De zin van het leven

Zittend achter een ferm glas Kanunnik triple op het terras van een plaatselijk café, genietend van het vakmanschap van de vrouwelijke bediening, kwam als vanzelfsprekend de zin van het leven ter sprake. Tijdens de wandeling waren de andere onderwerpen al van de agenda gestreept.

‘Jij hebt het perfect voor elkaar,’ zei ik tegen mijn vroeg gepensioneerde vriend Kees. ‘Je hebt een deal gesloten, een streep onder je loopbaan gezet, je hoeft nooit iets te doen voor je geld en je hebt het nog zelf verdiend ook.’

Hij nam een gulzige slok en keek tevreden om zich heen.

‘Jij hebt geen auto, geen kapitale woning, maar wel een flat, een kosthuis in de grote stad, en de beschikking over een buitenverblijf in het bos. Je hebt niet veel geld, maar het is meer dan genoeg om jouw leven te leiden.’

‘Dat is waar,’ beaamde hij met smaak.

‘Volgens wetenschappers – jouw vrienden, mijn vijanden – is de zin van het bestaan: de instandhouding van de soort. In die zin heb je gefaald,’ vervolgde ik, ‘of zij hebben niet gelijk.’

Het leek hem niet te deren. We namen beide een diepe teug.

‘Laten we dan bij deze maar besluiten,’ stelde ik voor, ‘dat ze niet gelijk hebben.’

‘Dat lijkt me een goed idee,’ zei mijn vriend. ‘Waartoe zijn wij op aarde?’

‘Om te spelen,’ zei ik lukraak, ‘als jongetjes in de zandbak.’

‘Zoals dit gesprek?’

‘Precies, zoals dit gesprek,’ zei ik. De serveerster nam de glazen op en keek ons geamuseerd aan, maar vroeg niets.

‘Jij bent een geweldige serveerster,’ zei Kees. Ze maakte een olijk hupje.

‘Hij heeft er kijk op,’ voegde ik eraan toe. ‘En natuurlijk willen we nog twee.’

Toen ze die ging halen, fluisterde ik:

‘… en te genieten. Wij zijn op aarde om te spelen en te genieten.’

 

 

Dit verhaal is eerder verschenen in de bundel Terug naar het ei, 2015

Bekijk ook...

De oude Jouster Drukkerij in de Midstraat

De Oude Jouster Drukkerij

Toen ik tijdens de feestdagen Black Magic Woman van Fleetwood Mac weer eens op de radio hoorde, dacht ik met weemoed terug aan de Jouster Drukkerij, ofwel de VJD. Niet alleen omdat ik dat plaatje daar voor het eerst hoorde, maar ook omdat de VJD net als Fleetwood Mac twee levens kent.

Pastoor Mets wijdt de Willibrordusschool (tegenwoordig Mattheusschool) Op de achtergrond koster Brouwer, alias Sinterklaas

Wat ik later wilde worden

Tijdens een familiegebeuren rond de kerst vroeg een nichtje zomaar, wie van ons nog geloofde. Het bleef even stil. ‘Ik,’ zei ik toen. De vraag was zo ruim gesteld, dat nuanceren niet eens nodig was. Als kind was ik diep geraakt door het sprookjesachtige kaarslicht, de Latijnse wondertaal, de Gregoriaanse gezangen en de galmende gewelven van onze katholieke kerk, de Mattheus in Joure. Natuurlijk geloofde ik in een God. Hij geloofde toch ook in mij? En daarom ga ik tegenwoordig niet meer naar de kerk. Hij is er niet meer. Alleen in mijn diepste gedachten brandt nog het vuur. ‘Ja,’ zei mijn...

De vaste plek der dingen

Mijn vrouw heeft ontegenzeggelijk de mooiste benen van voor de Cuba-crisis, maar gelukkig heeft ze ook enkele tekortkomingen, want van de volmaakte vrouw is geen man ooit gelukkig geworden. Zo is ze, ondanks het kwijnen van de oerbossen, dol op reclamefoldertjes. Bij het lezen worden ze rondom verspreid op stoelen, tafels en vloer, zonder een herkenbaar systeem. Ik verdraag het, maar ik zal er nooit aan wennen.

Toen ik zaterdag de nieuwe tv-gids, die zij hardnekkig radiobode noemt, wilde pakken en hij niet op zijn vaste plek onder de salontafel lag, keek ik in de krantenbak, maar...