Verhalen van alledag

Mijn nieuwe schoenen ...

Mijn Oecumenische schoenen

Louter wanneer er sprake is van gerichte aanschaf, ga ik nog wel eens langs de winkels. Mijn vrouw moest een cadeau voor een jarige vriendin hebben. Zo passeerden wij op de Dracht in Heerenveen gearmd de etalage van een schoenenzaak, die UITVERKOOP schreeuwde. ‘Moest jij geen nieuwe schoenen hebben?’, vroeg ze.Lees verder

Levensvragen

‘Maar wat is nou de zin van filosofie?’, vroeg onze buurvrouw.Lees verder

Bezoek

‘Wat doe je nou?’, vroeg ze toen ik de stofzuiger wegzette. ‘Ik ga me scheren,’ zei ik. ‘Ben je hier dan al geweest?’ ‘Hier liggen toch geen scherven?’Lees verder

De fiets van oom Anton

‘Oom Anton heeft een fiets gekocht,’ zei mijn neef Koen. Afgezien van het feit dat het bestaan van een oom Anton mij tot op dat moment was ontgaan, trof mij vooral zijn guitige lach die een sterk verhaal deed vermoeden.Lees verder

De kleur van Liefde

‘Kan ik u helpen?’, vroeg het bloemenvrouwtje. ‘Misschien,’ zei ik, ‘waar staan de gele boeketten?’ ‘Geel! Dat is grappig,’ riep ze olijk. ‘Niemand vraagt om geel.’Lees verder

De verrassing

Toen ik bij de printer stond te wachten, voelde mijn hand een briefje in mijn broekzak. Ik vouwde het open en las de naam van mijn vrouw. Toen herinnerde ik me, dat ze me dat papiertje gisteren bij thuiskomst had gegeven met de woorden: ‘Niet kijken, ik wil niet weten wie jij hebt. Dan is het geen verrassing.’Lees verder

Annemarie Nauta. In het boek stond een andere foto uit dezelfde serie: Bois de Boulogne, Parijs.

Foto van Olga

‘Ik moet je iets laten zien,’ zei ik, toen mijn vrouw thuiskwam. Maar helaas, er was iets fout ge-gaan bij het opnemen van de uitzending. Ook bij een haastige speuractie op het wereldwijde net vond ik niet de foto van Annemarie Nauta, die in mijn ziel stond gebrand.Lees verder

Slapen, domen of denken

Die ballon was rood

‘Jezus, wat een weer!’, zuchtte ik buiten adem, terwijl ik mijn leren jas uittrok en over een lege stoel hing. Een ouder echtpaar aan een ander tafeltje keek mij angstig aan. Ik had volstrekt overbodig de naam van hun Verlosser ijdel gebruikt en dat speet me oprecht, ook al had ik volgens mijn boekje niets verkeerd gezegd.Lees verder

Wuivend riet, als je het ziet

Ben even weg ***

Omwille van de lieve vrede laat ik mij niet uit over dit geval van overmacht, of wat daarvoor door moest gaan, maar het lag niet aan mij dat ons uitstapje naar P. niet doorging. Omdat ik de hiervoor opgenomen ouwelullendag niet wilde verlummelen, stond ik toch om zeven uur op. In mijn halfslaap was een plan gerijpt, een doel, een missie.Lees verder

Inwendig onderzoek van een fauteuil

Inwendig onderzoek

‘Wat doe jij thuis?’, vroeg mijn vrouw, toen ik maandagmiddag om half één de woonkamer binnen stapte. Ze zat netjes aangekleed met een krant op de bank, dus liet ik de gespeelde verdenkingen van een geheime minnaar maar achterwege en kwam meteen terzake. ‘Wij moeten praten,’ zei ik en ik nam plaats in de leren fauteuil.Lees verder

Dit is een brief

Twee bier en een appje

‘Het probleem is, dat ze tegenwoordig geen brieven meer schrijven,’ legde mijn vriend de Schoolmeester op gezaghebbende toon uit. De aanleiding was een artikel over de tanende verbale vaardigheden onder studenten. ‘Ze komen niet meer uit hun woorden. Dat is het probleem.’ ‘Misschien heb je gelijk,’ antwoordde ik, ‘maar je houdt de vooruitgang nu eenmaal niet tegen.’Lees verder

Het misverstand rond Willem Wilmink

‘Moet dit leuk zijn?’, vroeg mijn vrouw, terwijl ze mij de biografie van Willem Wilmink na twee pagina’s alweer teruggaf. Daarmee sloeg ze precies de spijker op de kop van mijn eigen ongemak. Opeens begreep ik, wat er mis was met dat boek.Lees verder

De binnenkant van mijn schedel

‘We gaan op schoolreisje,’ zei ik, toen mijn vrouw vertelde dat de olijke tweeling kwamen logeren. ‘Waar wil je naartoe?’ ‘Het wordt warm,’ zei ik. ‘We gaan naar Schier.’ Aldus werd besloten. De essentie van een schoolreisje is, dat alles een feestje is. Dat is niet een feit. Dat is een instelling. Dat is de bedoeling.Lees verder

Requiem voor een ongediertje (2019-2019)

Zondagochtend, toen ik voor mijn ontbijt twee beschuitjes kaas met rood smeerde, zag ik hem liggen. In de vensterbank, tussen de stopcontactenborstel en een flessenwipper, lag op zijn rug een dode bromvlieg. Ik was me van geen vlieg bewust geweest. Ach, hij had van de kruimels op het aanrecht gegeten zonder mij tot last te zijn en was een natuurlijke dood gestorven.Lees verder

Tekening van Tilly

‘Heb jij die tekening van Tilly nog?’, vroeg mijn vriend Koos van der Sloot op een dag. Het zal een jaar of 10 geleden zijn. Natuurlijk! Ik haalde een blauw portfolio van zolder, waarin ik hem bijna 30 jaar zorgvuldig had bewaard. ‘Als jij er niets mee doet, geef mij hem dan maar mee,’ zei mijn vriend streng. ‘Ik heb hem ook gekregen.’ Daar kon ik niets tegen in brengen. We hadden hem ooit gekregen voor ons tijdschrift De Vogelaar.Lees verder

De AH in Joure, waar vroeger Hotel Terwisga stond.

