Vrijstelling van betaalde arbeid

Op de terugweg naar de Balistraat realiseerde ik mij opeens, dat we over het Artisterrein liepen. Omdat mijn vriend de Psycholoog in Amsterdam voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – stillevens, straatrumoer, het etnisch pallet en onbedoelde kunst – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees naar de gouden adelaars bij de poort …
‘… daar heb ik geen enkele moeite mee,’ verklaarde mijn vriend, zonder zijn pas in te houden. ‘Zonder betaalde arbeid, heb ik juist meer tijd om me nuttig te maken voor mijn medemens.’
‘Leg uit,’ zei ik.
Voor de kassa stond een rij wachtenden, die wij in gestrekte pas voorbijliepen, tot een meisje onverhoeds uitstapte.
‘Ho ho!’, riep mijn vriend, terwijl hij haar vastgreep, om ongelukken te voorkomen. ‘Neem me niet kwalijk!’
‘Mijn fout,’ zei ze geschrokken. ‘Ik moet even ….’
Ze maakte haar zin niet af en keek een beetje verloren om zich heen.
‘Maak je niet ongerust!’, riep mijn vriend. ‘Wij lopen veel te hard.’
‘…in de bebouwde kom,’ voegde ik eraan toe.
‘Wij hoeven helemaal nergens naartoe,’ ging mijn vriend door, terwijl het meisje een notieboekje uit haar rugzakje haalde (daarvoor was ze vermoedelijk uit de rij gestapt), ‘wij zijn namelijk vrijgesteld van betaalde arbeid. Mijn vriend tijdelijk en ik permanent, maar wij houden van hard lopen.’
‘… en snel drinken,’ vulde ik aan, ‘en luid praten!’
Het meisje verdeelde nu haar aandacht over onze bekentenissen en haar rechterhand, die het rugzakje vruchteloos doorzocht.
‘Ze zoekt een pen’, zei ik tegen mijn vriend.
‘…ik ben ook een notoire pennenraper,’ bekende hij en haalde een balpen uit zijn binnenzak. ‘Alsjeblief, probeer maar even.’
Ze nam de pen aan en maakte een vloeiend slingertje. Er brak een glimlach om haar mond.
‘Schrijf maar op,’ vervolgde hij, ‘deze dag is … Toe maar.’
Ze schreef het op en keek weer op.
‘… tot dusver,’ declameerde mijn vriend.
Ook dat noteerde ze.
‘… de rest moet je natuurlijk zelf invullen,’ zei mijn vriend, ‘veel plezier bij de apen.’
‘Best fijn,’ zei ik verderop bij de zebra, ‘dat schrijft ze vast op.’
‘Ik hoop het,’ zuchtte mijn vriend tevreden. ‘Begrijp je nu wat ik bedoel?’
Als antwoord sloeg ik een arm om zijn schouder. Ooit, lang geleden, vernieuwden wij onze vriendschap in Café de Vriendschap in Utrecht, onder de Dom. Maar dat bestaat niet meer. De laatste keer dat ik ervoor stond, werden de geschuurde vloerdelen door het raam naar buiten gegooid.
‘Alles is tijdelijk,’ zuchtte ik,
‘Niet alles,’ vond mijn vriend. Dat liet ik zacht naar binnen komen.

Bekijk ook...

Het Haringgenootschap

Op het programma stond een fikse wandeling, om de overdaad van de feestdagen te vertreden, althans van mijn kant. Mijn vriend de Psycholoog doet niet aan feestdagen en gezelligheid, maar loopt iedere dag tien kilometer tegen de verblabbering van zijn fysiek. Hij liep voor, want hij was bekend in de havenstad. Op onze route passeerden wij een viswinkel met de illustere naam Het Haringgenootschap.

De rij bij Artis

Vrijstelling van betaalde arbeid

Op de terugweg naar de Balistraat realiseerde ik mij opeens, dat we over het Artisterrein liepen. Omdat mijn vriend de Psycholoog in Amsterdam voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – stillevens, straatrumoer, het etnisch pallet en onbedoelde kunst – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees naar de gouden adelaars bij de poort … ‘… daar heb ik geen enkele moeite mee,’ verklaarde mijn vriend, zonder zijn pas in te houden. ‘Zonder betaalde arbeid, heb ik juist meer tijd om me nuttig te maken voor mijn medemens.’

Pier Nijholt (1922-2008)

Afscheid (2008)

Pas jaren later besefte ik, wat mijn vader me liet zien. Wachtend op de dood, nam hij afscheid van zijn leven met verhalen over de onbelaste jaren van zijn jeugd. Dat was de tijd dat hij met zijn vrienden ging voetballen en daarna naar het café. Alle dorpsfeesten liep ze af, op zoek naar vertier en ongein. Vrij en zonder zorgen. ‘Toen waren wij er nog niet,’ concludeerde mijn broer, maar ik dacht terug aan de kermis van ‘63.