Romantiek en plein public

Biologisch hert

Een hupsige serveerster gaf mij toestemming om mijn stoel op kwart voor twaalf van mijn vrouw te schikken. ‘Ik ben een beetje doof aan één kant,’ had ik gezegd. En handtastelijk aan de andere kant, had ik eraan toe kunnen voegen, maar ik wilde het meisje niet in verlegenheid brengen. Toen ze een fles Rioja kwam brengen en het menu voor ons neerlegde, vertelde ze dat ze buiten de kaart ook hert serveerden>
‘Uit de Oostvaarders Plassen!?’, vroeg ik ongeremd. Ze knikte schroomvallig en liet ons in beraad.
‘Daar hebben ze vast gedonder mee gehad,’ opperde mijn vrouw, terwijl ik net een warme hand op haar knie had laten vallen en de kaars in haar ogen zag flonkeren.
‘Kan me niet schelen,’ fluisterde ik terug, ‘niemand ziet iets, toch?’
‘Dat hert,’ maande ze quasi-streng, want heimelijk stelt ze mijn ondeugende aanvechtingen wel op prijs.
We bespraken de zegeningen van het stadje Doesburg, waar wij voor een Chagall-expositie waren neergestreken. Een romantisch weekend?, had collega Jan gevraagd. Elk weekend is romantisch, had ik geantwoord.

Een pet

Een ander voordeel van de kwart voor twaalf opstelling is, dat je het uitzicht deelt. Aan een tafeltje verderop zaten een man en vrouw van in de veertig. Volgens mijn vrouw was het een eerste date, want ze had de man horen vragen: Hoe vind je dat het gaat?
‘Waarom zet die vent zijn pet niet af?’, zei ik afgunstig. ‘Wat heeft hij te verbergen?’
‘Hij is kaal,’ zei mijn vrouw.
‘Had je mij weg geklikt, als ik op mijn profielfoto kaal was geweest?’, vroeg ik zomaar.
‘Weet ik niet,’ zei ze met een verliefde blik. Toen streek ze door mijn grijze dos en zei dat het weer tijd voor de kapper werd. Ander onderwerp.
‘Iedereen is hier trouwens kaal,’ zei ik toen, terwijl ik rondkeek.
‘Niet iedereen.’
‘Nee, die studenten niet, maar daar, daar en daar … zou er een verband zijn met die mosterdfabriek hier?’
‘Tuurlijk niet, dat is toeval.’
‘Ik weet niet … Kees eet heel veel mosterd en die is ook kaal.’
Ik haalde mijn telefoon tevoorschijn, wat mij onmiddellijk op een reprimande kwam te staan. Ik stopte hem snel weg en richtte mijn aandacht weer op de buren. De vrouw was zuinig op haar figuur geweest, maar ze droeg een gereserveerd sjaaltje en keek veel weg.  
‘Ze kan dit beter niet doorzetten,’ zei ik bezorgd, ‘daar krijgt ze beslist spijt van. Kijk, hij praat alleen maar over zichzelf. En hij drinkt water! Vast een alcoholist in therapie! Zo’n man slaat zijn vrouw …’
‘Pssst,’ maande mijn vrouw.
‘Moet je naar de WC?’, vroeg ik bijdehand. Toegegeven, een beetje kinderachtig, maar even later ging ze toch op zoek naar de toiletten.

Feedback

Onmiddellijk opende ik mijn telefoon. Een bericht van mijn vriend Kees! Het bleek een relaas met veel bijvoeglijke opsmuk over een verregend bezoek aan de onvolprezen Kringloopwinkel van Putten. Daar had hij een rood bankje gekocht, waar zijn vriendin voor was gevallen. Enfin, ik prees zijn inschikkelijkheid omwille van de liefde, want die moet worden gekoesterd, en schetste onze ambiance. Toen toetste ik mijn vraag: … ben jij met mij van mening dat een man, die bij een eerste date tijdens het eten zijn pet op houdt, onbetrouwbaar en potentieel gewelddadige is?

