Zondagochtend retoriek

Toen ik de deur van de logeerkamer hoorde en een ademtocht later de badkamerdeur, stond ik op, nam mijn ochtendjas van de haak en ging naar beneden. Hoewel het nog niet licht was, opende ik de gordijnen alvast, zodat de dag zacht kon binnen-vallen. Ik zette de fles en de wijnglazen van gisteravond op het aanrecht en begon de vaatwasser uit te ruimen, alsof ik niet gewoon in afwachting was van mijn vriend de Psycholoog.
Hij prees ritueel het bed en de badkamer als prelude voor het aanstaande afscheid. Ik wees hem de kaas en vulde voor hem de koffiebus bij. Terwijl hij levendig herinneringen opriep aan de gebeurtenissen en ontmoetingen van gisteren, zei ik: ‘Even luisteren’, en speelde op mijn telefoon een Youtube link af, van Bouke van Gelderen.
‘Geweldig!’, riep hij, ‘wat is het?’
Lies van the Knickerbockers,’ zei ik, ‘uit Emmen, staat hier.’
‘Vind jij ook niet, Herman,’ vroeg hij even later met volle mond, ‘dat eigenlijk alles betekenis heeft? Ook deze boterham met kaas? En ook deze koffie? Zelfs een natte wind?’
‘Ik zal je iets voorlezen,’ zei ik en haalde Just Kids van Patti Smith uit de voorkamer. Terwijl ik een citaat zocht, legde ik hem de scene uit. ‘Stel je voor: Patti en Sam Sheppard, de toneelschrijver, die elkaar op een kruispunt in hun leven zijn tegengekomen, besluiten om hun relatie te beëindigen, omdat ze verder moeten. < He looked at me, my cowboy with Indian ways. “You know, the dreams you had for me weren’t my dreams,” he said. “Maybe those dreams are ment for you.” >
‘Zelfs afscheid heeft betekenis,’ zei hij met een snik, of verslikte hij zich? Ik knikte.
‘Wil je brood mee voor onderweg?’, vroeg ik.
‘Heb ik al gesmeerd,’ bekende hij. ‘De kaas is wel bijna op.’
‘Geeft niet,’ zei ik, ‘dan kom ik er vandaag toch nog even uit.’

Een gedachte flitste door mijn hoofd, maar verdween ook weer. Mijn vriend zette zijn bord en koffiemok op het aanrecht en kondigde aan, dat hij zich voor zijn vertrek ging ontlasten. Hij nam de weekendbijlage van de LC van de tafel en zonderde zich af. Buiten was het inmiddels bijna licht.
Ik stond op en deed de lampen uit. Ik smeerde voor mezelf twee beschuitjes en deed er, bij gebrek aan kaas, hagelslag op. Toen ging ik aan tafel zitten en sloeg Just Kids weer open bij de bladwijzer. Na een pagina – Patti was inmiddels terug bij haar getormenteerde vriend Robert Mapplethorpe - las ik: < I believed he would once again embrace the knowledge that there is no pure evil, no pure good, only purity. > Ik hoorde de closetrolhouder ratelen en besloot deze quote via Whatsapp aan mijn vriend te sturen, zodra hij op de fiets zat. Dan kon hij hem als troost in tijden van vertwijfeling of tegenslag nog eens teruglezen.
‘Hoor je hier de kerkklokken?’, vroeg mijn vriend, toen hij terugkwam van het toilet en doorliep naar het aanrecht.
‘Nee, jammer genoeg niet,’ antwoordde ik. Van verre overviel mij een heimwee naar het woord van God, gebeiteld in marmer en latijn.
‘Nou ja, je hebt altijd nog Patti Smith voorhanden,’ sprak hij achteloos, maar beslist. Ik keek naar de kloeke geïllustreerde uitgave, stond op en legde een hand op zijn schouder. Hij zuchtte: ‘Ik moet nu echt gaan. Anders blijf ik hangen.’
‘Heb je alles?’, vroeg ik. Voor alle zekerheid noemde hij nogmaals de litanie van reisbenodigdheden op, rolde zijn fiets naar buiten en vertrok. Boven draaide ik de douche open en kleedde me uit. Naakt, met de handen in mijn haar, dacht ik: Pas als ik het opschrijf. Een boterham met kaas krijgt pas betekenis, als ik het opschrijf.

Bekijk ook...

Rechts, links, troelala.

Ik keek verdwaasd naar een border, die ik geacht was te gaan wieden, want het was ook mijn tuin. ‘Hoe zie ik nu wat onkruid is?’ ‘Nou, die lelijke stengels …’ wees mijn vrouw. ‘En dit dan?’, vroeg ik en wees naar een plantje met mooie witte bloemetjes. ‘Eruit,’ zei ze rigoureus. ‘Maar hij bloeit!’ ‘Hij bloeit tussen mijn tegels.’

De Rappe Krentenbol

Na een grimmige vergadering moest ik wat stoom kwijt. Omdat het mooi weer was en ik mijn brood was vergeten, besloot ik naar de Lidl aan de Oude Oppenhuizerweg te lopen, voor een zak snelle krentenbollen. Halverwege op een parkeerterrein haalde een man een voorwiel uit zijn Renault en vervolgens de rest van een racefiets. Toen wierp hij zijn stropdas op de achter-bank, trok zijn overhemd uit en liet ook zijn kantoorbroek zakken.

Twee vrienden bij Sonsbeek Arnhem

Kroniek van een vriendschap # 5

Wat zullen we doen? Zo was mijn vriendschap met KOOS van der SLOOT. In de auto, op de fiets, in de benen. Als ik terugdenk, zal ik dat het meest missen. Een belangrijk verschil tussen Koos en mij is dat hij onveranderlijk altijd en overal hetzelfde is, een man uit één stuk. Ik ben altijd niet iemand anders, ik pas mij aan, ik ben een man van vijftien jassen.