Verhalen van alledag

Carson op weg naar huis.

Filmpauze

De Filmvertoning van Downton Abbey op zondagmiddag had ook een troep plattelandsvrouwen losgeweekt uit hun aangeharkte bestaan. Het dimmen van de zaalverlichting leverde al spannende kreetjes op en de lichtbeelden werden van halfluid authentiek Fries commentaar voorzien. ‘Jezus’, zuchtte ik. Mijn vrouw, die mij had meegelokt met een ‘leuk’ en ‘gezellig’ argument, draaide zich kordaat om en zei er iets van.Lees verder

Het misverstand rond Willem Wilmink

‘Moet dit leuk zijn?’, vroeg mijn vrouw, terwijl ze mij de biografie van Willem Wilmink na twee pagina’s alweer teruggaf. Daarmee sloeg ze precies de spijker op de kop van mijn eigen ongemak. Opeens begreep ik, wat er mis was met dat boek.Lees verder

De binnenkant van mijn schedel

‘We gaan op schoolreisje,’ zei ik, toen mijn vrouw vertelde dat de olijke tweeling kwamen logeren. ‘Waar wil je naartoe?’ ‘Het wordt warm,’ zei ik. ‘We gaan naar Schier.’ Aldus werd besloten. De essentie van een schoolreisje is, dat alles een feestje is. Dat is niet een feit. Dat is een instelling. Dat is de bedoeling.Lees verder

In 't Stadhuus is het streekmuseum gevestigd

Hardenberg, netjes opgeruimd

‘Wat zijn de opties?’, vroeg ik aan mijn vriend Kees, toen het middagprogramma ter sprake kwam. Met het oog op de aanhoudende regen (jawel, een zegen voor tuin en heide!) zochten wij een culturele bestemming. Wij ontdekten dat wij geen van beiden ooit het stadje Hardenberg hadden bezocht. ‘Is daar iets?’, vroeg ik. Kees raadpleegde zijn telefoon en concludeerde dat er een streekmuseum was. ‘Dat lijkt me niks,’ zei ik en goot de laatste slok koffie naar binnen. ‘Juist daarom,’ vond Kees, ‘juist als het niks is, kijk je dieper.’Lees verder

Oui, c'est moi

De ballade van de eend en de forel

‘Wat een zucht,’ zei ik bezorgd, toen we op de Autoroute du Soleil noordwaarts bij Metz vastliepen. ‘Geef maar even een slokje,’ zei mijn vrouw, terwijl ze terugschakelde. Ik reikte haar een flesje Evian bronwater aan. ‘Het was een prettige vakantie,’ probeerde ik.Lees verder

Requiem voor een ongediertje (2019-2019)

Zondagochtend, toen ik voor mijn ontbijt twee beschuitjes kaas met rood smeerde, zag ik hem liggen. In de vensterbank, tussen de stopcontactenborstel en een flessenwipper, lag op zijn rug een dode bromvlieg. Ik was me van geen vlieg bewust geweest. Ach, hij had van de kruimels op het aanrecht gegeten zonder mij tot last te zijn en was een natuurlijke dood gestorven.Lees verder

Tekening van Tilly

‘Heb jij die tekening van Tilly nog?’, vroeg mijn vriend Koos van der Sloot op een dag. Het zal een jaar of 10 geleden zijn. Natuurlijk! Ik haalde een blauw portfolio van zolder, waarin ik hem bijna 30 jaar zorgvuldig had bewaard. ‘Als jij er niets mee doet, geef mij hem dan maar mee,’ zei mijn vriend streng. ‘Ik heb hem ook gekregen.’ Daar kon ik niets tegen in brengen. We hadden hem ooit gekregen voor ons tijdschrift De Vogelaar.Lees verder

De AH in Joure, waar vroeger Hotel Terwisga stond.

Bakkie aanspraak

Aan de koffietafel bij Albert Heijn zat een vrouw op zichzelf. De stoel aan de overkant werd gegrepen door een onzekere man. - Vinnu ’t erg as ik erbij kom?, vroeg hij hees. - Neu. Tis openbaar.Lees verder

Station Amsterdam Muiderpoort. De blanke Seedorf heet De Ligt.

