Het misverstand rond Willem Wilmink

Gebiografeerd

‘Moet dit leuk zijn?’, vroeg mijn vrouw, terwijl ze mij de biografie van Willem Wilmink na twee pagina’s alweer teruggaf. Daarmee sloeg ze precies de spijker op de kop van mijn eigen ongemak. Opeens begreep ik, wat er mis was met dat boek. Ik had het aangeschaft omdat ik van de gedichten van Willem Wilmink houdt, maar in de inleiding schreef Elsbeth Etty al: De vraag die een biograaf moet onderzoeken luidt altijd: wat is de relatie tussen leven en werk? Niks moet, dacht ik opstandig, en hoezo altijd? En dat, terwijl Willem Wilmink in zijn laatste jaren op de vraag - waartoe zijn wij op aarde? – juist antwoordde: Om er een mooi verhaal van te maken. Dat raakte me en ik overwoog zelfs er ook mijn levensmotto van te maken. Voor alle duidelijkheid, ik heb het boek uitgelezen, maar het scheelde weinig of ik had het in de hoek geflikkerd.

Wat mij aanvankelijk enorm stoorde, was dat Etty bij het verhaal over zijn jeugd steeds verklapte, dat Wilmink de feiten uit zijn jeugd in verhalen en gedichten steeds anders, mooier of pijnlijker had gemaakt. Alsof ik een biografie van Hans Kazan zat te lezen, waarin zijn trucs werden uitgelegd. Ik vond dat plaatsvervangend pijnlijk. Later werd dat gelukkig wel anders, want Willem Wilmink heeft alleen van zijn jeugd een mooi verhaal gemaakt.

Gaandeweg werd mij ook duidelijk dat die biografie toch wel recht doet aan de schrijver, juist omdat hij zich altijd miskend voelde. Niet door mij en de enorme schare fans van zijn werk – geen enkele dichter in ons taalgebied wordt zoveel gelezen en gewaardeerd – maar door de serieuze literaire kliek en zijn vakbroeders uit de taalwetenschap. Hij was nu eenmaal een dichter, genaaid in het pak van een wetenschapper. Daar is nog geen operatie voor.

Ik las deze vakantie ook VOS, de biografie van Luc de Vos, de Vlaamse taalvirtuoos, door Leon Verdonschot. Dat was een warm doorbloed boek, waar ook de lezers van Willem Wilmink meer plezier aan zouden beleven, dacht ik. Maar uitgever Vic van der Reijt had mevrouw Etty aangezocht voor een literaire biografie. Niet voor de fans – fuck de lezers – maar voor zijn vriend Willem Wilmink, die in de hemel is. Geheel ten overvloede: dit is slecht mijn zeer particuliere mening.

In de man zit nog een jongen

De titel van het boek is niet toevallig gekozen. Het centrale motief van de biografie lijkt dat Willem Wilmink het vermogen bezat als een kind te denken, en dat hij, zoals hij zelf vaak beweerde, in de leeftijd van zijn held Kees de Jongen - 11 jaar - was blijven steken. Mevrouw Etty illustreert dit met talloze voorbeelden van zijn hilarische en tegelijk deerniswekkende hulpeloosheid, maar nergens legt ze mij uit, wat dit nu precies betekent.

Die andere leeftijd blijft een truc: de man die een witte duif uit zijn broekzak haalt. Maar is het werkelijk zo bijzonder als een schrijver van poëzie, al dan niet gezongen, zich verplaatst in de denkwereld van een ander? Acteurs doen niet anders. En als die ander dan ook nog slechts een jongere versie van jezelf is, iemand die je ooit bent geweest, maakt hij zich er dan feitelijk niet gemakkelijk vanaf? Vaak wordt juist beweerd, dat het ontbreken van de jongen in de man duidt op geestelijke armoede, een menselijk tekort. Dus, mevrouw Etty, wat was nu precies die specifieke kwaliteit van Willem Wilmink? Kon hij die jongen in zich beter oproepen dan anderen? Excelleerde hij op dit punt, was hij de kampioen? Of was hij geestelijk een soort Oskar uit Die Blechtrommel, die op een bepaalde leeftijd geestelijk stil bleef staan, ook al werd zijn lichaam steeds ouder? Dat wordt mij niet duidelijk.

