Verhalen van alledag

De laatste test

‘Oké!’, zei ik tegen collega Gerard, na de zoveelste rochelende hoestbui, ‘ik ga wel naar huis en laat me testen.’ Ik was natuurlijk alleen maar verkouden. Dat had ik steeds gezegd. Ook om mezelf te overtuigen.Lees verder

Rue Michel Bizot 48 Parijs 7e verdieping

De ogen van Francine

Ze zeggen dat je eerste liefde heimelijk altijd op nummer één blijft staan. Maar dat geldt niet voor mij. Ik denk nog zelden aan haar terug en dan nog slechts met weemoed. Maar toen de Oude Schrijver haar naam noemde, zag ik weer haar ogen, smeulend verlangen naar brandende liefde.Lees verder

Dokkum Moordstad

In een ver verleden passeerde ik dagelijk de Friese stad Dokkum, die bekend staat als mooi maar saai. Om dit imago te weerspreken galmde mij op een zeker moment bij het binnenrijden de slogan Dokkum Moordstad tegemoet. Botte humor, vond ik, want dat had die Bonifatius toch niet verdiend. Toen ik me gisteren realiseerde dat er een aanslag op mijn leven was gepleegd, moest ik daaraan denken.

Op expeditie

Dit verhaal begon al op zaterdag, tijdens de eerste dagen van de hittegolf. Omdat onze auto airco heeft en we dit jaar nog geen kunst hadden aangeschaft, besloten wij op expeditie te...Lees verder

De handen van mijn moeder

‘Kijk,’ zei mijn moeder. Ze wilde naast me komen zitten. ‘Anderhalve meter,’ zei ik weer. ‘Ach ja,’ zuchtte ze. Ze reikte me haar ‘app-apparaat’ aan en nam weer plaats bij het raam. Op de foto zat een familielid op zijn ziekbed met een duim op. ‘Heeft ie …?’ ‘Nee, het is wat anders,’ zei ze, ‘maar aan zijn voeten …’Lees verder

Bij ons in Oost-Groningen

‘… ik was maar een dochter van de bovenmeester,’ hoorde ik Betty zeggen, ‘dan was je niks.’ ‘Nou,’ zei ik, terwijl ik erbij kwam staan, ‘het hoofd van de school hoorde vroeger toch bij de notabelen?’ ‘Niet bij ons,’ zei ze stellig, ‘niet in Oost-Groningen.Lees verder

De eerste zin van een vers boek

Plexiglas

Nadat ik op de eerste warme dag van het jaar de wilgen had getrimd, streek ik moe maar voldaan op de veranda neer. Voor ik de eerste zin in een vers boek las – potentieel een beslissende ervaring – keek ik op mijn telefoon. Onder het glazen schermpje las een ongebruikelijk kort berichtje aan van mijn vriend Kees.Lees verder

Liefde in tijden van Corona

Het was vreemd. Na drie dagen thuis werken leek het kantoor anders. Was het de kleur van het metselwerk? Of de kleur van de wolken, in het grijs meende ik een violette ondertoon te herkennen.Lees verder

1955

Snijpunt Heegermeer, 1997

Toen ik in 1955 aan haar baarmoeder ontglipte, zei dokter de Boer tegen mijn moeder dat alles goed leek, maar een paar jaar later vonden ze op het kleuterbureau toch dat ik X-benen had. Niemand had daar ooit iets van gemerkt.Lees verder

Tegen de honden

Mijn vriend Kees de pensionado had voor één nacht onze logeerkamer geboekt. Tijdens de warme maaltijd verlevendigde hij het tafelgesprek met zijn avonturen. Hij is in staat om een incident aan de kassa bij Albert Heijn op te blazen tot iets groots en meeslepends, waar de werkende man door de week gewoonweg geen ruimte voor heeft.Lees verder

De schaduw van mijn vriend Kees

Vriendschap

Omdat we toch in de buurt waren, bezochten wij te Machelen aan de Leije het graf van de zelfver-klaarde volksschrijver Gerard Reve, die zichzelf van ’t beroofde. Hij lag op de nieuwe begraafplaats aan de rand van het dorp. Deemoedig knielde ik neer op zijn zerk. Hij was de enige op het perk.Lees verder

De vaste plek der dingen

Mijn vrouw heeft ontegenzeggelijk de mooiste benen van voor de Cuba-crisis, maar gelukkig heeft ze ook enkele tekortkomingen, want van de volmaakte vrouw is geen man ooit gelukkig geworden. Zo is ze, ondanks het kwijnen van de oerbossen, dol op reclamefoldertjes. Bij het lezen worden ze rondom verspreid op stoelen, tafels en vloer, zonder een herkenbaar systeem. Ik verdraag het, maar ik zal er nooit aan wennen.