Muiderpoort - Muziekwijk

Toen ik op station Amsterdam Muiderpoort was ingestapt zocht ik een zitplaats. Ik belandde op een achteruitrijbank. Op het scherm controleerde ik nogmaals of ik in de juiste trein zat. Iedereen keek op het scherm van zijn telefoon, behalve ik – ik zou niet weten waar ik naar zou moeten kijken – en een donkergekleurd meisje schuin tegenover me.Lees verder

Een lege dop

Een circulaire eend

‘De tuin is bezig dood te gaan,’ zei mijn vrouw droevig. Het was verlammend warm. ‘Iedereen is bezig dood te gaan,’ antwoordde ik intuïtief en zonder op te kijken van de Killer-Sudoku, die al mijn rationele vermogens in beslag nam. ‘Zo is het leven.’ ‘Het komt door het klimaat,’ zei mijn vrouw. ‘Het regent niet,’ beaamde ik. ‘Ik kan die CO2 ontkenners eigenlijk niet uitstaan, weet je dat?’ Ik vulde een 3 in en zag meteen dat mijn puzzel fout liep.Lees verder

De rij bij Artis

Vrijstelling van betaalde arbeid

Op de terugweg naar de Balistraat realiseerde ik mij opeens, dat we over het Artisterrein liepen. Omdat mijn vriend de Psycholoog in Amsterdam voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – stillevens, straatrumoer, het etnisch pallet en onbedoelde kunst – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees naar de gouden adelaars bij de poort … ‘… daar heb ik geen enkele moeite mee,’ verklaarde mijn vriend, zonder zijn pas in te houden. ‘Zonder betaalde arbeid, heb ik juist meer tijd om me nuttig te maken voor mijn medemens.’Lees verder

Atheneum

Ontheffing van opvoeding

Na twee uur lopen realiseerde ik mij opeens, dat we op het Spui waren. Omdat mijn vriend de Psycholoog als parttime bewoner van onze hoofdstad voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – vreemde straatnamen, etalages, rare snuiters, mooie vrouwen – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees op de Atheneum boekhandel, die ik nog nooit zonder een aanschaf voorbij was gelopen, …. ‘… daar ben ik het niet mee eens,’ verklaarde mijn vriend echter, zonder zijn pas in te houden, ‘grootouders hebben ontheffing van opvoeding.’Lees verder

Ik was nog een snotneus.

Stiekem, bij de jassen

‘Ik kom voor de receptie,’ zei ik tegen een zwart bejurkte dame in de hal. ‘Trap op, linksaf, dan ziet u het vanzelf,’ zong ze routineus. Nog voor ik een kop koffie met oranjekoek in de handen kreeg gedrukt, zag ik Annie staan. Ik had toevallig gehoord dat ze er waarschijnlijk ook zou zijn, anders had ik mijn vroegere buurmeisje beslist niet herkend. Pas na de mooie woorden voor de pensionado liep ik haar toevallig tegen het lijf.Lees verder

De kunstenaar Armando 2017

Bereid zijn is alles

Gelovige kunstenaars leggen aan de Hemelpoort verantwoording af over hun zondige leven, maar Armando was kennelijk een heiden, want hij mocht een jaar na zijn door dood in Het Uur van de Wolf (‘Het Voorval’, uitzending 9 mei 2019) komen vertellen, wat er nu eigenlijk waar was van zijn verhalen.Lees verder

Buiten de kaart om

‘Er zijn grenzen!,’ stelde een tanige heer aan een naburig tafeltje opstandig vast. Hij legde resoluut de nota neer en wenkte een serveerster. ‘Weet jij het al?’, vroeg ik aan mijn vrouw, want ze had het menu neergelegd. ‘We hebben toch geen haast?’ ‘Nee, nee,’ suste ik, ‘maar ik heb wel trek.’Lees verder

... ja, deze foto is beter, zei mijn moeder.

Moederdag mag

De afstand tussen mij en mijn moeder is ongeveer 2,5 kilometer en te voet zijn er drie routes om die te overbruggen. Eentje door het groen – leuk, maar je ziet geen flikker – eentje over de Van Brienenoord-Noord – gevoelsmatig de kortste – maar vandaag liep langs het industrieterrein van Joure.Lees verder

Tess Nijholt en Pake Herman

Tot meer tellen!

