Rook

Een oude man met een ijsmuts diep over zijn oren getrokken bleef staan voor de deur van het sigarenmagazijn. Hij trok een zakdoek tevoorschijn, trad naar binnen en snoot zijn neus. De detaillist met krulsnor veerde op achter zijn toonbank, en liep de klant met voorzichtige pasjes en een uitgestoken hand tegemoet.
“Wie hebben we daar?”
“Ja, ik … ik ben er weer.”
“Dat zie ik.”
“Ja.”
“We hoorden dat je even weg bent geweest.”
“Ja. Veertien dagen van huis.”
“Zo! Twee weken!”
“Ja, bijna.”
“En? Hoe gaat het er nu mee?”
“Nou, ik heb hulp, hè …”
“Hulp! Dat is mooi.”
“Ja, dat moest wel. Geen lucht.”
“En? Wat was het nou?”
“Tja, een kwaal met een rare naam.”
“Een kwaal!”
“Ja, dat zeggen ze.”
“Maar ze kunnen wat, tegenwoordig.”
“O ja, tegenwoordig zeker.”
“En wat doen we? Hetzelfde recept?”
“Ach ja …”
“Dat is dan drie negentig.”
De man snoot nogmaals zijn neus, bekeek de vangst en vouwde zijn zakdoek toen weer dicht. Toen rekende hij af.

Bekijk ook...

Chili con carne

Omdat mijn vrouw nog een laat overleg in Vaassen had, besloot ik Chili con Carne te maken. On-derweg van mijn werk haalde ik voor alle zekerheid een zakje saus.

Bezoek

‘Wat doe je nou?’, vroeg ze toen ik de stofzuiger wegzette. ‘Ik ga me scheren,’ zei ik. ‘Ben je hier dan al geweest?’ ‘Hier liggen toch geen scherven?’

Wylde Hoarne, Joure. Eieren op de dakrand.

Kroniek van een vriendschap # 3

Ik heb mijn vriend Koos van der Sloot in loop der jaren goed leren kennen, maar ik durf niet te beweren dat ik hem ooit helemaal heb begrepen. Neem nu eens die gulzigheid voor kunst en literatuur. Waar komt die vandaan? Wij zijn beide opgegroeid in een arbeidersgezin. Cultuur beperkte zich tot sketches op bruiloften.