Het hart houdt niet stand

Ze zei: ‘Ik ga even mijn woonprogramma kijken.’
Wat ze bedoelde te zeggen was: Kan die radio even uit? En radio is weer geheimtaal voor hinderlijke muziek, ook als die afkomstig is van mijn PC. Maar mijn afspeellijst had net Billie Holiday geselecteerd en een overleden artiest zet je niet af, dus liep ik naar de werkkamer en trok de deur achter me dicht. Zodra Fine and Mellow was afgelopen, drukte ik de pauzetoets van Spotify in en opende op mijn telefoon Whatsapp. Met één vinger toetste ik aan mijn vriend de Psycholoog het volgende bericht:

MAANDAG, 8 februari 2021

Om de treurigheid op de tv te ontlopen, kijken wij veel Netflix. Nu is de kwaliteit daar ook dun bezaaid – daarvoor is het tenslotte kwaliteit – maar gisteren startte ze een schitterende documentaire over Joan Didion, schrijfster en journaliste. Die boeide me bovenmatig en zoog mij naar binnen, al voor Joan haar man en dochter plotseling verloor en zichzelf bijna doodhongerde. Van die prachtige vrouw was tenslotte bijna niets meer over, slechts een handje vol vlees tussen haar huid en haar gebeente, woorden en bewegingen perste ze met moeite naar buiten. Maar daar gaat het nu even niet om. Jij hebt hem niet gezien en ik ga hem niet navertellen.

Wat ik je wilde vertellen was, dat ik tijdens het kijken zelf getroffen werd door grote droefheid, die doorlekte naar mijn eigen bestaan. Tijdens het inhaleren van de beelden realiseerde ik mij, dat ik nooit met dat broze vrouwtje had kennisgemaakt, als niet het complete mediapark was geïnfecteerd met dat vervloekte virus. Nieuws kun je het niet eens noemen, er is al een jaar geen nieuws: gekakel, boosheid en vooral gezeur. Ik prijs mij juist iedere dag gelukkig, dat ik tijdens deze lockdown niet meer 18 ben. Na negenen kom ik sowieso de deur niet meer uit en ik eet het liefst thuis. En ach, die kunst, die cultuur en dat menselijk gedrang, dat komt wel weer. Onthouding nu doet later meer genieten. Maar gisteren, terwijl ik volledig in beslag werd genomen door die documentaire, werd het mij opeens te veel. Ik had het gevoel, dat ik zelf nog maar een hand vol leven tussen mijn huid en mijn botten had.

Wat uit mijn denken verdwijnt zijn de ideeën, ideeën om iets te doen, ideeën om iets te maken, iets te schrijven, ergens van te genieten. Als ik Netflix afspeur, kijk ik alleen nog maar naar wat ik al ken, om de vreugde van vroeger te herkauwen. Ik sta in een slaapstand.
Godzijdank bladert mijn geliefde juist door de nieuwe films. Ik hou van haar en prijs mij gelukkig, dat ze mijn afzondering deelt. Gisteren wilde ze na een kwartier afhaken – ze meende dat het een speelfilm was – maar gelukkig haakte ze verderop weer aan, zodat we na afloop samen konden verzuchten, hoe ontroerend het was geweest.

Ik hield mijn emotionele vloedgolf binnen. Wie heeft het over depressie? Misschien heb ik wel gewoon een verloren dag. Dat kan en dat mag. De sneeuw, die zondag is gevallen, is wit en het ijs is zwart. En vroeger stemde me dat gelukkig, maar misschien is dat niet meer een fata morgana van een gelukkige jeugd. Onwillekeurig denk ik aan de onschuld in de zwartwit beelden aan het begin van een documentaire over een vrouw, die op dat moment nog niet wist, wat het leven haar zou brengen.
Ik prijs mij gelukkig met een vriend, die mijn gezeur aanhoort en verlossing brengt. Als God het wil.

Ze roept, dat er koffie is. Ik ga verzenden. 17:22

PS. De apocalyptische titel was: The center will not hold. 17.23

DINSDAG, 9 februari 2021

Op de terugweg, in de omgeving van Putten, moest ik denken aan jouw indringende bericht, waar ik nog op wilde reageren. Het was koud en grijs, maar niettemin was het ochtend. Bij thuiskomst heb ik, met jouw welnemen, eerst koffiegezet. De koude vingers om de hete koffiemok deden pijn bij het opwarmen.

Als jouw woorden bij meerderheid als gezeur zouden worden bestempeld, dan hou ik van gezeur en ik herken wat je schrijft. Ik meen, dat zo’n mentale gemoedstoestand vroeger spleen werd genoemd.

Dat je de titel apocalyptisch noemt, toont wel aan, dat aan jou een groot gevoel is ontsnapt. Wat overblijft is de slaapstand, die je beschrijft. The center will not hold. Ik zou dat zelf vertalen met: het hart houdt niet stand. Kun je daar wat mee? 11.10

Toen ze thuiskwam met een krat boodschappen, vroeg ze, of ik kwam helpen opruimen. Er zaten veel lekkere dingen bij, die je op toastjes kunt smeren, zodra de kaarsjes aan zijn. En er was ook taugé en pindasaus.
‘Wat heb je gedaan?’, vroeg ze, toen ze haar jas had weggehangen.
‘Niets,’ zei ik.
‘Ze zeggen dat we dit weekend kunnen schaatsen,’ zei ze beslist.
Ik voelde me schuldig vanwege dat ‘niets’, maar liet het erbij.

Toen ze er even niet was, opende ik, zonder te weten wat ik moest antwoorden, weer mijn telefoon. Mijn vinger toetste: Dank voor je diagnose. Daar kan ik wat mee. Vanavond eten we nasi met extra taugé en pindasaus. En zaterdag gaan we schaatsen.
Dat klonk hoopvol, vond ik zelf.

Bekijk ook...

Koos 1976

Kroniek van een vriendschap # 2

Toen ik voor mijn uitvaartrede voor Koos van der Sloot de weg van onze vriendschap terug volgde tot voor het begin, realiseerde ik mij steeds meer hoe vreemd het was dat wij ooit vrienden werden. Achteraf beschouwd is het zelfs een wonderlijke speling van het lot, twee loten om precies te zijn. Ik ben niet iemand die in alle ernst in de sterren gelooft, en Koos al helemaal niet, maar ik denk dat het moment van onze ontmoeting precies op het juiste moment kwam.

Liefde in tijden van Corona

Het was vreemd. Na drie dagen thuis werken leek het kantoor anders. Was het de kleur van het metselwerk? Of de kleur van de wolken, in het grijs meende ik een violette ondertoon te herkennen.

Een venster van het Haddassa ziekenhuis in Jeruzalem door Chagall.

De onvolmaakte Hand van God

Na de koffie en de update van ons wederzijdse welzijn, vroeg ik kunstenares Hilda Kanselaar of ze nog nieuwe projecten onder handen had. Jazeker, ze had voor een expositie het thema van haar afstudeerproject weer eens opgepakt: De onvolmaakte hand van God.