Vriendschap

Omdat we toch in de buurt waren, bezochten wij te Machelen aan de Leije het graf van de zelfverklaarde volksschrijver Gerard Reve, die zichzelf van ’t beroofde. Hij lag op de nieuwe begraafplaats aan de rand van het dorp. Deemoedig knielde ik neer op zijn zerk. Hij was de enige op het perk. Men was op het volgende perkje verder gegaan. Zelfs in de dood, bad ik stil, ben je eenzaam en word je gemeden. En dat, terwijl Roger Raveel, kunstschilder en locale buitenbeen, nog bij de kerk mocht worden begraven – een besluit door de gemeenteraad bekrachtigd – hoewel hij later ging. Welke troost heeft die kwast bij leven en welzijn ooit gebracht? Heeft hij met de Nog net gebogen man uit 1956 slechts één van de grote thema’s – de drank, de liefde en de dood – aangeroerd? Ik had het er niet aan af gezien. Maar misschien is het ook wel beter zo.

Mijn vriend Kees legde een zachte hand op mijn schouder en zei: ‘Je staat erop. We gaan. Ik heb dorst.’
Hij stak het fototoestel weg.
Toen wij de poort uitliepen, zuchtte ik en zei: ‘Hier is hij niet.’
‘Nee,’ zei Kees, die voor het Eeuwig Leven twee jaar voorsprong op mij heeft, ‘hier liggen alleen zijn knoken.’

De dorpskroeg was gesloten, zodat wij het moesten doen met de binnentuin van theehuis Het verschrikkelijke zoete leven (lijfspreek van Raveel), waar wij een biertje van de tap bestelden. En, terwijl Kees met zijn blik de billen van de serveerster woog, vroeg ik mij af welke wanhoop de schrijver naar dit onzalige oord had gedreven.
‘Prachtig,’ fluisterde mijn vriend.
Ik tikte zijn glas aan en zei: ‘Op de verschrikkelijke zoete dood.’
‘Even opletten,’ zei hij met smaak, terwijl de serveerster opnieuw passeerde, ‘… wat zei ik?’
‘Je hebt gelijk,’ gaf ik toe, ‘het leven is prachtig.’
Ik wist, ik had gemakkelijk praten, met een vriend die mij begreep.

Eerder gepubliceerd in de bundel De Juiste Dosis 2013

Bekijk ook...

1983 Twee leren broeken

Kroniek van een vriendschap # 4

Van al mijn vrienden ken ik de muzieksmaak, maar niet van mijn vriend Koos van der Sloot. Dat was de blinde vlek in onze vriendschap. We zijn samen naar Iggy Pop geweest (Koos’ vaste commentaar was: ‘Wat een beest!’), dus daar hield hij van, maar waar hield hij nu echt van? Wat was zijn favoriete LP/CD? Wat was voor hem een 10? Geen idee.

Wuivend riet, als je het ziet

Ben even weg ***

Omwille van de lieve vrede laat ik mij niet uit over dit geval van overmacht, of wat daarvoor door moest gaan, maar het lag niet aan mij dat ons uitstapje naar P. niet doorging. Omdat ik de hiervoor opgenomen ouwelullendag niet wilde verlummelen, stond ik toch om zeven uur op. In mijn halfslaap was een plan gerijpt, een doel, een missie.

Pastoor Mets wijdt de Willibrordusschool (tegenwoordig Mattheusschool) Op de achtergrond koster Brouwer, alias Sinterklaas

Wat ik later wilde worden

Tijdens een familiegebeuren rond de kerst vroeg een nichtje zomaar, wie van ons nog geloofde. Het bleef even stil. ‘Ik,’ zei ik toen. De vraag was zo ruim gesteld, dat nuanceren niet eens nodig was. Als kind was ik diep geraakt door het sprookjesachtige kaarslicht, de Latijnse wondertaal, de Gregoriaanse gezangen en de galmende gewelven van onze katholieke kerk, de Mattheus in Joure. Natuurlijk geloofde ik in een God. Hij geloofde toch ook in mij? En daarom ga ik tegenwoordig niet meer naar de kerk. Hij is er niet meer. Alleen in mijn diepste gedachten brandt nog het vuur. ‘Ja,’ zei mijn...