Bakkie aanspraak

Aan de koffietafel bij Albert Heijn zat een vrouw op zichzelf. De stoel aan de overkant werd gegrepen door een onzekere man. - Vinnu ’t erg as ik erbij kom?, vroeg hij hees. - Neu. Tis openbaar.Lees verder

Station Amsterdam Muiderpoort. De blanke Seedorf heet De Ligt.

Muiderpoort - Muziekwijk

Toen ik op station Amsterdam Muiderpoort was ingestapt zocht ik een zitplaats. Ik belandde op een achteruitrijbank. Op het scherm controleerde ik nogmaals of ik in de juiste trein zat. Iedereen keek op het scherm van zijn telefoon, behalve ik – ik zou niet weten waar ik naar zou moeten kijken – en een donkergekleurd meisje schuin tegenover me.Lees verder

Een lege dop

Een circulaire eend

‘De tuin is bezig dood te gaan,’ zei mijn vrouw droevig. Het was verlammend warm. ‘Iedereen is bezig dood te gaan,’ antwoordde ik intuïtief en zonder op te kijken van de Killer-Sudoku, die al mijn rationele vermogens in beslag nam. ‘Zo is het leven.’ ‘Het komt door het klimaat,’ zei mijn vrouw. ‘Het regent niet,’ beaamde ik. ‘Ik kan die CO2 ontkenners eigenlijk niet uitstaan, weet je dat?’ Ik vulde een 3 in en zag meteen dat mijn puzzel fout liep.Lees verder

De rij bij Artis

Vrijstelling van betaalde arbeid

Op de terugweg naar de Balistraat realiseerde ik mij opeens, dat we over het Artisterrein liepen. Omdat mijn vriend de Psycholoog in Amsterdam voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – stillevens, straatrumoer, het etnisch pallet en onbedoelde kunst – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees naar de gouden adelaars bij de poort … ‘… daar heb ik geen enkele moeite mee,’ verklaarde mijn vriend, zonder zijn pas in te houden. ‘Zonder betaalde arbeid, heb ik juist meer tijd om me nuttig te maken voor mijn medemens.’Lees verder

Atheneum

Ontheffing van opvoeding

Na twee uur lopen realiseerde ik mij opeens, dat we op het Spui waren. Omdat mijn vriend de Psycholoog als parttime bewoner van onze hoofdstad voorloper van dienst was, had ik mijn aandacht gericht op details – vreemde straatnamen, etalages, rare snuiters, mooie vrouwen – en was ik de route uit het oog verloren. Ik wees op de Atheneum boekhandel, die ik nog nooit zonder een aanschaf voorbij was gelopen, …. ‘… daar ben ik het niet mee eens,’ verklaarde mijn vriend echter, zonder zijn pas in te houden, ‘grootouders hebben ontheffing van opvoeding.’Lees verder

Ik was nog een snotneus.

Stiekem, bij de jassen

‘Ik kom voor de receptie,’ zei ik tegen een zwart bejurkte dame in de hal. ‘Trap op, linksaf, dan ziet u het vanzelf,’ zong ze routineus. Nog voor ik een kop koffie met oranjekoek in de handen kreeg gedrukt, zag ik Annie staan. Ik had toevallig gehoord dat ze er waarschijnlijk ook zou zijn, anders had ik mijn vroegere buurmeisje beslist niet herkend. Pas na de mooie woorden voor de pensionado liep ik haar toevallig tegen het lijf.Lees verder

Buiten de kaart om

‘Er zijn grenzen!,’ stelde een tanige heer aan een naburig tafeltje opstandig vast. Hij legde resoluut de nota neer en wenkte een serveerster. ‘Weet jij het al?’, vroeg ik aan mijn vrouw, want ze had het menu neergelegd. ‘We hebben toch geen haast?’ ‘Nee, nee,’ suste ik, ‘maar ik heb wel trek.’Lees verder

Tess Nijholt en Pake Herman

Tot meer tellen!

Met de kleine meid op schoot, terwijl zij een boterham oppeuzelde, nam ik een populairwetenschappelijk magazine door, waarin de werking van het heelal werd uitgelegd. ‘Kijk zo,’ zei ik. ‘Jij bent ons zonnetje …’ en terwijl ik stukje brood in een baan om haar hoofd bracht: ‘… en dit is een planeet.’Lees verder

De Rappe Krentenbol

Na een grimmige vergadering moest ik wat stoom kwijt. Omdat het mooi weer was en ik mijn brood was vergeten, besloot ik naar de Lidl aan de Oude Oppenhuizerweg te lopen, voor een zak snelle krentenbollen. Halverwege op een parkeerterrein haalde een man een voorwiel uit zijn Renault en vervolgens de rest van een racefiets. Toen wierp hij zijn stropdas op de achter-bank, trok zijn overhemd uit en liet ook zijn kantoorbroek zakken.Lees verder

Pages