De vaste plek der dingen

Mijn vrouw heeft ontegenzeggelijk de mooiste benen van voor de Cuba-crisis, maar gelukkig heeft ze ook enkele tekortkomingen, want van de volmaakte vrouw is geen man ooit gelukkig geworden. Zo is ze, ondanks het kwijnen van de oerbossen, dol op reclamefoldertjes. Bij het lezen worden ze rondom verspreid op stoelen, tafels en vloer, zonder een herkenbaar systeem. Ik verdraag het, maar ik zal er nooit aan wennen.

Toen ik zaterdag de nieuwe tv-gids, die zij hardnekkig radiobode noemt, wilde pakken en hij niet op zijn vaste plek onder de salontafel lag, keek ik in de krantenbak, maar die was vrijdag-poetsdag net leeggehaald. Zonder meteen een schuldige aan te wijzen, zocht ik opzichtig en met veel misbaar.
‘Waarom moet die gids altijd kwijt zijn?!’
‘Ik heb hem niet gehad,’ zei ze blanco en huplakee, daar dwarrelde de Karwei-folder voorbij. Demonstratief groef ik door de folders heen. Tevergeefs.
‘Kan dit weg?’, vroeg ik.
‘Nee, afblijven. Daar staat iets in ... geloof ik.’
‘Hij hoort hier te liggen,’ zei ik tegen het meubilair. ‘Of is hij tussen het oud papier geraakt?’
‘Geen idee,’ zei ze zonder enige interesse. Zij zet de tv aan om te kijken wat erop is. Ik raadpleeg de VARA-gids, als ik hem tenminste kan vinden.
Mopperend liep ik naar de garage. Ik trok alle dozen open, maar vond alleen oude gidsen.

Terug in de woonkamer zag ik hem prominent op tafel liggen.
‘Waar heb je die gevonden?’
‘Onder het tafeltje,’ zei ze laconiek.
‘Maar op het verkeerde stapeltje, natuurlijk. Of onderop.’
‘Jij kunt niet zoeken,’ lachte ze.
Ze had gelijk. Dat is één van mijn vele tekortkomingen. Maar zoeken is niet nodig, als de dingen gewoon op hun vaste plek liggen.

 

Bekijk ook...

De Rappe Krentenbol

Na een grimmige vergadering moest ik wat stoom kwijt. Omdat het mooi weer was en ik mijn brood was vergeten, besloot ik naar de Lidl aan de Oude Oppenhuizerweg te lopen, voor een zak snelle krentenbollen. Halverwege op een parkeerterrein haalde een man een voorwiel uit zijn Renault en vervolgens de rest van een racefiets. Toen wierp hij zijn stropdas op de achter-bank, trok zijn overhemd uit en liet ook zijn kantoorbroek zakken.

Levensvragen

‘Maar wat is nou de zin van filosofie?’, vroeg onze buurvrouw.

Match Fixing (1968)

De jaarlijkse voetbalwedstrijd van de Bonifatiusschool tegen de Openbaren zou plaatsvinden op een echt voetbalveld van Sportclub Joure onder leiding van onze gymleraar van der Meer. Wij minachtten van der Meer, want hij spuugde bij het praten, dus noemden we hem heimelijk Flieber. Bovendien was hij gemeen en zelf Openbaar, dus floot hij vast tegen ons. Jopie was onbetwist de beste voetballer van de school, dus hij bepaalde wie erin zat.