Een circulaire eend

‘De tuin is bezig dood te gaan,’ zei mijn vrouw verdrietig. Het was verlammend warm.
‘Iedereen is bezig dood te gaan,’ antwoordde ik intuïtief en zonder op te kijken van de Killer-Sudoku, die al mijn rationele vermogens in beslag nam. ‘… zo is het leven.’
‘Het komt door het klimaat,’ zei mijn vrouw.
‘Het regent niet,’ beaamde ik.
‘Ik kan die CO2 ontkenners eigenlijk niet uitstaan, weet je dat?’
Ik vulde een 3 in en zag meteen dat mijn puzzel fout liep. Ergens had ik een denkfout gemaakt. Ik zette er een streep doorheen en keek om me heen. We zaten in de schaduw, aan de noordoost kant van het ons. De tuin was droog, maar nog wel groen. Tussen de grindstenen zag ik een eendenei liggen. Er zat een gat in. Ik liep er naartoe en zag nog wat struif vanbinnen.
‘Die is geroofd,’ zei ik.
‘Van die eend natuurlijk,’ antwoordde mijn vrouw getergd.
‘Van welke eend?’
‘Van die aangevreten eend, die onder de veranda ligt. Jij luistert nooit.’
‘Wanneer heb je dat dan gezegd?’, vroeg ik schuldbewust.
‘Gisteren zei ik …’
‘Gisteren telt niet,’ zei ik resoluut. ‘Toen had ik mijn single verloren. Ik had behoefte aan troost en misschien een flesje Hertog Jan te veel op. Je kunt niet van mij verwachten, dat ik me onder die omstandigheden om een dooie eend bekommer.’
‘Wel nee ….’
‘Kom op,’ zei ik, ‘we gaan kijken. Desnoods breek ik de veranda af.’

Gezamenlijk liepen we over het grindpad naar de veranda. Tussen de vlonderdelen door waren inderdaad veren zichtbaar, op zijn minst een vlerk. De poot, die zij meende te onderscheiden, zag ik niet. Ik bukte.
‘Hij stink niet meer,’ zei ik. ‘Maar wat ik niet snap is, hoe zo’n eend onder de veranda komt.’
‘Steenmarters komen overal tussendoor,’ zei ze. Die bewering had ik eerder gehoord, maar in een ander verband. Het dak of de auto? Ik moest voortaan toch beter opletten.
‘Maar een steenmarter kan toch geen dooie eend door een spleet van 2 centimeter trekken?’
‘Je ziet het toch?’
‘Tja. Het is een wonder,’ stelde ik vast.
‘Dat rottende lijk van die eend?’
‘De natuur is volledig circulair,’ zei ik, ‘dat is toch een wonder?’
Ik liep naar de tuindeur.
‘Ga je de schroeftol halen?’
‘Nee,’ zei ik toen, ‘ik moet naar de wc.’ Met een bezwaard gemoed liep ik door. Als man ben je nu eenmaal gedoemd om te falen. Het is de kunst om dat te aanvaarden en er het beste van te maken.

Bekijk ook...

De oude apotheek in de Midstraat Joure

De vloek van Ferwerda

Het was druk bij de oude apotheek in de Midstraat. Ik trok nummertje B131. Toen B127 werd omgeroepen reageerde niemand. Ik zag een oud baasje glazig voor zich uitstaren. Hij deed me vaag aan iemand denken. ‘Heeft u B127?’, vroeg ik aan hem. ‘Nee,’ zei hij bot. Toen keek hij op zijn briefje en zei … nou ja, hij vloekte.

... ja, deze foto is beter, zei mijn moeder.

Moederdag mag

De afstand tussen mij en mijn moeder is ongeveer 2,5 kilometer en te voet zijn er drie routes om die te overbruggen. Eentje door het groen – leuk, maar je ziet geen flikker – eentje over de Van Brienenoord-Noord – gevoelsmatig de kortste – maar vandaag liep langs het industrieterrein van Joure.

Piet Wierda betreedt de oude Jouster Drukkerij (© Herman Kramer)

De Oude Jouster Drukkerij

De Oude Drukkerij in de Midstraat

Toen ik tijdens de feestdagen Black Magic Woman van Fleetwood Mac weer eens op de radio hoorde, dacht ik met weemoed terug aan de Jouster Drukkerij, ofwel de VJD. Niet alleen omdat ik dat plaatje daar voor het eerst hoorde, maar ook omdat de VJD net als Fleetwood Mac twee levens kent. Het huidige State-of-the-art bedrijf aan de Vegelinsweg doet in niets denken aan de naoorlogse drukkerij in de Midstraat, tegenover Tijmstra Expert.

In 1970 werd ik 15 jaar, dus ging ik op zoek naar een vakantiebaantje om mijn rijksdaalder zakgeld aan te...