Hallo, hier Atlantis

Een zeer persoonlijk antwoord op de Het water komt, een brief van Rutger Bregman aan alle Nederlanders.

Geachte heer Bregman,
dank voor uw fraaie brief en het prachtige verhaal van de schipper in Nieuwerkerk aan de IJssel, die in 1953 het onmogelijke deed en daarmee een veel grotere watersnoodramp voorkwam. Maar al lezend stond ik, voor ik er erg in had, tot mijn tepels in het zoute water. Het beeld dat u en uw ingenieurs schetsen – 2, 3 of 5 meter zeespiegelstijging en de onafwendbare evacuatie van Ik heb u lief, mijn Nederland – verlamde mij. Ik kan dat eenvoudigweg niet aan. Uit de aanbevelingen achterin uw brief maak ik op, dat hij bedoeld is als een pleidooi voor milieubescherming, maar op mij heeft hij een averechts effect.

Sinds in andere laboratoria wordt gewerkt aan het ontraadselend van het DNA, wordt aan individuen wel eens gevraagd: Wat daarin te lezen staat, zou u dat allemaal willen weten? De meeste mensen zeggen dan, na ampel beraad: Nee, liever toch maar niet. Want als je weet, wat je te wachten staat, vergeet je te genieten. Als je een verhoogde kans op een terminale ziekte hebt, ga je misschien wel Javaanse Jongens roken of ongeremd Gall & Gallen. Juist in de mist van de toekomst schuilt de hoop, die ons doet leven.

In een ander blauw boekje – Joe Speedboat van Tommy Wieringa, dat ik onlangs voor 50 ct op de ramsj kocht – las ik de botte stelling: ‘Feiten zijn minder erg dan vermoedens.’ En daar zit natuurlijk wel iets in. Want we hebben het hier over vermoedens, wellicht sterke vermoedens. Die Bassie en Adriaan van de Forumkerk vermoeden daarentegen, dat het wel zal meevallen. Dat zou ik wél aankunnen, als ik het zou kunnen geloven. Maar dat lukt mij niet.

Beste meneer Bregman,
ik weet wat u wilt zeggen: Lees dan! Zo absoluut staat het er niet! Als iedereen onmiddellijk werk maakt van CO2-reductie, dan gaat het minder snel. Maar, denk ik dan, als je door een tankwagen wordt overreden, maar het niet uit of dat ding 80 of 100 rijdt en of het om half 8 of half 9 gebeurt. En IEDEREEN, weet u wel hoeveel mensen dat zijn? Als iedereen nu om moet, dan moeten we die president van Brazilië morgen afzetten en Trump meteen uit de lucht schieten, maar wat voor wereld krijgen we dan? En wat betekent dat voor ons deel van IEDEREEN? De enige staatsvorm die IEDEREEN meekrijgt is totalitair. Stel je voor, een dictator die begaan is met biodiversiteit, windmolens en circulariteit. Is dat de oplossing? Zoals Napoleon, die vrede in Europa wilde brengen door een groot keizerrijk te stichten? Maar ik heb het bange vermoeden, dat ook een groene dictator waarschijnlijk, vermoedelijk, misschien stiekem ook nog andere motieven zal hebben. En dan moet hij worden afgezet en verbannen naar een eiland in de Stille Zuidzee en kunnen we weer overnieuw beginnen.

U wilt Nederland wakker schudden, meneer Bregman, maar u houdt mij uit de slaap. Als u gelijk heeft, als uw ingenieurs gelijk hebben – die van 3 en die van 5 meter – en ik sluit dat zeker niet uit, dan zit er niets anders op dan het Rijksmuseum naar Peterburg te verschepen en de rest te documenteren, al dan niet ingesproken door de van Rossems. Het zal mijn tijd nog wel duren, denk ik, maar mijn kinderen zullen het al zwaar krijgen en mijn kleinkinderen zijn gedoemd om te emigreren. Virtueel zijn zij in Atlantis geboren.

Lieve meneer Bregman,
als het waar is wat er in uw boekje Het water komt staat, dan had ik het liever niet geweten, als u het niet erg vindt. En daar is het nu te laat voor. Toen mijn vrouw uw brief oppakte, zei ik: ‘Doe nou maar niet.’ Er zit niets anders op dan hem op te bergen in de hoop dat hij zoekraakt. En ik hoop dat ik met de tijd het geloof weer terugvind dat het wel wat uithaalt, als ik mijn steentje bijdraag aan onze Groene Zaak.

Verder wens u en uw familie alle geluk van de wereld.

Bekijk ook...

Kroniek van een vriendschap # 1

Mijn vriend Koos van der Sloot is niet meer, maar het eeuwig leven gaat door; in zijn nalaten-schap, in de herinneringen en verhalen, totdat ook wij – de vlamdragers – herinnering zijn ge-worden. Ik barst van de verhalen en wil er graag een aantal met jullie delen. Het begin van onze vriendschap, ruim 38 jaar geleden, was zowel markant en karakteristiek …

Ik was nog een snotneus.

Stiekem, bij de jassen

‘Ik kom voor de receptie,’ zei ik tegen een zwart bejurkte dame in de hal. ‘Trap op, linksaf, dan ziet u het vanzelf,’ zong ze routineus. Nog voor ik een kop koffie met oranjekoek in de handen kreeg gedrukt, zag ik Annie staan. Ik had toevallig gehoord dat ze er waarschijnlijk ook zou zijn, anders had ik mijn vroegere buurmeisje beslist niet herkend. Pas na de mooie woorden voor de pensionado liep ik haar toevallig tegen het lijf.

Match Fixing (1968)

De jaarlijkse voetbalwedstrijd van de Bonifatiusschool tegen de Openbaren zou plaatsvinden op een echt voetbalveld van Sportclub Joure onder leiding van onze gymleraar van der Meer. Wij minachtten van der Meer, want hij spuugde bij het praten, dus noemden we hem heimelijk Flieber. Bovendien was hij gemeen en zelf Openbaar, dus floot hij vast tegen ons. Jopie was onbetwist de beste voetballer van de school, dus hij bepaalde wie erin zat.