Al snel bliepte hij terug: Ik hou mijn pet ook wel eens op. Misschien heeft hij een koud hoofd, maar ik heb het aan Ria voorgelegd. Zij sluit niet uit dat je gelijk hebt, maar vraagt mij ook door te geven, dat het niet netjes is om te appen, als je met een meisje uit eten bent. Ik stop!
Ik antwoordde meteen: Ze is naar de WC.
Dat was geen smoes. In een romantische stemming voel ik mij al verlaten, als mijn geliefde even de kamer uitgaat om een nieuwe fles wijn te halen. Maar gelukkig, ze was alweer in aantocht.
‘Kon je het niet laten?’, glimlachte ze, toen ze ging zitten.
‘Kees had geen mening,’ rapporteerde ik, ‘maar Ria vond dat ik gelijk had.’
‘Gelijk met wat?’
‘Dat die vent met die pet onbetrouwbaar en gewelddadig is.’
‘Onzin,’ oordeelde ze, ‘je bent gewoon jaloers.’
‘Jaloers? Op wie?’, sputterde ik met enig theater, terwijl de serveerster voor elk van ons een hertenbiefstuk neerzette.
‘Zie ik eruit als een jaloerse man?’, vroeg ik het meisje, ‘… met zo’n vrouw naast mij?’
‘Nee, vast niet,’ zei ze met een schrander lachje, ‘maar wat ik wilde zeggen …’
Op dat moment brandde ik mijn vingers aan het bord.
‘Shit. Dat bord zijn heet.’
‘Ja dat, en … nou ja, smakelijk eten.’
Toen klonk Nessun Dorma van Pavarotti over de luidsprekers. De pet oreerde onverstaanbaar door, terwijl zijn date stijfjes bleef knikken, maar zij deden niet meer mee. Wij proefden simultaan met aandacht het eerste puntje wild.
‘Hmmm, verrukkelijk,’ fluisterde mijn vrouw. Ik schonk ons nog maar eens in.
‘De dag plukt zichzelf niet,’ verklaarde ik. ‘Op het leven …’

Bekijk ook...

Een Kerstvertelling

Op een winterige zondagochtend werd er bij hem aangebeld. Op de galerij stond een kolossale man. Hij hield een mok voor zich en vroeg of hij een paar scheppen koffie mocht lenen. ‘Kom maar verder,’ zei mijn vriend, ‘dan zet ik wel even.’ Ze liepen door naar de keuken, waar hij met een filter en een koffiebus in de weer ging. ‘Dus,’ sprak de man plechtig, ‘gisteren ben ik hiernaast ingetrokken, ziet u. Ik ben uit elkaar.’

Piet Wierda betreedt de oude Jouster Drukkerij (© Herman Kramer)

De Oude Jouster Drukkerij

De Oude Drukkerij in de Midstraat

Toen ik tijdens de feestdagen Black Magic Woman van Fleetwood Mac weer eens op de radio hoorde, dacht ik met weemoed terug aan de Jouster Drukkerij, ofwel de VJD. Niet alleen omdat ik dat plaatje daar voor het eerst hoorde, maar ook omdat de VJD net als Fleetwood Mac twee levens kent. Het huidige State-of-the-art bedrijf aan de Vegelinsweg doet in niets denken aan de naoorlogse drukkerij in de Midstraat, tegenover Tijmstra Expert.

In 1970 werd ik 15 jaar, dus ging ik op zoek naar een vakantiebaantje om mijn rijksdaalder zakgeld aan te...

Under construction (Fuck your morals) van Anne Wenzel ©2016
Landgoed Anningahof bij Zwolle

Wilt u nog iets gebruiken?

Op de laatste warme dag van het jaar bezochten wij de beeldentuin van Anningahof bij Zwolle. Toen wij rond waren, streken Kees en ik neer op een bankje, in afwachting van de vrouwen, want zonder vrouwen geen leven. Ik had dorst en hij had zin in bier, dus een gezamenlijke oplossing lag voor de hand.