De zin van het leven

Zittend achter een ferm glas Kanunnik triple op het terras van een plaatselijk café, genietend van het vakmanschap van de vrouwelijke bediening, kwam als vanzelfsprekend de zin van het leven ter sprake. Tijdens de wandeling waren de andere onderwerpen al van de agenda gestreept.

‘Jij hebt het perfect voor elkaar,’ zei ik tegen mijn vroeg gepensioneerde vriend Kees. ‘Je hebt een deal gesloten, een streep onder je loopbaan gezet, je hoeft nooit iets te doen voor je geld en je hebt het nog zelf verdiend ook.’

Hij nam een gulzige slok en keek tevreden om zich heen.

‘Jij hebt geen auto, geen kapitale woning, maar wel een flat, een kosthuis in de grote stad, en de beschikking over een buitenverblijf in het bos. Je hebt niet veel geld, maar het is meer dan genoeg om jouw leven te leiden.’

‘Dat is waar,’ beaamde hij met smaak.

‘Volgens wetenschappers – jouw vrienden, mijn vijanden – is de zin van het bestaan: de instandhouding van de soort. In die zin heb je gefaald,’ vervolgde ik, ‘of zij hebben niet gelijk.’

Het leek hem niet te deren. We namen beide een diepe teug.

‘Laten we dan bij deze maar besluiten,’ stelde ik voor, ‘dat ze niet gelijk hebben.’

‘Dat lijkt me een goed idee,’ zei mijn vriend. ‘Waartoe zijn wij op aarde?’

‘Om te spelen,’ zei ik lukraak, ‘als jongetjes in de zandbak.’

‘Zoals dit gesprek?’

‘Precies, zoals dit gesprek,’ zei ik. De serveerster nam de glazen op en keek ons geamuseerd aan, maar vroeg niets.

‘Jij bent een geweldige serveerster,’ zei Kees. Ze maakte een olijk hupje.

‘Hij heeft er kijk op,’ voegde ik eraan toe. ‘En natuurlijk willen we nog twee.’

Toen ze die ging halen, fluisterde ik:

‘… en te genieten. Wij zijn op aarde om te spelen en te genieten.’

 

 

Dit verhaal is eerder verschenen in de bundel Terug naar het ei, 2015

Bekijk ook...

Ik was nog een snotneus.

Stiekem, bij de jassen

‘Ik kom voor de receptie,’ zei ik tegen een zwart bejurkte dame in de hal. ‘Trap op, linksaf, dan ziet u het vanzelf,’ zong ze routineus. Nog voor ik een kop koffie met oranjekoek in de handen kreeg gedrukt, zag ik Annie staan. Ik had toevallig gehoord dat ze er waarschijnlijk ook zou zijn, anders had ik mijn vroegere buurmeisje beslist niet herkend. Pas na de mooie woorden voor de pensionado liep ik haar toevallig tegen het lijf.

... de jas van Koos

Mijn Oecumenische schoenen

Louter wanneer er sprake is van gerichte aanschaf, ga ik nog wel eens langs de winkels. Mijn vrouw moest een cadeau voor een jarige vriendin hebben. Zo passeerden wij op de Dracht in Heerenveen gearmd de etalage van een schoenenzaak, die UITVERKOOP schreeuwde. ‘Moest jij geen nieuwe schoenen hebben?’, vroeg ze.

De Rappe Krentenbol

Na een grimmige vergadering moest ik wat stoom kwijt. Omdat het mooi weer was en ik mijn brood was vergeten, besloot ik naar de Lidl aan de Oude Oppenhuizerweg te lopen, voor een zak snelle krentenbollen. Halverwege op een parkeerterrein haalde een man een voorwiel uit zijn Renault en vervolgens de rest van een racefiets. Toen wierp hij zijn stropdas op de achter-bank, trok zijn overhemd uit en liet ook zijn kantoorbroek zakken.