Op slot

‘Je was net op tijd,’ zei ik, toen mijn vrouw maandagavond keurig geknipt en geverfd binnenkwam. Ze hing zonder tekst haar jas weg en liet zich met een zucht in haar stoel vallen.
‘We gaan op slot,’ vervolgde ik.
‘Weet ik,’ antwoordde ze korzelig. ‘De kapper had de toespraak er ook op.’
Iets zat haar dwars.
‘Heb je al koffie gehad?’, vroeg ik.
‘Ja.’
‘Ik nog niet,’ zei ik en liep naar de keuken.
‘Nou, doe mij dan ook nog maar één,’ zei ze, ‘maar niet te sterk, hoor.’
Ik vulde het kleine filterapparaatje, waar ik precies twee kopjes uit haal. Niet de kleine deftige kopjes met goud en bloemetjes voor het bezoek en ook niet de herdenkingsmokken van Willem en Maxima voor zaterdagochtend, maar er kunnen precies twee Creuset mokjes uit. Ik een gele en mijn lock down maatje een rode.
‘Heb je alles gehoord?’, vroeg ik.
‘Nee, ik zat onder de droger, maar Moniek zei dat ze morgen dicht gaan. En de scholen, en de meeste winkels ook.’
‘Daarom zei ik dus: je was net op tijd.’
‘Ja, dat snap ik.’
‘Maar onze etentjes voor de kerst kunnen nog gewoon doorgaan. En met Oud en Nieuw kunnen ze ook gewoon komen. Alleen die boswandeling kunnen we vergeten.’
‘Maar dat is buiten!’
‘Tja, buiten max twee volwassenen of één gezin. En wij zijn met zes volwassenen uit vier gezinnen.’
‘Maar wat ik nou niet uit kan staan, hè,’ zei ze op grimmige toon, ‘is dat datzelfde schorem, dat tijdens die toespraak van Rutte bij het torentje zo’n kabaal maakte, ervoor heeft gezorgd, dat het met die besmettingen weer uit de hand is gelopen.’
‘Dat kun je zo niet zeggen,’ suste ik.
‘Dat zeg ik wel,’ zei ze opstandig, ‘want het is zo!’
‘Je hebt gelijk,’ zei ik, ‘maar niet letterlijk. En … lieve schat, het is verschrikkelijk, maar het is een gegeven. Het is een feit. We kunnen er niets aan doen en we overleven het wel. Ik moet weer thuiswerken, tenzij het niet anders kan, dus we zitten na de kerst gezellig in onze pyjama op de werkkamer. Hoe vind je dat?’
‘Ach ja,’ zuchtte ze en ze ging koffie halen. Ik hoorde haar in de keuken shit zeggen. Toen ik mijn koffie van het dienblad nam vroeg ik wat er was.
‘Wat? … o, er staat niets meer van het weekend,’ stelde ze vast, ‘en het is nog maar maandag.’
‘Als je wilt, kunnen we straks best een nieuwe fles …’
‘Nee,’ zei ze beslist, ‘niet eerder dan donderdagavond.’
Ik raakte haar even zomaar aan.
‘Toch ben ik blij, dat ik met jou in de container zit.’ (We hebben ons eigen Corona-jargon.)
‘Dat had een stuk slechter kunnen treffen,’ beaamde ze.
‘Het kost een paar miljard, maar dan heb je ook wat,’ stelde ik tevreden vast, ‘alleen zit dat kutvirus nu ook weer in alle tv-programma’s.’
‘Niet op Netflix,’ zong mijn vrouw opeens, ‘als jij de kaarsjes even aansteekt, zoek ik wel even iets romantisch uit. Ik hoorde bij de kapper van een musical met Meryl Streep …’

Bekijk ook...

Twee vrienden bij Sonsbeek Arnhem

Kroniek van een vriendschap # 5

Wat zullen we doen? Zo was mijn vriendschap met KOOS van der SLOOT. In de auto, op de fiets, in de benen. Als ik terugdenk, zal ik dat het meest missen. Een belangrijk verschil tussen Koos en mij is dat hij onveranderlijk altijd en overal hetzelfde is, een man uit één stuk. Ik pas mij aan, ik ben een man van vijftien jassen.

Foto © Herman Nijholt

Kijksport #1

17 juli 2022: Er leeft een hardnekkig misverstand, dat je voor maximale sportbeleving onder politiebegeleiding een stadion met dure zitplaatsen moet bestijgen, om de tegenpartij uit te jouwen en je favoriet aan te moedigen, ongeacht het niveau van de prestaties op het veld. Of 1200 kilometer naar het zuiden moet rijden om vijf uur lang in de hitte aan de kant van de weg te wachten op een peleton wielrenners, dat in een oogwenk voorbij raast. Hoe duurder het menu, hoe lekkerder de zigeunerschnitzel, dat is het adagium van deze tijd.

Mis, fout, trap er niet in! Gistermiddag...

De Rappe Krentenbol

Na een grimmige vergadering moest ik wat stoom kwijt. Omdat het mooi weer was en ik mijn brood was vergeten, besloot ik naar de Lidl aan de Oude Oppenhuizerweg te lopen, voor een zak snelle krentenbollen. Halverwege op een parkeerterrein haalde een man een voorwiel uit zijn Renault en vervolgens de rest van een racefiets. Toen wierp hij zijn stropdas op de achter-bank, trok zijn overhemd uit en liet ook zijn kantoorbroek zakken.