Ontheffing van opvoeding

Na twee uur lopen realiseerde ik mij opeens, dat we op het Spui waren. Omdat mijn vriend de Psycholoog als parttime bewoner van onze hoofdstad voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – vreemde straatnamen, etalages, rare snuiters en mooie vrouwen – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees op de Atheneum boekhandel, die ik nog nooit zonder een aanschaf voorbij was gelopen, ….
‘… daar ben ik het niet mee eens,’ verklaarde mijn vriend echter, zonder zich om de boeken te bekommeren, ‘grootouders hebben ontheffing van opvoeding.’
‘Waar staat dat?’, vroeg ik.
‘Dat is mijn mening.’
‘Leg uit.’
‘Simpel,’ zei hij, ‘het is goed om je soms te ontspannen en te zondigen tegen regels, ook al zijn die regels prima. Eens? Maar als ouders of leraren de boel af en toe laten waaien, geeft dat verwarring bij kinderen. Daar hebben ze dus grootouders voor. Die mogen hun kleinkinderen schandelijk verwennen.’
‘Net zoals ik in Amsterdam graag door rood licht loop,’ opperde ik.
‘Vind jij dat ook lekker?’, vroeg mijn vriend.
‘Soms moet het even,’ gaf ik toe.
‘Dus, maak je geen zorgen als ze eens komen logeren.’
‘Hmm, ontheffing van opvoeding,’ zei ik hardop, ‘ik zal het thuis doorgeven.’
‘Of opvoedingsontheffing,’ opperde mijn vriend. ‘Dat bekt beter.’
‘Daar ben ik het dan absoluut en fundamenteel niet mee eens,’ verklaarde ik opstandig. ‘Dat klinkt nergens naar, ook al is dat slechts mijn bescheiden mening. Bovendien gaat het in de eerste plaats om die ontheffing. Als grootouders ontheffing van opvoeding hebben, dan hebben ze vast nog wel meer ontheffingen.’
‘Hmm, tja …’ Hij leek niet overtuigd.
‘Dan stel ik voor dat we die formulering noteren in het Grootboek der Kwesties en er verder niet meer over praten.’
‘Daar sluit ik me unaniem bij aan!’, jubelde hij. ‘En ik stel voor dat we hier rechts gaan en teruglopen via de Gelderse kade. Wat denk je daarvan?’
‘Daar heb je toch café Stevens?’, vroeg ik.
‘Daar hebben we café Stevens,’ gaf mijn vriend toe. ‘Wij hebben dorst. Of niet?’
‘Wij hebben!’, stelde ik resoluut vast.

Bekijk ook...

Een Kerstvertelling

Op een winterige zondagochtend werd er bij hem aangebeld. Op de galerij stond een kolossale man. Hij hield een mok voor zich en vroeg of hij een paar scheppen koffie mocht lenen. ‘Kom maar verder,’ zei mijn vriend, ‘dan zet ik wel even.’ Ze liepen door naar de keuken, waar hij met een filter en een koffiebus in de weer ging. ‘Dus,’ sprak de man plechtig, ‘gisteren ben ik hiernaast ingetrokken, ziet u. Ik ben uit elkaar.’

De AH in Joure, waar vroeger Hotel Terwisga stond.

Bakkie aanspraak

Aan de koffietafel bij Albert Heijn zat een vrouw op zichzelf. De stoel aan de overkant werd gegrepen door een onzekere man. - Vinnu ’t erg as ik erbij kom?, vroeg hij hees. - Neu. Tis openbaar.

Mijn vriend de psycholoog

Toen we weer een tunnel binnenreden, ter hoogte van Liestal Zwitserland, stuurde ik een Whatsapp-bericht aan mijn vriend de psycholoog: Onderweg naar huis. Zien wij elkaar nog? Wij waren ook op weg naar de vierde week van mijn vakantie, in mijn ogen de beslissende week.