Toen ik zaterdag de nieuwe tv-gids, die zij hardnekkig radiobode noemt, wilde pakken en hij niet op zijn vaste plek onder de salontafel lag, keek ik in de krantenbak, maar...Lees verder

Café á la Mocque

Toen ik stipt op de piepjes van tien uur arriveerde bij zijn buitenverblijf, was mijn vriend Kees in rep en roer. Wij konden niet handen schudden, omdat zijn vriendin een patiënt met schurft behandelde. Bovendien was het koffiezetapparaat, dat altijd op de hoek van het aanrecht had gestaan, verdwenen.Lees verder

Een venster van het Haddassa ziekenhuis in Jeruzalem door Chagall.

De onvolmaakte Hand van God

Na de koffie en de update van ons wederzijdse welzijn, vroeg ik kunstenares Hilda Kanselaar of ze nog nieuwe projecten onder handen had. Jazeker, ze had voor een expositie het thema van haar afstudeerproject weer eens opgepakt: De onvolmaakte hand van God.Lees verder

... de jas van Koos

Mijn Oecumenische schoenen

Louter wanneer er sprake is van gerichte aanschaf, ga ik nog wel eens langs de winkels. Mijn vrouw moest een cadeau voor een jarige vriendin hebben. Zo passeerden wij op de Dracht in Heerenveen gearmd de etalage van een schoenenzaak, die UITVERKOOP schreeuwde. ‘Moest jij geen nieuwe schoenen hebben?’, vroeg ze.Lees verder

Levensvragen

‘Maar wat is nou de zin van filosofie?’, vroeg onze buurvrouw.Lees verder

Bezoek

‘Wat doe je nou?’, vroeg ze toen ik de stofzuiger wegzette. ‘Ik ga me scheren,’ zei ik. ‘Ben je hier dan al geweest?’ ‘Hier liggen toch geen scherven?’Lees verder

De fiets van oom Anton

‘Oom Anton heeft een fiets gekocht,’ zei mijn neef Koen. Afgezien van het feit dat het bestaan van een oom Anton mij tot op dat moment was ontgaan, trof mij vooral zijn guitige lach die een sterk verhaal deed vermoeden.Lees verder

De kleur van Liefde

‘Kan ik u helpen?’, vroeg het bloemenvrouwtje. ‘Misschien,’ zei ik, ‘waar staan de gele boeketten?’ ‘Geel! Dat is grappig,’ riep ze olijk. ‘Niemand vraagt om geel.’Lees verder

De verrassing

Toen ik bij de printer stond te wachten, voelde mijn hand een briefje in mijn broekzak. Ik vouwde het open en las de naam van mijn vrouw. Toen herinnerde ik me, dat ze me dat papiertje gisteren bij thuiskomst had gegeven met de woorden: ‘Niet kijken, ik wil niet weten wie jij hebt. Dan is het geen verrassing.’Lees verder

Annemarie Nauta. In het boek stond een andere foto uit dezelfde serie: Bois de Boulogne, Parijs.

Foto van Olga

‘Ik moet je iets laten zien,’ zei ik, toen mijn vrouw thuiskwam. Maar helaas, er was iets fout gegaan bij het opnemen van de uitzending. Ook bij een haastige speuractie op het wereldwijde net vond ik niet de foto van Annemarie Nauta, die in mijn ziel stond gebrand.Lees verder

Die ballon was rood

‘Jezus, wat een weer!’, zuchtte ik buiten adem, terwijl ik mijn leren jas uittrok en over een lege stoel hing. Een ouder echtpaar aan een ander tafeltje keek mij angstig aan. Ik had volstrekt overbodig de naam van hun Verlosser ijdel gebruikt en dat speet me oprecht, ook al had ik volgens mijn boekje niets verkeerd gezegd.Lees verder

Wuivend riet, als je het ziet

Ben even weg ***

Omwille van de lieve vrede laat ik mij niet uit over dit geval van overmacht, of wat daarvoor door moest gaan, maar het lag niet aan mij dat ons uitstapje naar P. niet doorging. Omdat ik de hiervoor opgenomen ouwelullendag niet wilde verlummelen, stond ik toch om zeven uur op. In mijn halfslaap was een plan gerijpt, een doel, een missie.Lees verder

Inwendig onderzoek van een fauteuil

Inwendig onderzoek

‘Wat doe jij thuis?’, vroeg mijn vrouw, toen ik maandagmiddag om half één de woonkamer binnen stapte. Ze zat netjes aangekleed met een krant op de bank, dus liet ik de gespeelde verdenkingen van een geheime minnaar maar achterwege en kwam meteen terzake. ‘Wij moeten praten,’ zei ik en ik nam plaats in de leren fauteuil.Lees verder

Twee bier en een appje

‘Het probleem is, dat ze tegenwoordig geen brieven meer schrijven,’ legde mijn vriend de Schoolmeester op gezaghebbende toon uit. De aanleiding was een artikel over de tanende verbale vaardigheden onder studenten. ‘Ze komen niet meer uit hun woorden. Dat is het probleem.’ ‘Misschien heb je gelijk,’ antwoordde ik, ‘maar je houdt de vooruitgang nu eenmaal niet tegen.’Lees verder

Pages