Muiderpoort - Muziekwijk

Toen ik op station Amsterdam Muiderpoort was ingestapt zocht ik een zitplaats. Ik belandde op een achteruitrijbank. Op het scherm controleerde ik nogmaals of ik in de juiste trein zat. Iedereen keek op het scherm van zijn telefoon, behalve ik – ik zou niet weten waar ik naar zou moeten kijken – en een donkergekleurd meisje schuin tegenover me. Ik schatte haar een jaar of veertien. Zij las een dik boek. Toen ze bij Weesp even opkeek lachte ze als een vrouw.
‘Gaat u helemaal mee naar Zwolle?’, vroeg ze.
Hoezo Zwolle?, dacht ik.
‘Nee, tot Almere.’
‘Ik ook,’ zei ze blijmoedig. Nou vooruit, misschien was ze al achttien.
‘Ik hoop maar dat hij op tijd rijdt,’ kreunde ze met een zucht van verlangen.
‘Hij is op tijd vertrokken …’ antwoordde ik mild.
‘Ja,’ lachte ze, ‘maar met dit weer. Alle diertjes die in de winter nog binnen zaten, komen naar buiten en gaan dingen doen. Gelooft u dat?’ Ze wees naar pluisjes die dwarrelden in het avondlicht. Waarom sprak zo’n jong meisje mij aan?
‘Gelooft u in Jezus?’ Ach, een zendelinge.
‘Jawel,’ antwoordde ik, ‘maar ik vind dat een persoonlijke zaak.’
‘Heel persoonlijk!’, beaamde ze en opende haar boek weer.
‘Gaat dat boek over Jezus?’, vroeg ik op mijn beurt.
‘Nee, over en slomme jongen. Heel spannend.’ Ze was nog niet ver.

Op het perron van Almere Muziekwijk kwam het meisje naast me lopen. Ze noemde het toevallig en vroeg of ik in de Muziekwijk woonde. Ik vertelde haar, dat ik mijn auto hier één keer per jaar parkeerde, de vrijdag na Hemelvaart. Niettemin sprak ze de hoop uit, dat we elkaar nog eens zouden ontmoeten in de trein. Ze liep naar de fietsenstalling, ik naar mijn auto. Waarom was ik zo kortaf geweest?, vroeg ik me af, toen ik de navigatie op Thuis had ingesteld. Ben ik te cynisch? Of was zij te naïef voor deze wereld? Was ze maar mijn buurmeisje.

Bekijk ook...

Herman en Sido (rond 1994)

De letter E (1994)

Toen ik de mastiekribben op het dak van het schuurtje vernagelde, hoorde ik mijn jongste zoon heit! roepen. Hij was zes en had net leren lezen. Of ik de letter E meer Nederlands vond of meer Fries, wil hij weten. Ik rechtte mijn rug en dacht even na. Fries, zei ik op gevoel. Hij knikte en droop weer af.

Spoorzicht, zoals het er in '76 bij stond

Spoorzicht (1976)

‘Zal ik de dozen van zolder halen?’, vroeg ik zaterdag na Driekoningen. Mijn vrouw keek een beetje zuur en vroeg: ‘Zullen we hem niet nog een weekje laten staan?’ ‘Mij best,’ zei ik, ‘we hebben niet voor niets een plasticboom. Wat mij betreft blijft hij staan tot Pasen.’ Onwillekeurig moest ik denken aan een zaterdag tegen Pasen 1976.

Gewoon iets leuks

‘Wat wil je voor je verjaardag?’, vroeg ik, tijdens een reclameblok aan mijn vrouw. ‘Gewoon. Iets leuks,’ zei ze. ‘Lingerie bijvoorbeeld?’ ‘Nee, dat lijkt me geen goed idee,’ antwoordde ze schamper. ‘We kunnen ook samen wat uitzoeken.’ ‘Maar dan is het geen verrassing meer.’