Levensvragen

‘Maar wat is nou het nut van filosofie?’, vroeg onze buurvrouw.
‘Wat is de zin van religie?’, pareerde ik.
Ze keek mij onthutst aan en vroeg: ‘Geloof jij in religie?’
Ik aarzelde even, maar wij waren bij haar op de koffie, dus koos ik voor een vreedzaam antwoord.
‘Ja,’ zei ik, ‘ik geloof het wel.’
Ze doorzag de humor niet en bleef me ernstig aankijken.
‘Nou, ik geloof niets,’ zei ze. ‘Volgens mij gaan we gewoon dood.’
‘Daar hoef je ook niet voor te geloven,’ zei ik. ‘Dat staat vast.’
Met een tevreden blik stond ze op, in de veronderstelling dat ze gelijk had gekregen, en verdween uit beeld. Toen ze terugkwam met de koffiekan, schonk ze ons ongevraagd nog eens in. Mijn vrouw begon over de uitverkoop en het gesprek dwarrelde langs het dorpsfeest, De Beste Zanger en een bijna fataal ongeluk van haar dochtertje, tot het zacht landde bij de dood van haar moeder, alweer zeven jaar geleden.

Op dat moment kwam haar dochtertje binnen en liet een zwarte kiezel zien.
‘Toch jammer,’ zuchtte buurvrouw, ‘dat ze de kleine meid nooit heeft mogen zien.’
‘Wie weet,’ opperde ik, ‘misschien is ze wel de bewaarengel van kleine Saskia.’
Het meisje herkende haar naam en lachte naar mij.
‘Je koffie staat koud te worden,’ zei ze met licht verwijt.
‘Ik drink nooit meer dan één kopje,’ antwoordde ik.
‘Vreemd,’ zei ze korzelig. Ze streelde haar dochtertje door het haar en vroeg toen op ernstige toon, of ik dat allemaal echt geloofde.
‘Waarom niet? Het is toch een mooi verhaal?’
‘Maar het is onzin,’ zuchtte ze verontwaardigd.
‘Ja, de mooie onzin van religie,’ stelde ik tevreden vast. We waren rond.
‘Zeg, zullen we het even gezellig houden,’ maande mijn vrouw. Weer een hele andere manier om tegen het leven aan te kijken.

Eerder gepubliceerd in de bundel De Juiste Dosis ©2013

Bekijk ook...

Wylde Hoarne, Joure. Eieren op de dakrand.

Kroniek van een vriendschap # 3

Ik heb mijn vriend Koos van der Sloot in loop der jaren goed leren kennen, maar ik durf niet te beweren dat ik hem ooit helemaal heb begrepen. Neem nu eens die gulzigheid voor kunst en literatuur. Waar komt die vandaan? Wij zijn beide opgegroeid in een arbeidersgezin. Cultuur beperkte zich tot sketches op bruiloften.

Rue Michel Bizot 48 Parijs 7e verdieping

De ogen van Francine

Ze zeggen dat je eerste liefde heimelijk altijd op nummer één blijft staan. Maar dat geldt niet voor mij. Ik denk nog zelden aan haar terug en dan nog slechts met weemoed. Maar toen de Oude Schrijver haar naam noemde, zag ik weer haar ogen, smeulend verlangen naar brandende liefde.

De verrassing

Toen ik bij de printer stond te wachten, voelde mijn hand een briefje in mijn broekzak. Ik vouwde het open en las de naam van mijn vrouw. Toen herinnerde ik me, dat ze me dat papiertje gisteren bij thuiskomst had gegeven met de woorden: ‘Niet kijken, ik wil niet weten wie jij hebt. Dan is het geen verrassing.’