Met de kleine meid op schoot, terwijl zij een boterham oppeuzelde, nam ik een populairwetenschappelijk magazine door, waarin de werking van het heelal werd uitgelegd. ‘Kijk zo,’ zei ik. ‘Jij bent ons zonnetje …’ en terwijl ik stukje brood in een baan om haar hoofd bracht: ‘… en dit is een planeet.’Lees verder

De Rappe Krentenbol

Na een grimmige vergadering moest ik wat stoom kwijt. Omdat het mooi weer was en ik mijn brood was vergeten, besloot ik naar de Lidl aan de Oude Oppenhuizerweg te lopen, voor een zak snelle krentenbollen. Halverwege op een parkeerterrein haalde een man een voorwiel uit zijn Renault en vervolgens de rest van een racefiets. Toen wierp hij zijn stropdas op de achter-bank, trok zijn overhemd uit en liet ook zijn kantoorbroek zakken.Lees verder

Match Fixing (1968)

De jaarlijkse voetbalwedstrijd van de Bonifatiusschool tegen de Openbaren zou plaatsvinden op een echt voetbalveld van Sportclub Joure onder leiding van onze gymleraar van der Meer. Wij minachtten van der Meer, want hij spuugde bij het praten, dus noemden we hem heimelijk Flieber. Bovendien was hij gemeen en zelf Openbaar, dus floot hij vast tegen ons. Jopie was onbetwist de beste voetballer van de school, dus hij bepaalde wie erin zat.Lees verder

Romantiek en plein public

Een hupsige serveerster gaf mij toestemming om mijn stoel op kwart voor twaalf van mijn vrouw te schikken. ‘Ik ben een beetje doof aan één kant,’ had ik gezegd. En handtastelijk aan de andere kant, had ik eraan toe kunnen voegen, maar ik wilde het meisje niet in verlegenheid brengen. Toen ze een fles Rioja kwam brengen en het menu voor ons neerlegde, vertelde ze dat ze buiten de kaart ook hert serveerden.Lees verder

De Neanderthaler in mij

Mijn vriend de Psycholoog arriveerde ondanks het gure weer zelfs twee minuten eerder dan aangekondigd. Ik hou daarvan. Tijdens de koffie – hij kreeg de Paddington koffiemok – bespraken wij zoals gebruikelijk eerst het leven, dat er aan weerszijden van de tafel onveranderlijk goed voor stond. Daarna vroeg ik hem, wat hem momenteel zoal bezighield …Lees verder

Bubbles or coffee, that's the question.

De digitale hand van God

‘Zegt u het maar?’, sprak de man door een ernstige baard, toen ik mijn PC voor hem op de toonbank plaatste. ‘Mijn Email doet het niet meer,’ zei ik. Ja, ik had nog wel internet, ik zag ook nog steeds mijn berichten, maar verzenden en ontvangen werkte niet meer. Nee, ik was me van geen abonnement of wachtwoord bewust. Tenslotte biechtte ik op, dat …Lees verder

Jan Prakje on the road

Jan Prakje

Terwijl ik in alle vroegte mijn schoenen, die ik gisteren onder een tafeltje had geschoven, weer aantrok en een veter brak, kwam er – bliep – net een Whatsapp-bericht binnen. Het was mijn vriend de psycholoog, die om 6.46 schreef: Op mijn WC lees ik ‘Onze Lieve Vrouwe van de Schemering’ een bundel essays van Willem Jan Otten. Ik denk tijdens het lezen vaak aan jou. Ben zo vrij en uitspraak van WJO te parafraseren: “Dankzij het verhaal wordt mijn leven reëel.”Lees verder

Pastoor Mets wijdt de Willibrordusschool (tegenwoordig Mattheusschool) Op de achtergrond koster Brouwer, alias Sinterklaas

Wat ik later wilde worden

Tijdens een familiegebeuren rond de kerst vroeg een nichtje zomaar, wie van ons nog geloofde. Het bleef even stil. ‘Ik,’ zei ik toen. De vraag was zo ruim gesteld, dat nuanceren niet eens nodig was. Als kind was ik diep geraakt door het sprookjesachtige kaarslicht, de Latijnse wondertaal, de Gregoriaanse gezangen en de galmende gewelven van onze katholieke kerk, de Mattheus in Joure. Natuurlijk geloofde ik in een God. Hij geloofde toch ook in mij? En daarom ga ik tegenwoordig niet meer naar de kerk. Hij is er niet meer. Alleen in mijn diepste gedachten brandt nog het vuur. ‘Ja,’ zei mijn...Lees verder

Pages