Inclusief

Ik ben slechts een eenvoudige lezer en bewonder Willem Wilmink juist om de eenvoud en helderheid van zijn taal. Wat mij opviel in de biografie was, dat Wilmink beweerde dat hij nooit specifiek voor kinderen of volwassenen schreef. Mevrouw Etty gaat daaraan voorbij, maar volgens mij schuilt hierin juist de visie van Willem Wilmink. Onderwerpen als eenzaamheid, vriendschap of verdriet zijn feitelijk universeel en persoonlijk tegelijk. Geen enkel onderwerp, ook niet de schoonheid van Gotische kathedralen of Middelnederlandse teksten, mag door volwassenen worden geclaimd. Zijn omstreden proefschrift was het eerste dat door een kind kon worden gelezen, zo verklaarde hij met trots.
Neem bijvoorbeeld zijn gedicht Echtpaar in de trein. Voor de enkeling die dit is ontgaan hiernaast een Youtube-link. Hij schreef het voor zijn tweede vrouw Wobke, maar een kind kan het ook lezen. Natuurlijk is de betekenis voor een kind van 11 anders dan voor de oude man die het schreef, en wellicht zal die betekenis met de jaren met hem mee groeien.

Willem Wilmink is vaak geprezen om zijn betekenis voor de kinderliteratuur. Maar misschien is het juist andersom. Ik gooi het zomaar op tafel. Volwassenen leerde hij dat taal niet moeilijk is. Taal is een boterham met pindakaas. En hij leerde ons ook dat je kinderen niet in een konijnenhok stopt, op een rantsoen van infantiele verhaaltjes. Je moet kinderen juist uitdagen om boeken van een hogere plank te pakken, boeken die kinderen en VMBO-klanten niet buitensluiten door intellectueel jargon. Kinderen spelen dat ze Messi zijn.
En omgekeerd kreeg ik tranen in mijn ogen, toen in DWDD Tommy, de hond uit Sesamstraat, Dood zijn duurt zo lang voordroeg. Weg met het onderscheid tussen kind en man.

Willem Wilmink schreef inclusief.

Willem Wilmink, een mooi verhaal

Wat mij ook ontroerde in de biografie was zijn kinderlijke katholieke geloof, terwijl hij van huis uit juist rood was. De reden waarom hij niet katholiek werd, was naar eigen zeggen, dat hij van een geestelijke had gehoord dat katholieken aan de hemelpoort strenger worden beoordeeld, omdat zij beter zouden moeten weten. Volgens Herman Finkers was dat het meest katholieke argument om je niet te laten dopen.

Aan zijn baar zong zijn driejarige kleinzoon: Deze vuist op deze vuist, deze vuist op deze vuist, deze vuist op deze vuist, en zo klim ik naar boven …
(Voor de intellectuele nitwit onder ons: het liedje dat hij voor het kleuterprogramma De Film van Ome Willem schreef.)
Nou vooruit, toch maar lezen als je van dikke boeken houdt.

Bekijk ook...

Dit is een brief

Twee bier en een appje

‘Het probleem is, dat ze tegenwoordig geen brieven meer schrijven,’ legde mijn vriend de Schoolmeester op gezaghebbende toon uit. De aanleiding was een artikel over de tanende verbale vaardigheden onder studenten. ‘Ze komen niet meer uit hun woorden. Dat is het probleem.’ ‘Misschien heb je gelijk,’ antwoordde ik, ‘maar je houdt de vooruitgang nu eenmaal niet tegen.’

Jan Prakje on the road

Jan Prakje

Terwijl ik in alle vroegte mijn schoenen, die ik gisteren onder een tafeltje had geschoven, weer aantrok en een veter brak, kwam er – bliep – net een Whatsapp-bericht binnen. Het was mijn vriend de psycholoog, die om 6.46 schreef: Op mijn WC lees ik ‘Onze Lieve Vrouwe van de Schemering’ een bundel essays van Willem Jan Otten. Ik denk tijdens het lezen vaak aan jou. Ben zo vrij en uitspraak van WJO te parafraseren: “Dankzij het verhaal wordt mijn leven reëel.”

Twee vrienden bij Sonsbeek Arnhem

Kroniek van een vriendschap # 5

Wat zullen we doen? Zo was mijn vriendschap met KOOS van der SLOOT. In de auto, op de fiets, in de benen. Als ik terugdenk, zal ik dat het meest missen. Een belangrijk verschil tussen Koos en mij is dat hij onveranderlijk altijd en overal hetzelfde is, een man uit één stuk. Ik ben altijd niet iemand anders, ik pas mij aan, ik ben een man van vijftien jassen.