrachtgever. Tja, en dat zat nog in mijn bloed. God weet welk leed schuilging achter die sneer van dat mens. Misschien deed haar man het met zijn secretaresse, sinds haar volle glorie in verval was geraakt, al natuurlijk kon ik daar ook geen sodemieter aan doen.
Toen ik de tweede krentenbol tussen mijn tanden stak, zag ik dat de Auto met het B-kenteken was verdwenen. Waarschijnlijk zat daar wel navigatie in.
Ik opende Whatsapp op mijn telefoon en stuurde een berichtje aan mijn vriend de Psycholoog: ‘Hoe moet je een goed mens zijn, als je pas achteraf weet hoe het afloopt? Als het al afloopt.’
Blieb – ‘Wat loopt af?’
‘Het leven.’
Blieb – ‘Onvermijdelijk.’
Daar kon ik mee vooruit. Ik had geen keus.

Bekijk ook...

Tekening van Tilly

‘Heb jij die tekening van Tilly nog?’, vroeg mijn vriend Koos van der Sloot op een dag. Het zal een jaar of 10 geleden zijn. Natuurlijk! Ik haalde een blauw portfolio van zolder, waarin ik hem bijna 30 jaar zorgvuldig had bewaard. ‘Als jij er niets mee doet, geef mij hem dan maar mee,’ zei mijn vriend streng. ‘Ik heb hem ook gekregen.’ Daar kon ik niets tegen in brengen. We hadden hem ooit gekregen voor ons tijdschrift De Vogelaar.

Jan Prakje on the road

Jan Prakje

Terwijl ik in alle vroegte mijn schoenen, die ik gisteren onder een tafeltje had geschoven, weer aantrok en een veter brak, kwam er – bliep – net een Whatsapp-bericht binnen. Het was mijn vriend de psycholoog, die om 6.46 schreef: Op mijn WC lees ik ‘Onze Lieve Vrouwe van de Schemering’ een bundel essays van Willem Jan Otten. Ik denk tijdens het lezen vaak aan jou. Ben zo vrij en uitspraak van WJO te parafraseren: “Dankzij het verhaal wordt mijn leven reëel.”

Atheneum

Ontheffing van opvoeding

Na twee uur lopen realiseerde ik mij opeens, dat we op het Spui waren. Omdat mijn vriend de Psycholoog als parttime bewoner van onze hoofdstad voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – vreemde straatnamen, etalages, rare snuiters, mooie vrouwen – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees op de Atheneum boekhandel, die ik nog nooit zonder een aanschaf voorbij was gelopen, …. ‘… daar ben ik het niet mee eens,’ verklaarde mijn vriend echter, zonder zijn pas in te houden, ‘grootouders hebben ontheffing van opvoeding.’